Besluit over de lancering van een oproep in 2026 om projectvoorstellen voor innovatieve maatregelen inzake duurzame loopbanen in de financiële dienstensector in te dienen

In 2026 lanceert de Vlaamse overheid een oproep voor projectvoorstellen om met vernieuwende maatregelen loopbanen in de financiële sector te versterken, met financiële steun.
Samenvatting in gewone taal
De Vlaamse minister van Werk en Economie lanceert in 2026 een oproep voor projecten die duurzame loopbanen in de financiële dienstensector versterken. Dat gaat om werkgevers in banken, verzekeringen, betalingsdiensten, vermogensbeheer, financiële tussenpersonen en ondersteunende backoffices met een hoofdvestiging of activiteiten in Vlaanderen. Werknemers en werkzoekenden in deze sector hebben er baat bij, omdat de projecten hun inzetbaarheid, doorstroom, werkbaarheid en wendbaarheid moeten verbeteren, nu de sector sterk verandert door digitalisering en nieuwe regelgeving. Projecten mogen nieuwe maatregelen ontwikkelen, uittesten of opschalen. Ze moeten duidelijk afgebakend zijn met doelen, resultaten, planning, budget en meetbare indicatoren. Indienen gebeurt via een consortium van minstens twee organisaties, met één penvoerder en een samenwerkingsovereenkomst. De Vlaamse overheid voorziet financiële steun binnen het budget van 2026. Het besluit, dat geldt vanaf 15 januari 2026, legt de doelstellingen vast en bepaalt wie kan meedoen, hoe de selectie verloopt, hoe de financiering werkt en welke rapportage en controles nodig zijn. De exacte indieningstermijnen en praktische richtlijnen staan in de oproepdocumenten.
Documenttype
Besluit
Publicatiedatum
10 mei 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
duurzame loopbanen financiële dienstensector innovatie subsidies digitalisering arbeidsmarkt

De Vlaamse minister van Werk en Economie,

Gelet op het decreet van 14 juli 2025 betreffende de ondersteuning van duurzame loopbanen in Vlaanderen, inzonderheid artikel 8, waarin de Vlaamse Regering en de bevoegde minister worden gemachtigd om thematische oproepen te lanceren en nadere regels vast te stellen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2025 houdende de subsidieregeling “Innovatie in loopbanen en talentontwikkeling”, artikel 4, dat de minister machtigt om oproepen vast te stellen, de beoordelingscriteria te bepalen en de maximale subsidie-intensiteit te begrenzen;

Gelet op de begrotingskredieten ingeschreven op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026, programma Werk en Economie, basisallocatie 45.12, die de financiering van deze oproep waarborgen binnen het beschikbare krediet;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 november 2025;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 22 november 2025;

Overwegende dat de financiële dienstensector structurele transities doormaakt onder invloed van digitalisering, automatisering, veranderend klantengedrag en regelgeving, en dat investeringen in duurzame loopbanen noodzakelijk zijn om inzetbaarheid, werkbaarheid en interne mobiliteit te versterken;

Overwegende dat een gerichte oproep innovatieve maatregelen kan versnellen, opschaalbaarheid bevordert en bijdraagt aan de realisatie van de Vlaamse doelstellingen inzake levenslang leren, werkbaar werk en gelijke kansen;

Beslist:

Artikel 1. ( 15/01/2026 - in werking )

Dit ministerieel besluit lanceert een oproep in 2026 voor de indiening van projectvoorstellen die innovatieve maatregelen ontwikkelen, uittesten of opschalen met het oog op duurzame loopbanen in de financiële dienstensector in Vlaanderen. Het besluit bepaalt de doelstellingen, toelatings- en selectievoorwaarden, financieringsmodaliteiten, rapporterings- en controleverplichtingen, en de procedurele termijnen.

Artikel 2. ( 15/01/2026 - in werking )

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

  1. financiële dienstensector: werkgevers actief in bankwezen, verzekeringen, betalingsdiensten, vermogensbeheer, financiële tussenpersonen en ondersteunende financiële backoffice-activiteiten met hoofdvestiging of exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest;
  2. duurzame loopbanen: samenhangend geheel van maatregelen die de inzetbaarheid, doorstroom, werkbaarheid en wendbaarheid van werknemers en werkzoekenden op korte en lange termijn versterken;
  3. project: een afgebakend geheel van activiteiten met concrete doelstellingen, resultaten, planning, begroting en meetbare indicatoren, uitgevoerd binnen de looptijd van deze oproep;
  4. consortium: een samenwerking tussen ten minste twee juridische entiteiten met één penvoerende partner, vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst;
  5. subsidie: de financiële bijdrage van de Vlaamse overheid ter ondersteuning van het project, onder de voorwaarden van dit besluit.

Artikel 3. ( 15/01/2026 - in werking )

De oproep heeft volgende doelstellingen:

  1. het stimuleren van innovatieve, opschaalbare oplossingen voor duurzame loopbanen binnen de financiële dienstensector;
  2. het versterken van levenslang leren, inclusief digitale en duurzame vaardigheden, en het ondersteunen van interne mobiliteit en heroriëntering;
  3. het verbeteren van werkbaarheid, inclusief werkdrukbeheersing, inclusie en werk-privébalans, met aantoonbare impact op de sector;
  4. het bevorderen van sectoroverschrijdende samenwerking tussen werkgevers, kennisinstellingen en arbeidsmarktactoren.

Artikel 4. ( 15/01/2026 - in werking )

De volgende thema’s komen in aanmerking, mits duidelijke koppeling aan duurzame loopbanen:

  1. vaardigheidstransitie en leerinfrastructuur, waaronder modulaire leerpaden, micro-credentialing en leerplatforms;
  2. job- en teamherontwerp, inclusief taakverschuiving, interne mobiliteit en begeleide transities tussen functies of segmenten;
  3. preventie en werkbaarheid, met meetbare interventies rond werkdruk, psychosociaal welzijn en inclusieve werkorganisatie;
  4. data- en technologiegedreven loopbaaninstrumenten, mits uitlegbaarheid, ethische toepassing en gegevensbescherming worden gewaarborgd;
  5. sectorale samenwerking en disseminatie, waaronder afsprakenkaders, standaardisatie en gemeenschappelijke dienstverlening.

Artikel 5. ( 15/01/2026 - in werking )

De volgende actoren kunnen indienen:

  1. ondernemingen en werkgeversorganisaties uit de financiële dienstensector;
  2. erkende opleidings- en kennisinstellingen met aantoonbare expertise in loopbanen of sectorale transformatie;
  3. sociale partners uit de sector;
  4. intermediaire organisaties met een mandaat in arbeidsmarkt- en competentieontwikkeling.

Indiening door een consortium is toegestaan. In dat geval treedt één penvoerende partner op als subsidieontvanger en aanspreekpunt.

Artikel 6. ( 15/01/2026 - in werking )

Om ontvankelijk te zijn voldoet het projectvoorstel aan alle volgende voorwaarden:

  1. volledige en tijdige indiening via het digitaal loket van het Departement Werk en Economie overeenkomstig artikel 7;
  2. projectactiviteiten vinden hoofdzakelijk plaats in het Vlaamse Gewest en de resultaten zijn inzetbaar voor de financiële dienstensector in Vlaanderen;
  3. projectlooptijd tussen 12 en 24 maanden;
  4. aangevraagde subsidie tussen 150.000 euro en 500.000 euro per project;
  5. minimaal 20% eigen cofinanciering in geld door de subsidieontvanger(s);
  6. geen openstaande terugvorderingen of onregelmatigheden tegenover de Vlaamse overheid;
  7. naleving van toepasselijke regels inzake staatssteun, overheidsopdrachten, gegevensbescherming en gelijke kansen.

Artikel 7. ( 15/01/2026 - in werking )

De indieningsprocedure verloopt als volgt:

  1. publicatie van de oproep en sjablonen op de website van het Departement Werk en Economie uiterlijk op 01/02/2026;
  2. indieningstermijn van 01/02/2026 tot en met 31/03/2026 om 12.00 uur Belgische tijd via het digitaal loket;
  3. vereiste documenten: projectaanvraagformulier, begrotingsplan, tijdsplanning, risicobeheersplan, samenwerkingsovereenkomst (indien van toepassing) en verklaring op eer inzake staatssteun; de documenten worden ingediend in het bestandsformaat PDF/A-2b, met een maximale bestandsgrootte van 25 MB per document en een bestandsnaamstructuur 'oproep2026___v1.pdf'; ondertekeningen gebeuren met een gekwalificeerde elektronische handtekening conform Verordening (EU) nr. 910/2014 (eIDAS);
  4. de werktaal is het Nederlands; alle ingediende documenten zijn in het Nederlands opgesteld.

Artikel 8. ( 15/01/2026 - in werking )

Uitsluitingsgronden zijn van toepassing indien:

  1. de aanvrager of penvoerende partner in staat van faillissement, vereffening of kennelijk onvermogen verkeert;
  2. valse of onvolledige informatie wordt verstrekt met impact op ontvankelijkheid, selectie of financiering;
  3. belangenconflicten niet worden gemeld en afdoende gemitigeerd;
  4. het project hoofdzakelijk reguliere bedrijfsvoering of wettelijke naleving beoogt zonder aantoonbare innovatie of sectorale meerwaarde.

Artikel 9. ( 15/01/2026 - in werking )

De beoordeling gebeurt door een onafhankelijke beoordelingscommissie, aangesteld door het Departement Werk en Economie. De commissie:

  1. controleert ontvankelijkheid en beoordeelt de voorstellen aan de hand van de criteria in artikel 10;
  2. kan verduidelijkingen opvragen binnen een door haar te bepalen termijn;
  3. stelt een gemotiveerde rangschikking en subsidieadviezen op.

Artikel 10. ( 15/01/2026 - in werking )

Projectvoorstellen worden beoordeeld op volgende criteria: De commissie hanteert per criterium een score op een schaal van 0 tot 10, met halve punten toegestaan, en past bij gelijke totaalscore het resultaat op criterium 2 als doorslaggevend beginsel toe.

  1. relevantie en innovatief karakter ten aanzien van duurzame loopbanen in de financiële dienstensector;
  2. verwachte impact, schaalbaarheid en valorisatieplan binnen en buiten het consortium;
  3. kwaliteit van aanpak, methodologie, tijdsplanning en risicobeheersing;
  4. kwaliteit van samenwerking en governance, inclusief rol van sociale partners;
  5. kosteneffectiviteit en proportionaliteit van het budget ten opzichte van de beoogde resultaten;
  6. borging van ethiek, inclusie, toegankelijkheid en gegevensbescherming.

Artikel 11. ( 15/01/2026 - in werking )

De toewijzing van middelen gebeurt als volgt:

  1. het totale budgetplafond voor deze oproep bedraagt 8.000.000 euro, onder voorbehoud van beschikbare kredieten;
  2. middelen worden toegekend volgens de rangschikking tot uitputting van het budgetplafond;
  3. de minister kan, op gemotiveerd voorstel van de beoordelingscommissie, voorwaarden opleggen, budgetten bijsturen of voorstellen gedeeltelijk honoreren;
  4. per onderneming kan maximaal één project als penvoerende partner worden gesubsidieerd in deze oproep.

Artikel 12. ( 15/01/2026 - in werking )

De beslissing tot toekenning of weigering wordt door de minister genomen en per aangetekende zending of elektronisch met ontvangstbevestiging aan de penvoerende partner betekend binnen 90 kalenderdagen na de sluitingsdatum van de oproep. Tegen de beslissing staat geen administratief beroep open, onverminderd de mogelijkheid tot jurisdictionele beroepen overeenkomstig het toepasselijk recht.

Artikel 13. ( 15/01/2026 - in werking )

Subsidiabele kosten zijn beperkt tot:

  1. personeelskosten van rechtstreeks bij het project betrokken medewerkers, berekend op basis van reële loonkosten; deze worden gestaafd door loonfiches en timesheets met een registratieresolutie van 15 minuten, waarbij de tijdsregistraties ten minste wekelijks worden gevalideerd door de projectverantwoordelijke;
  2. kosten voor externe expertise en diensten, inclusief ontwikkeling of aanpassing van leer- en loopbaaninstrumenten;
  3. opleidings- en ontwikkelkosten, inclusief opleidingsmateriaal en licenties tijdens de projectlooptijd;
  4. communicatie-, disseminatie- en evaluatiekosten die rechtstreeks verband houden met het project;
  5. overheadkosten forfaitair begrensd op 7% van de subsidiabele directe kosten.

Niet-subsidiabele kosten omvatten onder meer investeringen in vaste activa, reguliere exploitatiekosten, vergoedingen aan bestuurders, boetes, intresten en loutere naleving van wettelijke verplichtingen zonder innovatief karakter.

Artikel 14. ( 15/01/2026 - in werking )

De subsidie-intensiteit bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten. De volgende betalingsmodaliteiten gelden:

  1. een voorschot van 40% na kennisgeving van de toekenningsbeslissing en ondertekening van de subsidieovereenkomst;
  2. een tussentijdse schijf van 40% na goedkeuring van een voortgangsrapport met financieel overzicht halverwege de projectduur;
  3. een saldo van 20% na goedkeuring van het eindrapport, de eindafrekening en de bewijsstukken.

Indien en voor zover de steun kwalificeert als staatssteun, geldt de toepassing van een toepasselijke vrijstellingsgrond of een de-minimisregime overeenkomstig een relevante Europese verordening inzake de-minimissteun. De aanvrager is verantwoordelijk voor het verstrekken van juiste en volledige informatie dienaangaande.

Artikel 15. ( 15/01/2026 - in werking )

De subsidieontvanger rapporteert als volgt:

  1. een voortgangsrapport uiterlijk 10 werkdagen na het bereiken van de helft van de looptijd, met stand van zaken, indicatoren en financieel overzicht; de indicatoren worden gerapporteerd ten opzichte van een T0-baseline die uiterlijk 30 kalenderdagen na projectstart wordt vastgesteld volgens de meetmethodiek beschreven in het aanvraagformulier;
  2. een eindrapport uiterlijk 30 kalenderdagen na afloop van het project, met resultaten, indicatorenrealisatie, lessen en overdraagbaarheid, vergezeld van een financieel eindverslag en bewijsstukken;
  3. een opvolgingsenquête 6 maanden na projectafsluiting met focus op implementatie en opschaling.

Artikel 16. ( 15/01/2026 - in werking )

Wijzigingen aan de goedgekeurde doelstellingen, begroting, partnersamenstelling of looptijd vereisen voorafgaande schriftelijke toestemming van het Departement Werk en Economie. Verlenging kan eenmaal worden toegestaan voor maximaal 6 maanden, mits gemotiveerde aanvraag uiterlijk 45 kalenderdagen voor het einde van de looptijd.

Artikel 17. ( 15/01/2026 - in werking )

De subsidieontvanger vermeldt in alle communicatie en publicaties dat het project werd ondersteund door de Vlaamse overheid, volgens de richtlijnen die door het Departement Werk en Economie worden meegedeeld. Projectresultaten worden publiek toegankelijk gemaakt, met inachtneming van bedrijfsgevoelige informatie en intellectuele eigendomsrechten zoals overeengekomen in het consortium.

Artikel 18. ( 15/01/2026 - in werking )

De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze oproep gebeurt overeenkomstig de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming. De subsidieontvanger neemt passende technische en organisatorische maatregelen om de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van persoonsgegevens te waarborgen en sluit, indien nodig, verwerkersovereenkomsten af.

Artikel 19. ( 15/01/2026 - in werking )

Het Departement Werk en Economie en de door hem aangewezen instanties kunnen op elk ogenblik controles en audits uitvoeren op de uitvoering van het project en de aanwending van de middelen. Dit omvat desgevallend plaatsbezoeken die minimaal 48 uur vooraf worden aangekondigd en systeemcontroles op de gebruikte digitale registraties en platformen. Bij vaststelling van onregelmatigheden, niet-naleving of het uitblijven van substantiële projectresultaten kan de minister de subsidie geheel of gedeeltelijk schorsen, reduceren of terugvorderen, vermeerderd met de toepasselijke interesten. De subsidieontvanger bewaart alle onderliggende bewijsstukken en de volledige audittrail gedurende 7 jaar na projectafsluiting, in een WORM-conforme, binnen de EER gehoste opslagomgeving.

Artikel 20. ( 15/01/2026 - in werking )

Dit besluit treedt in werking op 15 januari 2026. De oproep wordt geopend op 1 februari 2026 en sluit op 31 maart 2026 om 12.00 uur Belgische tijd. De uitvoering van de geselecteerde projecten vangt aan binnen 90 kalenderdagen na de betekening van de toekenningsbeslissing.

Artikel 21. ( 15/01/2026 - in werking )

Het Departement Werk en Economie staat in voor de uitvoering van dit besluit. Vragen met betrekking tot deze oproep worden gericht aan het loket van het Departement Werk en Economie via het daartoe voorziene digitaal platform. Op dit besluit is het Vlaamse recht van toepassing.