Besluit over de subsidieoproep voor investeringssubsidies voor publieke laadinfrastructuur 2026

Dit besluit opent de subsidieoproep 2026 waarmee organisaties steun kunnen aanvragen om in Vlaanderen publieke laadpunten te plaatsen en uit te baten.
Samenvatting in gewone taal
Dit besluit opent een subsidieoproep om in 2026 extra publieke laadpunten voor elektrische voertuigen te plaatsen. Aanvragen kunnen worden ingediend door organisaties die laadpunten zullen bouwen en uitbaten, zoals gemeenten, bedrijven en verenigingen. Ook burgers en elektrische rijders hebben er baat bij: meer betrouwbare en vlot toegankelijke laadmogelijkheden, zeker in buurten waar er vandaag te weinig zijn. De subsidies zijn voor laadpunten die voor iedereen toegankelijk zijn, zonder lidmaatschap, met minstens één eenvoudige betaalmogelijkheid ter plaatse (bijvoorbeeld bankkaart), en die minimaal 12 uur per dag open zijn. Projecten moeten inzetbaar zijn over netwerken heen (interoperabel), betrouwbaar werken en “netvriendelijk” laden: laadsnelheden en -tijden worden slim gestuurd om pieken op het elektriciteitsnet te vermijden, volgens de Vlaamse richtlijn van 2025. Er is bijzondere aandacht voor prioritaire zones, aangeduid als onderbediend op de kaart “Publieke laadvraag 2026” op de website van het bevoegde agentschap. Indienen kan elektronisch via het digitaal platform van de Vlaamse overheid van 15 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 om 12.00 uur (Vlaamse tijd). Alleen projecten die aan alle voorwaarden voldoen komen in aanmerking.
Documenttype
Besluit
Publicatiedatum
8 augustus 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
Subsidies Publieke laadinfrastructuur Elektrische mobiliteit Mobiliteit Vlaamse overheid Energie

De Vlaamse minister bevoegd voor Energie en Mobiliteit,

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, inzonderheid artikel 20 en artikel 21;

Gelet op het decreet van 19 juli 2024 houdende de ondersteuning van zero-emissiemobiliteit in Vlaanderen;

Gelet op de begrotingsinschrijvingen op het programma “Publieke laadinfrastructuur 2026” van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2025 betreffende het kader voor investeringssubsidies voor laadinfrastructuur, inzonderheid de delegatie aan de bevoegde minister voor het vaststellen van subsidieoproepen;

Overwegende dat een versterking en versnelling van de uitrol van publieke laadinfrastructuur noodzakelijk is om de omslag naar emissievrije mobiliteit te faciliteren;

Overwegende dat een gerichte en transparante subsidieoproep noodzakelijk is om publieke middelen doelmatig in te zetten en marktwerking te stimuleren;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Subsidieaanvraag

Artikel 1. ( 01/12/2025 - Begripsomschrijvingen )

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

  1. administratie: het agentschap van de Vlaamse overheid dat bevoegd is voor de uitvoering van dit besluit;
  2. aanvrager: een rechtspersoon naar publiek- of privaatrecht die in Vlaanderen publieke laadinfrastructuur zal realiseren en exploiteren;
  3. publieke laadinfrastructuur: een of meerdere laadpunten die voor het publiek zonder selectie op gebruikerstoegang, gedurende minimaal twaalf uur per etmaal, toegankelijk zijn op het grondgebied van het Vlaamse Gewest;
  4. laadpunt: een individuele aansluiting die gelijktijdig ten minste één elektrisch voertuig kan laden, behorend tot een laadstation;
  5. project: het geheel van investeringen en activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd onder deze oproep;
  6. open toegang: toegang zonder lidmaatschapsverplichting, met ten minste één ad-hoc betaalmogelijkheid;
  7. prioritaire zone: een geografisch afgebakend gebied dat door de administratie als onderbediend is aangeduid in de kaart “Publieke laadvraag 2026”, gepubliceerd op de website van de administratie;
  8. netvriendelijk laden: de sturing van laadsnelheden en -tijden om piekbelasting op het elektriciteitsnet te beperken, overeenkomstig de “Vlaamse richtlijn netvriendelijk laden 2025” van de administratie.

Artikel 2. ( 01/12/2025 - Doel en voorwerp van de oproep )

Deze subsidieoproep ondersteunt investeringen in publieke laadinfrastructuur die in 2026 worden gerealiseerd. De oproep beoogt een evenwichtige spreiding, een verhoging van de betrouwbaarheid en interoperabiliteit, en een versnelde uitrol in prioritaire zones. Enkel projecten die voldoen aan de in dit besluit vastgelegde voorwaarden komen in aanmerking.

Artikel 3. ( 01/12/2025 - Indieningsperiode en wijze van indienen )

De oproep staat open van 15 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 om 12.00 uur Vlaamse tijd. Aanvragen worden elektronisch ingediend via het digitale platform van de administratie. Een aanvraag is tijdig indien zij voor het verstrijken van de termijn volledig is opgeladen en succesvol is bevestigd op het platform. De administratie bevestigt de ontvangst automatisch.

Artikel 4. ( 01/12/2025 - Ontvankelijkheid en volledigheid )

Een aanvraag is ontvankelijk indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de aanvrager voldoet aan de definitie van artikel 1, 2° en heeft geen achterstallige schulden bij de Vlaamse overheid;
  2. het project situeert zich volledig in het Vlaamse Gewest;
  3. het project omvat uitsluitend publieke laadinfrastructuur zoals omschreven in artikel 1, 3° en 6°;
  4. de digitale aanvraag bevat alle verplichte bijlagen zoals opgesomd in het indieningsformulier, waaronder een technisch plan, een raming van de kosten, een realisatieplanning en een toestemming van de locatie-eigenaar;
  5. de gevraagde subsidie overschrijdt niet de in hoofdstuk 2 vastgelegde maxima.

De administratie verzoekt éénmalig om ontbrekende stukken met een hersteltermijn van tien kalenderdagen. Bij uitblijven van herstel wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.

Artikel 5. ( 01/12/2025 - Beoordelings- en rangschikkingscriteria )

Ontvankelijke aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld en gerangschikt op basis van een totaalscore van 100 punten, verdeeld als volgt:

  1. ruimtelijke meerwaarde en bijdrage aan prioritaire zones: maximaal 30 punten;
  2. technische kwaliteit, betrouwbaarheid en naleving van interoperabiliteitsvereisten: maximaal 25 punten;
  3. netvriendelijkheid en flexibiliteit van het laadprofiel: maximaal 20 punten;
  4. bedrijfseconomische efficiëntie, inclusief gevraagde subsidie per voorziene laadcapaciteit: maximaal 15 punten;
  5. gebruikersgerichtheid, inclusief open toegang, betaalgemak en informatievoorziening: maximaal 10 punten.

Bij ex aequo krijgt het project met het hoogste aandeel in prioritaire zones voorrang. Indien ook dan geen onderscheid mogelijk is, primeert de aanvraag met de laagste subsidievraag per laadpunt.

Artikel 6. ( 01/12/2025 - Beslissing en kennisgeving )

De minister beslist, op voorstel van de administratie, uiterlijk op 30 juni 2026 over de toekenning of weigering van de subsidie. De beslissing vermeldt minstens het toegekende subsidiebedrag, de te realiseren projectoutput, de realisatietermijnen en de uitbetalingsmodaliteiten. De beslissing wordt via het digitale platform ter kennis gebracht aan de aanvrager. Tegen de beslissing staat geen administratief beroep open, onverminderd het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en de rechtsmiddelen bij de bevoegde rechtsinstanties.

Hoofdstuk 2. Subsidiebedrag

Artikel 7. ( 01/12/2025 - Budget en allocatie )

Voor deze oproep wordt een indicatief budgetplafond van 48.000.000 euro vastgesteld, ten laste van het programma “Publieke laadinfrastructuur 2026”. De administratie kan het budgetplafond verhogen of verlagen binnen de grenzen van de goedgekeurde begroting. De allocatie gebeurt volgens de rangschikking bedoeld in artikel 5 tot uitputting van het beschikbare budget.

Artikel 8. ( 01/12/2025 - Subsidiepercentages en maximumbedragen )

De subsidie bedraagt een percentage van de in artikel 11 bedoelde aanvaarde kosten, met inachtneming van de onderstaande maximale steun per laadpunt en per project:

  1. Categorie C1 (AC tot en met 22 kW): maximaal 40% en maximaal 3.500 euro per laadpunt;
  2. Categorie C2 (DC van 23 kW tot en met 149 kW): maximaal 45% en maximaal 20.000 euro per laadpunt;
  3. Categorie C3 (DC van 150 kW en hoger): maximaal 50% en maximaal 45.000 euro per laadpunt;
  4. projectplafond: maximaal 2.000.000 euro per project, ongeacht de categorie;
  5. bonus prioritaire zone: verhoging met 10 procentpunten van het subsidiepercentage voor laadpunten die fysiek in een prioritaire zone worden gerealiseerd, zonder het absolute maximum van 60% te overschrijden.

De in dit artikel bedoelde maxima gelden ongeacht het aantal laadconnectoren per laadpunt.

Artikel 9. ( 01/12/2025 - Cumulatie en staatssteunkader )

De subsidie kan niet worden gecumuleerd met andere Vlaamse subsidies voor dezelfde uitgaven. Cumulatie met lokale of federale steun is toegestaan voor zover het totale steunintensiteitsplafond van 60% niet wordt overschreden. De steun wordt toegekend onder het toepasselijke vrijstellingskader voor regionale investeringssteun, zoals vastgesteld in het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2025. De aanvrager verklaart bij de indiening alle reeds ontvangen en aangevraagde steun voor het project en houdt die verklaring actueel tot en met de saldobetaling.

Artikel 10. ( 01/12/2025 - Uitbetaling, termijnen en terugvordering )

De subsidie wordt uitbetaald als volgt:

  1. voorschot: 40% na kennisgeving van de toekenningsbeslissing;
  2. tussentijdse betaling: 40% na realisatie en indienstname van minimaal 50% van de toegekende laadpunten, gestaafd met opleverings- en indienstnamedocumenten;
  3. saldo: 20% na volledig bewijs van de subsidiabele kosten en de conformiteit met de verplichtingen van dit besluit.

De realisatie en indienstname van alle laadpunten gebeuren binnen 18 maanden na de toekenningsbeslissing. De minister kan, op gemotiveerd verzoek ingediend uiterlijk 30 dagen vóór het verstrijken van de termijn, eenmalig verlengen met maximaal 6 maanden. Bij niet-naleving van de termijnen of verplichtingen kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd, vermeerderd met interest overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek.

Hoofdstuk 3. Subsidieerbare kosten

Artikel 11. ( 01/12/2025 - Subsidieerbare uitgaven )

Als subsidieerbare kosten komen in aanmerking, voor zover rechtstreeks en exclusief verbonden aan het project en gemaakt en betaald tussen de datum van de toekenningsbeslissing en de datum van de saldovordering:

  1. aankoop en installatie van laadpunten en laders, inclusief verdeelborden, beveiligingen en meetinrichtingen;
  2. aansluitingskosten bij het distributienetbedrijf en desgevallend kosten voor een zwaardere aansluiting, inclusief plaatsing van een klantgebonden transformator;
  3. civieltechnische werken, inclusief graafwerken, funderingen, bekabeling, bestrating, markering en fysieke toegankelijkheidsvoorzieningen;
  4. plaatsing van beschermingsmiddelen, afscherming en verkeerssignalisatie op het terrein van de laadlocatie;
  5. softwarelicenties en configuratiekosten die noodzakelijk zijn voor de exploitatie en monitoring van de laadinfrastructuur gedurende minimaal drie jaar na indienstname, voor zover zij voldoen aan de “Vlaamse Standaard Laadinfrastructuur VS‑LI 2025” en het “Open Communicatieprotocol Laden OCP‑L versie 2.1”;
  6. dataverbindingen en sensoren noodzakelijk voor verrekening, open toegang en openbaarmaking van status- en tariefinformatie via de “LADA‑API 2025” van de administratie;
  7. projectcoördinatie en ontwerp door externe deskundigen, tot maximaal 8% van de som van de in dit artikel bedoelde directe investeringskosten;
  8. onrechtstreekse kosten forfaitair op 3% van de som van de in dit artikel bedoelde directe investeringskosten.

De aanvrager waarborgt gedurende minimaal vijf jaar na indienstname de open toegang, een minimale technische beschikbaarheid van 97% per kalenderjaar per laadpunt, en de publicatie in real time van beschikbaarheid en tarieven via de door de administratie beheerde databron. De naleving van deze voorwaarden is een voorwaarde voor subsidiabiliteit en behoud van de subsidie.

Artikel 12. ( 01/12/2025 - Niet-subsidieerbare uitgaven en bewijsvoering )

Niet-subsidieerbare kosten zijn onder meer:

  1. aankoop of huur van grond en gebouwen, en registratierechten;
  2. interne personeelskosten van de aanvrager, met uitzondering van de forfaitaire onrechtstreekse kosten bedoeld in artikel 11;
  3. administratieve boetes, intrestlasten, wisselkoersverliezen en gerechtskosten;
  4. kosten die voortvloeien uit niet-naleving van regelgeving, inclusief regularisatiekosten;
  5. onderhouds- en exploitatiekosten na indienstname, met uitzondering van de in artikel 11, 5° bedoelde licenties voor de eerste drie jaar;
  6. recuperabele of niet effectief gedragen belastingen, waaronder aftrekbare btw;
  7. kosten waarvoor reeds steun is verkregen uit andere Vlaamse subsidie-instrumenten voor dezelfde uitgave;
  8. uitgaven die niet voldoen aan de interoperabiliteitsvereisten van artikel 11 of niet aantoonbaar bijdragen tot het projectresultaat.

De aanvrager houdt een aparte kostenplaats of analytische boekhouding bij voor het project en bewaart alle bewijsstukken, waaronder facturen, betalingsbewijzen, opleveringsverslagen en technische conformiteitsattesten, gedurende minimaal tien jaar na de saldobetaling. Op eerste verzoek bezorgt de aanvrager deze stukken aan de administratie. De administratie kan steekproefsgewijs controles uitvoeren ter plaatse en digitaal.