Besluit tot goedkeuring van de programmatie van sensortypes en kalibratievormen in het geïntegreerd luchtkwaliteitsbeheer en structuuronderdelen in het openbaar en particulier continu gecertificeerd meetnetwerk
- Documenttype
- Besluit
- Publicatiedatum
- 31 juli 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- luchtkwaliteitsbeheer sensortypes kalibratie gecertificeerd meetnet datakwaliteit vlaams sensorenregister
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 1. Sensortypes en kalibratievormen in het geïntegreerd luchtkwaliteitsbeheer
Hoofdstuk 2. Structuuronderdelen in het openbaar en particulier continu gecertificeerd meetnetwerk
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Hoofdstuk 1. Sensortypes en kalibratievormen in het geïntegreerd luchtkwaliteitsbeheer
Afdeling 1. Sensortypes in het geïntegreerd luchtkwaliteitsbeheer
De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 22 mei 2025 houdende het geïntegreerd luchtkwaliteitsbeheer en de organisatie van continu gecertificeerde meetnetten; Gelet op het decreet van 14 november 2025 betreffende datakwaliteit en gegevensuitwisseling in de milieuketen; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 december 2025; Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad voor Omgeving en Gezondheid, gegeven op 8 januari 2026; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor omgeving en klimaat, gegeven op 22 januari 2026; Na beraadslaging,
Besluit:
Artikel 1. ( 01/09/2026 - Programmatie sensortypes )
De programmatie van sensortypes die kunnen worden ingezet binnen het geïntegreerd luchtkwaliteitsbeheer voor de meetjaren 2026 tot en met 2029 wordt goedgekeurd. De volgende sensortypes worden geprogrammeerd en krijgen een code binnen het Vlaams Sensorenregister (VSR):
- S1 Referentiemeetmodule: analyzers conform de Vlaamse Meetnorm VMN 2026/02, met herleidbaarheid tot nationale standaarden voor NO2, O3, PM2,5 en PM10.
- S2 Indicatieve sensor: optische of elektrochemische sensoren met aantoonbare conformiteit met de Prestatiekaderproef PKP-2026/04, inzetbaar voor trendanalyse en ruimtelijke interpolatie.
- S3 Microsensorcluster: geïntegreerde module met minstens drie verschillende sensortechnologieën voor multipollutantmeting, inclusief automatische temperatuur- en vochtcompensatie.
- S4 Mobiel meetplatform: op voertuig, vaartuig of draagbaar platform gemonteerde meetopstelling met GNSS-synchronisatie en gebeurtenislogboek conform de Lognorm LN-2026/01.
Voor elke geprogrammeerde code wordt de inzet beperkt tot de doeleinden zoals vermeld in dit besluit en in de bij de codes horende technische fiches van het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat.
Artikel 2. ( 01/09/2026 - Identificatie en opnamecriteria )
Elk sensortype bedoeld in artikel 1 wordt geïdentificeerd door een unieke VSR-code, een serienummer en een kalibratiestatus. Opname in het geïntegreerd luchtkwaliteitsbeheer is onderworpen aan de volgende criteria:
- een conformiteitsverklaring met de toepasselijke normen, met name VMN 2026/02, PKP-2026/04 en LN-2026/01, afgegeven door een door de Vlaamse overheid erkend laboratorium;
- een geldige kalibratiecertificatie, zoals bepaald in hoofdstuk 1, afdeling 2, gekoppeld aan het apparaat en traceerbaar tot op sensorelementniveau;
- aantoonbare interoperabiliteit met de gegevensuitwisselingsstandaard GXS-26 en het beveiligingsprofiel BVP-2026/03;
- een minimale gegevensbeschikbaarheid van 98,0% per kalenderkwartaal, berekend exclusief vooraf gemelde onderhoudsvensters van maximaal 120 minuten per kalenderweek en geregistreerd in het onderhoudslogboek OBL-26, met automatische datakwaliteitsvlagging conform de Procedure voor Gegevensvalidatie PGV-2026/05.
Afdeling 2. Kalibratievormen en inzetmodaliteiten in het geïntegreerd luchtkwaliteitsbeheer
Artikel 3. ( 01/09/2026 - Kalibratievormen )
De volgende kalibratievormen worden voor de in artikel 1 geprogrammeerde sensortypes goedgekeurd en toegewezen:
- K1 Fabriekskalibratie: basisinstelling door de fabrikant, vereist voor S2, S3 en S4, met documentatie van gebruikte referenties en onzekerheidsbudget volgens RPL-2026/07.
- K2 Laboratoriumkalibratie: kalibratie door een geaccrediteerd laboratorium, vereist voor S1 en S3, met meettechnieken conform de Referentieprocedure Luchtkwaliteit RPL-2026/07 en een maximaal toelaatbare meetonzekerheid van 5% voor debietgebonden analyzers en 7% voor optische meetprincipes.
- K3 Veldco-locatiekalibratie: in-situ afregeling door co-locatie met een S1-referentiemeetmodule gedurende minimaal 14 opeenvolgende etmalen met een inlaatafstand van hoogstens 3 meter en een loginterval van 60 seconden, vereist voor S2, S3 en S4.
- K4 In-situ nulpunt- en spankalibratie: periodieke verificatie op locatie met nulgas en referentiegas of filters, verplicht voor S1 en S3 met een frequentie als bepaald in artikel 4.
De geldigheidsduur van de kalibratie bedraagt maximaal 365 dagen voor K2 en K3 en 180 dagen voor K4. K1 geldt tot de eerstvolgende uitgevoerde K2 of K3.
Artikel 4. ( 01/09/2026 - Verificatie, frequenties en rapportering )
De verificatie en herkalibratie van geprogrammeerde sensortypes verlopen als volgt:
- S1: K2 initieel en jaarlijks; K4 ten minste maandelijks; functionele controle om de 7 dagen met automatische driftanalyse.
- S2: K1 initieel; K3 ten minste halfjaarlijks; extra K3 verplicht na firmwarewijzigingen met invloed op meetketen.
- S3: K2 initieel; K3 per kwartaal; K4 per kwartaal of frequenter indien de omgevingscondities de drempels van de Omgevingsstresstoets OST-2026/02 overschrijden.
- S4: K1 initieel; K3 minimaal eenmaal per 180 dagen; post-missievalidatie binnen 72 uur na inzet.
De exploitant dient binnen 10 werkdagen na elke kalibratie of verificatie een digitaal certificaat en het bijhorende onzekerheidsbudget over te maken aan het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat via de module KALM-26, in PDF/A-3-formaat met ingesloten CSV-bijlage en voorzien van een geavanceerde elektronische handtekening conform de eIDAS-verordening (EU) nr. 910/2014. Niet-naleving leidt tot de schorsing van de VSR-code tot regularisatie.
Hoofdstuk 2. Structuuronderdelen in het openbaar en particulier continu gecertificeerd meetnetwerk
Afdeling 1. Structuuronderdelen in het openbaar meetnetwerk segment 3
Artikel 5. ( 01/09/2026 - Structuuronderdelen segment 3 )
Het openbaar continu gecertificeerd meetnetwerk omvat in segment 3 de volgende structuuronderdelen:
- Vaste meetstations type A: stations met S1-modules voor NO2, O3, PM2,5 en PM10, uitgerust met meteorologische basisparameters en redundante voeding.
- Microstations type B: compactstations met S3-modules voor fijnmazige ruimtelijke dekking in stedelijke gebieden, gekoppeld aan ten minste één type A-station binnen een straal van 5 km.
- Backhaul- en dataloggingeenheden: dataloggers met tijdsynchronisatie via NTP/PTP en versleutelde transmissie naar het centrale dataplatform, conform GXS-26, met een lokale ringbuffer voor minimaal 14 dagen aan ruwe gegevens bij 1-minuutresolutie.
Elk structuuronderdeel in segment 3 beschikt over een conformiteitscertificaat afgegeven door de Vlaamse Certificeringscel Luchtkwaliteit (VCL) en een toegewezen beheerder binnen het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat.
Artikel 6. ( 01/09/2026 - Plaatsingscriteria en programmatie segment 3 )
De plaatsingscriteria en programmatie voor segment 3 luiden als volgt:
- minimale stationdichtheid van 1 type A-station per 150.000 inwoners in stedelijke gebieden en 1 per 300.000 inwoners in landelijke gebieden;
- verplichte prioritering van blootstellingshotspots en zones met structurele normoverschrijdingen, zoals vastgesteld in de jaarbalans van het voorgaande meetjaar;
- koppeling van elk microstation type B aan een nabijgelegen type A-station voor continue kwaliteitsborging via co-locatiecycli;
- programmatieplanning per kalenderjaar, goedgekeurd door de bevoegde minister op voorstel van het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat, na advies van de Strategische Stuurgroep Meetnetten.
Afdeling 2. Structuuronderdelen in het openbaar meetnetwerk segment 4
Artikel 7. ( 01/09/2026 - Structuuronderdelen segment 4 )
Segment 4 van het openbaar continu gecertificeerd meetnetwerk omvat:
- Supersites type S: onderzoeks- en kalibratiehubs met uitgebreide analysecapaciteit, waaronder zwarte koolstof, ultrafijn stof en speciaties, ingezet voor methodologische verankering en referentieco-locaties;
- Mobiele respons-eenheden type M: snel inzetbare S4-platformen voor episodische vervuilingssituaties en gerichte campagnes;
- Ondersteunende kalibratie-infrastructuur: nulgasgeneratoren, referentiegasbanken en aerosolgenerators conform RPL-2026/07 en VMN 2026/02.
De governance van segment 4 berust bij het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat, met betrokkenheid van kennisinstellingen via samenwerkingsovereenkomsten die de kwaliteits- en datadelingseisen borgen.
Artikel 8. ( 01/09/2026 - Continuïteit, redundantie en onderhoud )
Voor segment 4 gelden de volgende continuïteits- en onderhoudsvereisten:
- minimale maandelijkse gegevensbeschikbaarheid van 98,5% voor supersites type S en 95,0% voor mobiele respons-eenheden type M;
- redundantie van kritische analyzers op supersites door dubbele S1-modules met automatische failover;
- gepland preventief onderhoud per kwartaal en conditioneel onderhoud op basis van driftindicatoren vastgesteld in PGV-2026/05;
- documentatie van alle interventies in het onderhoudslogboek OBL-26, gekoppeld aan de VSR-code.
Afdeling 3. Niet-duale structuuronderdelen in het particulier meetnetwerk
Artikel 9. ( 01/09/2026 - Niet-duale structuuronderdelen particulier )
Niet-duale structuuronderdelen in het particulier meetnetwerk zijn eenheden die autonoom worden geëxploiteerd door particuliere rechtspersonen en die, na certificering, gegevens leveren aan het centrale dataplatform. Zij omvatten:
- particuliere vaste stations met S2- of S3-modules voor indicatieve metingen;
- particuliere microstations in binnenstedelijke fijnmazige rasterprojecten, gekoppeld aan referentiepunten voor kwaliteitsborging;
- particuliere mobiele meetopstellingen voor tijdelijke karakterisaties, mits voorafgaande inzetmelding.
De integratie in de publieke dataruimte gebeurt via een datadelingsovereenkomst en een API-koppeling conform GXS-26. De datakwaliteit wordt geëtiketteerd als “gecertificeerd-indicatief” indien aan de vereisten van dit besluit is voldaan.
Artikel 10. ( 01/09/2026 - Certificering en aansluiting particulier )
Voor de certificering en aansluiting van niet-duale particuliere structuuronderdelen gelden de volgende stappen:
- aanvraag bij de Vlaamse Certificeringscel Luchtkwaliteit (VCL) met technische fiche, kalibratiedossier en gegevensbeveiligingsplan;
- documentaudit door VCL binnen 30 kalenderdagen na ontvankelijkverklaring;
- proefperiode van 60 kalenderdagen met realtime datalevering en validatie door het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat;
- afgifte van een certificaat met looptijd van 24 maanden en toekenning van etikettering binnen het centrale dataplatform.
Een weigering wordt met redenen omkleed en vermeldt de herstelmaatregelen en termijnen voor een hernieuwde aanvraag.
Afdeling 4. Duale structuuronderdelen in het particulier meetnetwerk
Artikel 11. ( 01/09/2026 - Duale structuuronderdelen en co-locatie )
Duale structuuronderdelen zijn particuliere eenheden die in co-locatie met of onder gedeelde exploitatieafspraken met openbare structuuronderdelen functioneren. Zij voldoen aan de volgende vereisten:
- een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat, waarin data-eigenaarschap, kwaliteitscontroles en interventiebevoegdheden zijn vastgelegd;
- verplichte K3-veldco-locatiekalibratie met het geassocieerde openbare station gedurende minimaal 21 opeenvolgende etmalen bij de opstart en jaarlijks, met identieke inlaathoogte van 3,0 m (tolerantie ±0,2 m) en een horizontale scheiding van maximaal 2,5 m;
- gedeelde telemetrie met prioritaire kwaliteitscontrolepaden en uniforme validatieregels conform PGV-2026/05;
- toepassing van het beveiligingsprofiel BVP-2026/03 voor alle data- en beheerverbindingen.
Artikel 12. ( 01/09/2026 - Opleiding, erkenning en toezicht )
Exploitanten van duale particuliere structuuronderdelen volgen een door de Vlaamse overheid erkend opleidingsprogramma LKM-26 inzake kalibratie, onderhoud en datavalidatie. Het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat:
- houdt een register bij van erkende operatoren en koppelt de erkenning aan de VSR-codes waarvoor zij bevoegd zijn;
- voert steekproefsgewijs toezicht uit op co-locatieprestaties en herkalibratie-naleving;
- kan, bij herhaaldelijke tekortkomingen, de erkenning schorsen of intrekken en de datastromen van het betrokken structuuronderdeel blokkeren tot remediëring.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 13. ( 01/09/2026 - Monitoring en evaluatie )
Het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat rapporteert jaarlijks vóór 30 april aan de Vlaamse Regering over:
- de uitvoering van de programmatie van sensortypes en kalibratievormen;
- de dekkingsgraad en beschikbaarheid van de structuuronderdelen in de segmenten 3 en 4 van het openbaar meetnetwerk en in het particuliere meetnetwerk;
- de gemeten prestaties ten opzichte van de normen VMN 2026/02, PKP-2026/04, RPL-2026/07 en PGV-2026/05;
- eventuele bijsturingen die voor het daaropvolgende meetjaar wenselijk zijn.
Artikel 14. ( 01/09/2026 - Overgangsbepalingen )
De volgende overgangsmaatregelen zijn van toepassing:
- bestaande sensoren en stations die vóór 1 januari 2026 in gebruik zijn genomen, behouden hun inzet tot uiterlijk 31 december 2026, mits zij uiterlijk op 30 september 2026 voldoen aan de kalibratie- en rapporteringsvereisten van dit besluit;
- de bestaande interne typecoderingen worden door het Agentschap Lucht, Omgeving en Klimaat geconverteerd naar de VSR-codes S1 tot en met S4 binnen 60 kalenderdagen na inwerkingtreding;
- lopende samenwerkingsovereenkomsten met particuliere exploitanten worden binnen 90 kalenderdagen na inwerkingtreding aangepast aan de bepalingen inzake duale en niet-duale structuuronderdelen.
Artikel 15. ( 01/09/2026 - Inwerkingtreding )
Dit besluit treedt in werking op 1 september 2026.