Besluit tot toewijzing vanuit een personeelskrediet vanuit de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026

Dit besluit regelt de verdeling, besteding en eventuele herverdeling van het personeelsbudget van de Vlaamse overheid voor 2026 over alle betrokken diensten.
Samenvatting in gewone taal
Dit besluit legt vast hoeveel geld de Vlaamse overheid in 2026 uittrekt voor lonen en andere personeelskosten, en hoe dat geld over de diensten wordt verdeeld. Het gaat om 3,62 miljard euro. Richtwaarden: 61% voor lonen van vastbenoemden, 23,5% voor lonen van contractuelen, 14,5% voor werkgeversbijdragen en sociale lasten, 1% voor andere personeelsuitgaven zoals toelagen en maaltijdtoelagen. Deze verdeling is een richtsnoer, geen harde grens per categorie. Een deel van het budget wordt toegewezen per beleidsdomein: Kansrijke Samenleving en Welzijn 1.145 miljoen euro, Onderwijs en Vorming 1.320 miljoen euro, Mobiliteit en Openbare Werken 410 miljoen euro, Omgeving en Energie 295 miljoen euro. Tijdens het jaar kan de Vlaamse Regering, of wie zij machtigt, bedragen tussen entiteiten herverdelen. Voor wie? Voor de beleidsdomeinen, agentschappen en interne diensten die met middelen uit de algemene uitgavenbegroting werken, en hun medewerkers. Zelfstandige publieke rechtspersonen met een eigen personeelsbudget vallen er niet onder. Het besluit geldt vanaf 1 januari 2026.
Documenttype
Besluit
Publicatiedatum
21 juli 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
Vlaamse Gemeenschap begroting 2026 personeelskrediet toewijzing herverdeling personeelsuitgaven

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 12 november 2021 betreffende het beheer van personeelskredieten binnen de Vlaamse Gemeenschap;

Gelet op het begrotingsdecreet voor het begrotingsjaar 2026 van 8 december 2025;

Gelet op het advies van de begrotingsinspecteur, gegeven op 21 oktober 2025;

Gelet op het akkoord van de minister, bevoegd voor Financiën en Begroting, gegeven op 28 oktober 2025;

Op voorstel van de minister, bevoegd voor Financiën en Begroting, en de minister, bevoegd voor Bestuurszaken;

Na beraadslaging,

Besluit:

Artikel 1. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )

Dit besluit regelt de toewijzing en het gebruik van het personeelskrediet van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

  1. personeelskrediet: de op de algemene uitgavenbegroting ingeschreven kredieten voor bezoldigingen, vergoedingen, toelagen, werkgeversbijdragen en aanverwante personeelsuitgaven van de diensten en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren;
  2. entiteit: een beleidsdomein, agentschap of intern verzelfstandigde dienst met of zonder rechtspersoonlijkheid die onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de Vlaamse Regering ressorteert;
  3. toewijzing: de door dit besluit bepaalde verdeling van het globale personeelskrediet over de entiteiten;
  4. herverdeling: de tijdens het begrotingsjaar door de Vlaamse Regering of haar gemachtigden goedgekeurde aanpassing van een eerdere toewijzing tussen entiteiten;
  5. vastlegging: elke juridische verbintenis die een uitgave ten laste van het personeelskrediet doet ontstaan.
Dit besluit is van toepassing op alle entiteiten van de Vlaamse overheid die ten laste van de algemene uitgavenbegroting worden gefinancierd, met uitzondering van autonome publiekrechtelijke rechtspersonen met eigen personeelskredieten buiten de algemene uitgavenbegroting.

Artikel 2. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )

Het globale personeelskrediet van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026 wordt vastgesteld op 3.620.000.000 euro in vastleggingskredieten en in vereffeningskredieten. De verdeling naar uitgavencategorieën wordt indicatief bepaald als volgt:

  1. bezoldigingen vastbenoemd personeel: 61,0%;
  2. bezoldigingen contractueel personeel: 23,5%;
  3. werkgeversbijdragen en sociale lasten: 14,5%;
  4. overige personeelsuitgaven, inclusief toelagen, vergoedingen en maaltijdtoelagen: 1,0%.
De in het eerste lid bedoelde verdeling geldt als richtwaarde voor de initiële toewijzing en vormt geen afzonderlijke begrotingslimiet per categorie, onverminderd de toepassing van de comptabele voorschriften.

Artikel 3. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )

Het in artikel 2 bedoelde globale personeelskrediet wordt voor het begrotingsjaar 2026 toegewezen aan de entiteiten als volgt:

  1. beleidsdomein Kansrijke Samenleving en Welzijn: 1.145.000.000 euro;
  2. beleidsdomein Onderwijs en Vorming: 1.320.000.000 euro;
  3. beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken: 410.000.000 euro;
  4. beleidsdomein Omgeving en Energie: 295.000.000 euro;
  5. beleidsdomein Economie, Innovatie en Werk: 260.000.000 euro;
  6. beleidsdomein Cultuur, Jeugd en Media: 80.000.000 euro;
  7. beleidsdomein Bestuurszaken en Digitalisering: 90.000.000 euro;
  8. beleidsdomein Buitenlands Beleid en Ontwikkelingssamenwerking: 20.000.000 euro.
De in het eerste lid bedoelde toewijzing is gebaseerd op de personeelsformatie en bezettingsgraad op 1 oktober 2025, de geactualiseerde raming van instroom en uitstroom in 2026, de indexatie- en barema-effecten en de door de Vlaamse Regering goedgekeurde personeelsprojecten. De leidend ambtenaar van elke entiteit is verantwoordelijk voor de aanwending van de toegewezen kredieten binnen de geldende rechtsposities, bezoldigingsregelingen en begrotingsvoorschriften.

Artikel 4. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )

Van het globale personeelskrediet wordt een centrale provisie van 0,8% ingehouden bij het Departement Financiën en Begroting, bestemd voor:

  1. de dekking van onvoorziene personeelskostschommelingen, inclusief loopbaanversnellingen en werkgeversbijdragen;
  2. de financiering van door de Vlaamse Regering in de loop van 2026 te beslissen horizontale HR-projecten;
  3. de gedeeltelijke compensatie van tekorten ten gevolge van niet-vermijdbare verplichtingen.
De vrijgave van kredieten uit de centrale provisie gebeurt bij ministerieel besluit van de minister, bevoegd voor Financiën en Begroting, op gemotiveerde aanvraag van de betrokken entiteit en na advies van de Dienst Personeelsbegroting. De aanvraag bevat minstens:
  1. een onderbouwde raming van de bijkomende personeelsuitgaven;
  2. de oorzaken van de meerkost en de reeds genomen mitigerende maatregelen;
  3. de impact op de personeelsformatie en op de realisatie van beleidsdoelstellingen.
De vrijgave kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien de aanvraag onvolledig is, de uitgaven vermijdbaar zijn of indien niet voldaan is aan de rapporteringsverplichtingen bedoeld in artikel 6.

Artikel 5. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )

Herverdelingen van personeelskredieten tussen entiteiten binnen hetzelfde beleidsdomein kunnen, binnen een marge van maximaal 2% van de initiële toewijzing van de betrokken entiteiten, worden goedgekeurd door de secretaris-generaal van het Departement Financiën en Begroting, na advies van de Dienst Personeelsbegroting. Herverdelingen boven deze marge vereisen een beslissing van de Vlaamse Regering.

Elke herverdeling:

  1. is budgettair neutraal op het niveau van het globale personeelskrediet;
  2. respecteert de rechtspositieregelingen en de personeelskaders van de betrokken entiteiten;
  3. treedt niet in werking voor de maand die volgt op de datum van goedkeuring.
Aanvragen tot herverdeling worden ingediend uiterlijk op de tiende kalenderdag van de maand en behandeld in de daaropvolgende maandcyclus.

Artikel 6. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )

Elke entiteit rapporteert per kwartaal, uiterlijk op de twintigste dag van de maand volgend op het kwartaal, aan het Departement Financiën en Begroting over de uitvoering van het personeelskrediet. De rapportering bevat minstens:

  1. de realisatie van uitgaven ten opzichte van de toewijzing, uitgesplitst naar de categorieën vermeld in artikel 2;
  2. de evolutie van de personeelsbezetting in voltijdse equivalenten en koppen;
  3. de impact van indexering, baremische verhogingen en premies;
  4. een prognose voor de resterende kwartalen en het jaareinde.
Het Departement Financiën en Begroting kan, na voorafgaande kennisgeving, de rapporteringsvormen en -templates uniformeren. Entiteiten die niet tijdig en volledig rapporteren kunnen tijdelijk onder verhoogd krediettoezicht worden geplaatst, met blokkering van 1% van hun resterende personeelskrediet tot regularisatie.

Artikel 7. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )

Uitgaven die worden vastgesteld in strijd met dit besluit of met de toewijzingsbeslissingen, kunnen geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd via een negatieve herverdeling bij de betrokken entiteit. In voorkomend geval is een nalatigheidsinterest verschuldigd gelijk aan de door de Vlaamse kas toegepaste referentierente verhoogd met 2,5 procentpunt, berekend pro rata temporis vanaf de datum van de onregelmatige vastlegging tot de datum van regularisatie.

De interne auditdiensten van de Vlaamse overheid en het Departement Financiën en Begroting oefenen toezicht uit op de naleving van dit besluit. Entiteiten verlenen toegang tot alle relevante documenten en gegevens die verband houden met de uitvoering van het personeelskrediet, met inachtneming van de toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming.

Artikel 8. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )

De minister, bevoegd voor Financiën en Begroting, en de minister, bevoegd voor Bestuurszaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op alle vastleggingen en betalingen die betrekking hebben op het begrotingsjaar 2026.