Besluit tot toewijzing vanuit een sectoraal opleidingskrediet van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026
- Documenttype
- Besluit
- Publicatiedatum
- 23 mei 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- sectoraal opleidingskrediet begroting 2026 Werk en Sociale Economie toewijzing opleiding en vorming Vlaamse Gemeenschap
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2. Kredieten en verdeling
Hoofdstuk 3. Toekennings- en betalingsmodaliteiten
Hoofdstuk 4. Rapportering, toezicht en terugvordering
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 12 juli 2024 betreffende de sectorale opleidingsinspanningen in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid artikel 23, § 1, 5°, en artikel 28;
Gelet op de Vlaamse Codex Financiën en Begroting, gecoördineerd op 29 maart 2019, inzonderheid artikel 42 en artikel 73;
Gelet op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026, afdeling Werk en Sociale Economie, programma 33.20, basisallocatie 3320/154 “Sectoraal opleidingskrediet”;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14 november 2025;
Gelet op de akkoordbevinding van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, van 20 november 2025;
Gelet op advies 73.214/1 van de Raad van State, gegeven op 12 december 2025, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk en Vorming;
Na beraadslaging,
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
Dit besluit regelt de toewijzing van middelen vanuit het sectoraal opleidingskrediet van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026, met het oog op het ondersteunen van sectorale opleidingsinitiatieven die bijdragen tot het verhogen van de werkende en lerende bevolking haar competenties in Vlaanderen.
Artikel 2. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
- sectoraal fonds: een door de sociale partners opgericht en in Vlaanderen actief fonds dat ontworpen is om sectorale vormings- en tewerkstellingsinitiatieven te ondersteunen en dat beschikt over rechtspersoonlijkheid;
- opleidingskrediet 2026: de in artikel 3 bepaalde begrotingsenveloppe, bestemd voor toewijzingen aan sectorale opleidingen in het begrotingsjaar 2026;
- project: een afgebakend opleidingsinitiatief met duidelijke doelstellingen, doelgroep, inhoud, uitvoeringsperiode en begroting;
- begunstigde: een sectoraal fonds of een door dat fonds gemachtigde rechtspersoon die een toewijzing ontvangt binnen dit besluit;
- subsidiabele kost: een kost die voldoet aan de voorwaarden van artikel 8;
- administratie: het Departement Werk en Sociale Economie, Afdeling Vormingsbeleid.
Hoofdstuk 2. Kredieten en verdeling
Artikel 3. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
Het opleidingskrediet 2026 wordt vastgelegd op 100 000 000 euro, ten laste van programma 33.20, basisallocatie 3320/154 van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026. De verdeling per sector is als volgt:
- Zorg en welzijn: 24 000 000 euro;
- Bouw: 13 000 000 euro;
- Industrie en maakbedrijven: 12 000 000 euro;
- Logistiek en mobiliteit: 9 000 000 euro;
- Digitalisering en ICT: 16 000 000 euro;
- Duurzame energie en groene transitie: 12 000 000 euro;
- Sociaal-culturele en creatieve sector: 6 000 000 euro;
- Land- en tuinbouw: 4 000 000 euro;
- Onvoorziene en herverdelingsreserve: 4 000 000 euro.
Artikel 4. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
De administratie kan, na gemotiveerd voorstel en na goedkeuring door de Vlaamse minister, bevoegd voor Werk en Vorming:
- de in artikel 3 vastgestelde bedragen tussen sectoren herverdelen indien de ingediende en goedgekeurde projectportefeuilles van een sector het toegekende budget niet volledig benutten op 30 september 2026;
- middelen uit de onvoorziene en herverdelingsreserve toewijzen aan sectoroverschrijdende projecten die aantoonbaar meer dan één sector bedienen en waarvoor een gezamenlijke indiening werd gedaan;
- middelen vrijgeven uit de onvoorziene en herverdelingsreserve aan sectoren met bewezen onderfinanciering ten gevolge van een uitzonderlijk hoge projectinstroom die voldoet aan de in dit besluit vastgelegde voorwaarden.
Artikel 5. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
Om in aanmerking te komen voor toewijzing moeten sectorale fondsen cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden:
- beschikken over een geldige erkenning of convenant met de Vlaamse overheid inzake vorming of arbeidsmarktbeleid voor de periode 2025-2027;
- aantonen dat per project minstens 20% van de totale projectkost uit private of sectorale middelen wordt gecofinancierd, exclusief bijdragen uit andere Vlaamse subsidieregelingen;
- projecten richten op werkenden, werkzoekenden, leerlingen in alternerend leren of schoolverlaters binnen de sectorale afbakening, met prioritaire aandacht voor knelpuntberoepen en digitale en groene vaardigheden;
- projecten uitvoeren op het grondgebied van het Vlaamse Gewest en, waar relevant, in samenwerking met VDAB en erkende opleidingsverstrekkers;
- een interne controle- en rapporteringssysteem toepassen dat toelaat de subsidieaanwending te verifiëren op project- en kostenniveau.
Hoofdstuk 3. Toekennings- en betalingsmodaliteiten
Artikel 6. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
De toewijzing gebeurt op basis van door de sectorale fondsen ingediende projectfiches, conform het door de administratie bekendgemaakte sjabloon. Voor 2026 gelden volgende indienings- en beslistermijnen:
- eerste indiendatum: 15 februari 2026; kennisgeving beslissing uiterlijk 31 maart 2026;
- tweede indiendatum: 15 mei 2026; kennisgeving beslissing uiterlijk 30 juni 2026;
- derde indiendatum: 15 september 2026; kennisgeving beslissing uiterlijk 31 oktober 2026.
Artikel 7. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
De betaling aan de begunstigde gebeurt in schijven:
- een voorschot van 40% binnen dertig kalenderdagen na betekening van de toewijzingsbeschikking;
- een tussentijdse schijf van 40% na indiening en goedkeuring van een voortgangsrapport en tussentijdse financiële staat per 15 september 2026;
- een saldobetaling van maximaal 20% na goedkeuring van het eindrapport en de eindafrekening, in te dienen uiterlijk op 31 maart 2027.
Artikel 8. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
Als subsidiabele kosten worden uitsluitend aanvaard:
- personeelskosten voor trainers, leerbegeleiders en projectcoördinatie, berekend volgens reële loonkosten inclusief wettelijk verschuldigde werkgeverslasten;
- ontwikkelingskosten voor opleidingsinhoud en -materialen, beperkt tot 15% van de totale projectkost;
- huur van lokalen, didactisch materiaal en digitale leeromgevingen, voor zover marktconform en uitsluitend gebruikt voor het project;
- licenties voor opleidingssoftware en e-learning, beperkt tot de projectduur;
- verplaatsingskosten van cursisten en trainers binnen Vlaanderen, volgens de geldende forfaits van de Vlaamse overheid;
- algemene kosten (overhead) tot maximaal 7% van de aanvaarde directe kosten.
Artikel 9. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
Begunstigden verbinden zich ertoe:
- in alle externe communicatie over het project de vermelding “Met steun van de Vlaamse overheid” op te nemen en de huisstijlrichtlijnen van de Vlaamse overheid na te leven;
- de door de administratie gevraagde deelnemers- en resultaatgegevens aan te leveren via het opgelegde digitale registratiesysteem, met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming;
- samen te werken met VDAB voor wat betreft afstemming op het activerings- en opleidingsaanbod en het vermijden van dubbelfinanciering.
Hoofdstuk 4. Rapportering, toezicht en terugvordering
Artikel 10. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
De begunstigde bezorgt de administratie:
- een voortgangsrapport per 15 september 2026 met een overzicht van de gerealiseerde activiteiten, bereikte deelnemers, eerste resultaten en de tussentijdse financiële staat;
- een eindrapport uiterlijk op 31 maart 2027 met een evaluatie tegen de vooropgestelde doelstellingen, onderbouwd met indicatoren inzake instroom, doorstroom, voltooiing en, waar toepasselijk, uitstroom naar werk, en met de eindafrekening voorzien van verifieerbare bewijsstukken.
Artikel 11. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
De administratie en de door haar aangewezen controleorganen beschikken over een recht op inzage in alle relevante documenten en op plaatsbezoek, gedurende de projectduur en tot vijf jaar na de saldobetaling. Indien bij controle substantiële onregelmatigheden worden vastgesteld, kan de administratie:
- de betrokken kosten verwerpen en in mindering brengen van de subsidie;
- de betaling van nog uit te keren schijven schorsen of verminderen;
- de toewijzing geheel of gedeeltelijk intrekken in geval van bedrog, ernstige nalatigheid of herhaalde niet-naleving.
Artikel 12. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
Onverschuldigd betaalde bedragen worden teruggevorderd volgens de bepalingen van de Vlaamse Codex Financiën en Begroting. Bij niet-tijdige terugbetaling is van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke interest verschuldigd vanaf de dag van kennisgeving van de terugvorderingsbeslissing. De administratie kan een afbetalingsplan toestaan mits voldoende waarborgen en binnen de grenzen van de begrotingsregelgeving.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 13. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op toewijzingen en betalingen binnen het begrotingsjaar 2026, met inbegrip van saldobetalingen verricht conform artikel 7, tweede lid.
Artikel 14. ( 01/01/2026 - inwerkingtreding )
De Vlaamse minister, bevoegd voor Werk en Vorming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.