Besluit tot toewijzing vanuit het sectoraal opleidingskrediet ingeschreven onder begrotingsartikel CB0-1CWO3SF-TR van de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026
- Documenttype
- Besluit
- Publicatiedatum
- 9 mei 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- Begroting Sectoraal opleidingskrediet Opleiding en vorming Competentieontwikkeling Sectorfondsen Subsidies
De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 19 december 2025 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026, inzonderheid op begrotingsartikel CB0-1CWO3SF-TR, ingeschreven onder de beleidsdoelstelling “sectoraal opleidingskrediet”;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2025 houdende vaststelling van de algemene regels voor de toekenning, uitvoering en verantwoording van sectoraal opleidingskrediet (hierna: kaderbesluit sectoraal opleidingskrediet);
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 8 januari 2026;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 14 januari 2026;
Op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor Werk en Opleiding, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting;
Na beraadslaging,
Besluit:
Artikel 1. ( 01/03/2026 - Voorwerp en toewijzing )
Er wordt voor het begrotingsjaar 2026 uit het sectoraal opleidingskrediet, ingeschreven onder begrotingsartikel CB0-1CWO3SF-TR van de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, een bedrag van maximaal 62.400.000 euro toegewezen aan erkende sectorale vormings- en opleidingsfondsen en aan interprofessionele opleidingsorganisaties voor de uitvoering van opleidings- en competentieversterkende projecten die beantwoorden aan de doelstellingen, voorwaarden en procedures, vastgesteld in dit besluit en in het kaderbesluit sectoraal opleidingskrediet.
Artikel 2. ( 01/03/2026 - Begripsomschrijvingen )
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
- agentschap: het Agentschap voor Opleidingskansen en Competentiebeleid (AOC);
- sectorfonds: een rechtspersoonlijkheid bezittende, in Vlaanderen werkzame entiteit die bij collectieve arbeidsovereenkomst of door paritair orgaan belast is met het organiseren of financieren van opleiding en vorming binnen een afgebakende sector;
- interprofessionele opleidingsorganisatie: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie met als essentieel doel het sectordoorsnijdend ontwikkelen en aanbieden van opleidingen en leermiddelen voor werknemers en werkgevers;
- opleidingsproject: een afgebakend geheel van activiteiten gericht op competentieversterking, opleiding of bijscholing van werknemers of werkenden, met aantoonbare sectorale relevantie en meetbare doelstellingen;
- subsidiabele uitgaven: de in artikel 4 bedoelde kosten, voor zover noodzakelijk, redelijk en rechtstreeks toe te rekenen aan het opleidingsproject.
Artikel 3. ( 01/03/2026 - Bestemmingen en verdelingssleutel )
Het in artikel 1 bedoelde bedrag wordt bestemd voor de financiering van opleidingsprojecten die inzetten op:
- basis- en bijscholing in functie van technologische en organisatorische transities;
- het verhogen van de opleidingsdeelname van laag- en middengeschoolden;
- de ontwikkeling en implementatie van digitale leertrajecten en blended leren;
- de erkenning en validering van verworven competenties in sectorale context.
De verdeling van het beschikbare krediet tussen de in artikel 1 bedoelde begunstigden gebeurt als volgt:
- 40% als vaste schijf, gelijk verdeeld over de sectorfondsen die uiterlijk op 31 december 2025 geregistreerd zijn bij het agentschap, en over de interprofessionele opleidingsorganisaties die uiterlijk op dezelfde datum door het agentschap zijn erkend;
- 60% pro rata het aantal in Vlaanderen tewerkgestelde voltijdse equivalenten op 30 juni 2024 binnen het toepassingsgebied van elk sectorfonds, op basis van door het agentschap gevalideerde sociaalrechtelijke brongegevens.
Het agentschap publiceert binnen vijftien kalenderdagen na de inwerkingtreding van dit besluit de berekeningswijze, de onderliggende gegevens en de voorlopige toewijzingsbedragen op zijn website. Begunstigden kunnen binnen tien kalenderdagen na die publicatie een gemotiveerde opmerking indienen. Het agentschap neemt binnen twintig kalenderdagen na het verstrijken van die termijn een definitieve beslissing over de toewijzingsbedragen.
Artikel 4. ( 01/03/2026 - Subsidiabele en niet-subsidiabele uitgaven )
Subsidiabele uitgaven omvatten uitsluitend:
- kosten voor de ontwikkeling, actualisering en vertaling van opleidingsinhouden, syllabi en digitale leermiddelen;
- vergoedingen voor interne en externe lesgevers, inclusief voorbereidingstijd en evaluatie;
- licentiekosten voor leerplatformen en gebruiksrechten van leermiddelen voor de duur van het project;
- kosten voor intake, screening, trajectbegeleiding en evaluatie van cursisten;
- kosten voor externe kwaliteitsborging en effectmeting.
De volgende beperkingen zijn van toepassing:
- algemene werkings- en beheerskosten zijn enkel subsidiabel als overhead tot maximaal 7% van de rechtstreeks aan het project toe te rekenen kosten;
- communicatie- en wervingskosten bedragen samen maximaal 2% van de rechtstreeks aan het project toe te rekenen kosten;
- materiële investeringen zijn slechts subsidiabel via lineaire afschrijving gedurende de projectduur, met een maximum van 15% van de rechtstreeks aan het project toe te rekenen kosten;
- kosten voor catering, relatiegeschenken en representatie zijn niet subsidiabel.
Artikel 5. ( 01/03/2026 - Indiendingsvereisten en beslissingsprocedure )
Voor de aanwending van de individuele toewijzing dient de begunstigde uiterlijk op 31 mei 2026 een projectdossier elektronisch in bij het agentschap. Het dossier bevat minstens:
- een projectbeschrijving met doelstellingen, doelgroep, activiteiten, planning en verwachte output- en outcome-indicatoren;
- een gedetailleerde begroting, met vermelding van subsidiabele uitgaven conform artikel 4 en geraamde cofinanciering;
- een risicoanalyse en kwaliteitsborgingsplan;
- een verklaring op erewoord betreffende de cumulatie met andere steunbronnen.
Het agentschap controleert de ontvankelijkheid binnen tien werkdagen na indiening. Onvolledige dossiers kunnen binnen een hersteltermijn van tien werkdagen worden aangevuld. Het agentschap beslist over de goedkeuring binnen zestig kalenderdagen na de ontvankelijkheidsverklaring. Het stilzitten van het agentschap geldt niet als een impliciete goedkeuring.
Artikel 6. ( 01/03/2026 - Uitbetaling, kasplanning en verrekening )
Na beslissing tot goedkeuring wordt de toewijzing uitbetaald in schijven als volgt:
- een voorschot van 50% binnen dertig kalenderdagen na de goedkeuringsbeslissing;
- een tussenschijf van 40% na voorlegging en goedkeuring van een voortgangsrapport en een staten van kosten die uit minstens 40% van de totale subsidiabele uitgaven blijkt;
- een saldo van 10% na voorlegging en goedkeuring van het eindverslag en de financiële eindafrekening.
Het agentschap kan bij de uitbetaling van de tussenschijf en het saldo voorlopige betalingen verrekenen en, in voorkomend geval, negatieve saldi compenseren met openstaande vorderingen op de begunstigde uit hoofde van eerdere beslissingen inzake sectoraal opleidingskrediet.
Artikel 7. ( 01/03/2026 - Controle, audit en terugvordering )
De begunstigde verleent het agentschap en de door het agentschap aangeduide controleorganen toegang tot alle relevante informatie, stukken en plaatsen die noodzakelijk zijn voor de controle op de uitvoering van het project, de besteding van de middelen en de naleving van de voorwaarden. De stukken worden gedurende vijf jaar na de goedkeuring van de eindafrekening bewaard.
Bij vaststelling van onregelmatigheden, niet-naleving van de voorwaarden of niet-uitvoering van het project kan het agentschap de toewijzing geheel of gedeeltelijk intrekken en de onverschuldigd betaalde bedragen terugvorderen, vermeerderd met verwijlintresten berekend aan de wettelijke intrestvoet vanaf de datum van uitbetaling tot de datum van terugbetaling. De terugbetaling gebeurt binnen dertig kalenderdagen na kennisgeving van de terugvorderingsbeslissing.
Artikel 8. ( 01/03/2026 - Rapportering en evaluatie )
De begunstigde bezorgt het agentschap uiterlijk op 30 september 2026 een voortgangsrapport met minstens een overzicht van de bereikte deelnemers, de gerealiseerde opleidingsuren, de voortgang op de indicatoren en een overzicht van de gemaakte kosten per kostencategorie.
Uiterlijk op 31 maart 2027 bezorgt de begunstigde een eindverslag en een financiële eindafrekening, gevalideerd door een externe accountant of een interne auditdienst die fungeert op directieniveau. Het agentschap maakt uiterlijk op 30 juni 2027 een syntheseverslag over de aanwending en de resultaten van het sectoraal opleidingskrediet 2026 over aan de Vlaamse Regering.
Artikel 9. ( 01/03/2026 - Cumulatie, herverdeling en doorloop )
De toewijzing uit dit besluit kan niet worden gecumuleerd met andere Vlaamse steun voor dezelfde, volledig of gedeeltelijk, subsidiabele uitgaven. Cumulatie met federale, Europese of lokale steun is toegestaan voor zover de totale steunintensiteit voor dezelfde uitgaven 100% niet overschrijdt en de desbetreffende steunregimes dit toelaten.
Onbenutte of vrijgevallen kredieten per 30 november 2026 kunnen door het agentschap worden herverdeeld onder andere begunstigden met een aantoonbare meeruitvoering. Middelen die in 2026 zijn vastgelegd voor goedgekeurde projecten kunnen tot en met 31 december 2027 worden uitbetaald, mits naleving van de in dit besluit gestelde voorwaarden.
Artikel 10. ( 01/03/2026 - Inwerkingtreding en bekendmaking )
Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2026. Het wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.