Besluit tot vastlegging van het totale aantal subsidiabele uren overwegveiligheidsinspectie voor de erkende diensten voor overwegveiligheidsinspectie en tot bepaling van het maximale aantal subsidiabele uren overwegveiligheidsinspectie per erkende dienst voor het werkjaar 2026
- Documenttype
- Besluit
- Publicatiedatum
- 13 mei 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- Overwegveiligheid Spoorwegen Inspectie Subsidies Begroting Erkenning
De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken,
Gelet op het decreet van 18 mei 2022 betreffende de verkeers- en spoorwegveiligheid, inzonderheid artikel 42, § 2, en artikel 55, § 1;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2024 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten voor overwegveiligheidsinspectie, inzonderheid artikel 26, § 3, en artikel 31, § 2, dat de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken machtigt om per werkjaar het totale aantal subsidiabele uren vast te leggen en maxima per erkende dienst te bepalen;
Gelet op de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026, afdeling 15, programma 15.7, basisallocatie 33.43 (Overwegveiligheid);
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14 oktober 2025;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, d.d. 28 oktober 2025;
Overwegende dat het voor een doelmatige planning en uitvoering van de overwegveiligheidsinspecties noodzakelijk is het totale aantal subsidiabele uren en de maxima per erkende dienst tijdig vast te leggen voor het werkjaar 2026;
Overwegende dat de vastlegging steunt op de risicoanalyse inzake overwegveiligheid en de raming van inspectiebehoeften, opgenomen in de omstandige nota van de Afdeling Spoor en Vervoer van 30 september 2025;
Beslist:
Artikel 1. ( 01/01/2026 - Voorwerp en definities )
Dit ministerieel besluit legt, voor het werkjaar 2026, het totale aantal subsidiabele uren overwegveiligheidsinspectie vast voor de erkende diensten voor overwegveiligheidsinspectie en bepaalt het maximale aantal subsidiabele uren per erkende dienst.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
- werkjaar 2026: de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026;
- erkende dienst: een rechtspersoon die beschikt over een geldige erkenning als dienst voor overwegveiligheidsinspectie overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2024 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten voor overwegveiligheidsinspectie;
- subsidiabel uur: een effectief gepresteerd uur dat rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van overwegveiligheidsinspecties zoals bedoeld in artikel 5 en dat is geregistreerd overeenkomstig de daar bepaalde modaliteiten;
- de administratie: het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Afdeling Spoor en Vervoer.
Artikel 2. ( 01/01/2026 - Totaal aantal subsidiabele uren werkjaar 2026 )
Het totale aantal subsidiabele uren voor de uitvoering van overwegveiligheidsinspecties door de erkende diensten in het werkjaar 2026 wordt vastgesteld op 32.000 uren.
Artikel 3. ( 01/01/2026 - Maximale subsidiabele uren per erkende dienst )
Voor het werkjaar 2026 worden de volgende maxima van subsidiabele uren per erkende dienst vastgesteld:
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Noord: maximaal 3.200 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Zuid: maximaal 3.200 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Centrum: maximaal 2.800 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Antwerpen-Haven: maximaal 3.000 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Limburg: maximaal 2.400 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Oost: maximaal 2.800 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie West: maximaal 2.800 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Kempen: maximaal 2.200 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Leie-Schelde: maximaal 2.200 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Dender-Dijlestreek: maximaal 2.000 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Brusselrand: maximaal 1.900 uren;
- Dienst Overwegveiligheidsinspectie Kust: maximaal 1.900 uren.
De som van de in het eerste lid vermelde maxima bedraagt 30.400 uren.
Artikel 4. ( 01/01/2026 - Reserve en herverdeling )
Van het in artikel 2 vastgestelde totaal wordt 1.600 uren als centrale reserve aangehouden bij de administratie.
De administratie kan, op gemotiveerd verzoek van een erkende dienst en na toetsing aan de in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2024 vastgestelde beoordelingscriteria, gedurende het werkjaar 2026 uren uit de centrale reserve toewijzen aan erkende diensten die:
- aantoonbaar bijkomende inspectiebehoeften hebben ingevolge risicogestuurde prioritering, ongevalsonderzoek of tijdelijke infrastructuurwijzigingen;
- hun in artikel 3 vastgesteld maximum aantoonbaar en duurzaam zullen bereiken en overschrijden op basis van de feitelijke planning en prestaties;
- uren kunnen overnemen die door andere erkende diensten niet realiseerbaar blijken vóór 31 december 2026.
De toewijzing van reserve-uren gebeurt bij schriftelijke beslissing van het diensthoofd van de Afdeling Spoor en Vervoer en uiterlijk tegen 30 september 2026. Niet-toegekende uren uit de centrale reserve vervallen op 31 december 2026.
Artikel 5. ( 01/01/2026 - Subsidiabiliteit en registratie van uren )
Voor subsidiëring komen uitsluitend volgende activiteiten in aanmerking, voor zover zij rechtstreeks verband houden met de veiligheid van overwegen en uitgevoerd worden door personeel van een erkende dienst:
- terreininspecties van overwegen, inclusief het vastleggen van bevindingen en metingen ter plaatse;
- risico-evaluaties en het opstellen van inspectierapporten met aanbevelingen naar aanleiding van terreininspecties;
- opvolging van geïdentificeerde knelpunten, inclusief verificatie van uitgevoerde maatregelen ter plaatse;
- debriefing met infrastructuurbeheerders en wegbeheerders in functie van concrete, geïnspecteerde locaties;
- onmiddellijke nazorginspecties na incidenten aan overwegen op vraag van de administratie.
Voorbereidende administratie en rapportering die niet ter plaatse gebeuren, zijn subsidiabel tot maximaal 15% van de per erkende dienst in artikel 3 vastgestelde en effectief gepresteerde uren.
Uren worden per medewerker en per activiteit geregistreerd in een traceerbaar registratiesysteem met datum- en tijdstempel. De erkende dienst bezorgt maandelijks, uiterlijk op de tiende kalenderdag van de daaropvolgende maand, een uittreksel van de registraties aan de administratie. De onderliggende bewijsstukken worden gedurende minstens zeven jaar bewaard en op eerste verzoek ter beschikking gesteld.
Artikel 6. ( 01/01/2026 - Aanvraag en uitbetaling )
De subsidie voor de in artikel 5 bedoelde uren wordt per kwartaal aangevraagd via het door de administratie ter beschikking gestelde sjabloon, en uiterlijk ingediend op de twintigste kalenderdag van de maand volgend op het betrokken kwartaal.
De aanvraag bevat minstens: het aantal gepresteerde subsidiabele uren, uitgesplitst per activiteit zoals bedoeld in artikel 5; de lijst van geïnspecteerde overwegen met datum; en een verklaring op eer over de juistheid en volledigheid van de gegevens. De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen.
De uitbetaling gebeurt binnen 45 kalenderdagen na de schriftelijke bevestiging van de ontvankelijkheid en aanvaarding van de kwartaalaanvraag. Uren boven het per dienst vastgelegde maximum van artikel 3 of boven een eventueel verhoogd maximum na toewijzing van reserve-uren overeenkomstig artikel 4, komen niet voor subsidiëring in aanmerking.
De eindafrekening voor werkjaar 2026 wordt ingediend uiterlijk op 31 januari 2027. Correcties op de eindafrekening kunnen worden aanvaard tot uiterlijk 31 maart 2027.
Artikel 7. ( 01/01/2026 - Niet-cumul, controle en terugvordering )
De in dit besluit bedoelde subsidiëring is niet cumuleerbaar met andere Vlaamse of federale steun voor dezelfde uren en activiteiten. De erkende dienst meldt onverwijld elke vorm van andere publieke financiering die betrekking heeft op de in artikel 5 vermelde activiteiten.
De administratie oefent controle uit op de naleving van dit besluit en van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2024. Indien bij controle blijkt dat uren onterecht als subsidiabel werden opgegeven of dat maxima werden overschreden, worden de desbetreffende bedragen geheel of gedeeltelijk teruggevorderd overeenkomstig hoofdstuk 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2024, onverminderd andere toepasselijke sancties.
Artikel 8. ( 01/01/2026 - Inwerkingtreding en bekendmaking )
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026 en is uitsluitend van toepassing op het werkjaar 2026.
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.