Besluit tot vastlegging van het totale aantal vergunde uitgifte-eenheden instantspelen op afstand voor de erkende diensten voor kansspelen op afstand en tot bepaling van het maximale aantal vergunde uitgifte-eenheden instantspelen op afstand per erkende dienst voor het werkjaar 2026

Dit besluit bepaalt voor 2026 het maximum toegestane aantal digitale speelbeurten voor online spellen met direct resultaat, zowel in totaal als per aanbieder.
Samenvatting in gewone taal
Dit besluit bepaalt hoeveel online instantspellen in 2026 maximaal kunnen worden gespeeld in Vlaanderen. Het totale aantal digitale deelnames dat alle erkende aanbieders samen mogen verkopen, is 64.000.000 voor het werkjaar 2026 (1 januari tot en met 31 december 2026). Daarvan wordt 2% (1.280.000) centraal opzijgezet als reserve voor noodsituaties of technische ingrepen. De minister van Digitalisering beslist binnen tien werkdagen over een gemotiveerde vraag om die reserve te gebruiken. Een uitgifte-eenheid is de toelating voor één enkele online deelname aan een instantspel, met onmiddellijke uitslag. Elke verbruikte eenheid wordt geteld in een centraal register. Eenheden zijn alleen geldig in 2026 en vervallen op 1 januari 2027; je kunt ze niet meenemen naar een volgend jaar. Het besluit legt ook een maximum vast per erkende aanbieder, zodat het aanbod evenwichtig blijft en de risico’s op problematisch spelgedrag worden beperkt. Dit geeft duidelijkheid aan spelers en aanbieders en helpt de overheid het online spelaanbod te sturen.
Documenttype
Besluit
Publicatiedatum
5 juni 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
kansspelen op afstand instantspelen vergunningen quotum regulering Vlaanderen

De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en van Digitalisering,

Gelet op het decreet van 17 januari 2025 betreffende de organisatie en regulering van kansspelen op afstand in Vlaanderen, inzonderheid artikel 8, 12 en 24;

Gelet op het advies nr. 2025/119 van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 mei 2025;

Gelet op de akkoordbevinding van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, van 12 juni 2025;

Overwegende dat een plafonnering van het aantal uitgifte-eenheden voor instantspelen op afstand noodzakelijk is om het aanbod te beheersen, marktevenwichten te bewaken en risico’s op problematisch speelgedrag te beperken;

Besluit:

Artikel 1. (01/09/2025 - Begripsbepalingen en toepassingsgebied)

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° erkende dienst voor kansspelen op afstand: de door de Vlaamse overheid erkende natuurlijke of rechtspersoon die, overeenkomstig artikel 12 van het decreet van 17 januari 2025, kansspelen op afstand aanbiedt aan spelers met woon- of verblijfplaats in het Vlaamse Gewest; 2° instantspel op afstand: een kansspel op afstand dat de speler toelaat om onmiddellijk na de inzet het spelresultaat en een eventuele winst te kennen, zonder uitgestelde trekking of verdere spelronde; 3° uitgifte-eenheid: de administratieve toelating om één afzonderlijke digitale deelname aan een instantspel op afstand te laten plaatsvinden via een erkende dienst, geregistreerd in het centraal tellerregister, met een uniek, cryptografisch verifieerbaar transactie-ID gegenereerd op basis van SHA-256; 4° werkjaar 2026: de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026; 5° centraal tellerregister: het door het Vlaams Agentschap voor Digitale Infrastructuur beheerde register waarin per erkende dienst en per kalenderdag het aantal verbruikte uitgifte-eenheden wordt geregistreerd. Dit besluit is van toepassing op alle erkende diensten voor kansspelen op afstand die instantspelen op afstand aanbieden in het werkjaar 2026.

Artikel 2. (01/01/2026 - Totaal aantal vergunde uitgifte-eenheden voor werkjaar 2026)

Het totale aantal vergunde uitgifte-eenheden voor instantspelen op afstand dat gezamenlijk door alle erkende diensten mag worden verbruikt in het werkjaar 2026, wordt vastgesteld op 64 000 000 eenheden. Van dit aantal wordt 2% centraal voorbehouden als reserve door het Vlaams Agentschap voor Digitale Infrastructuur voor noodsituaties, technische migraties of gerechtvaardigde bijsturingen in het algemeen belang, afgerond naar beneden op een veelvoud van 10 000 eenheden; de minister bevoegd voor Digitalisering beslist, op met redenen omklede aanvraag, binnen tien werkdagen na ontvangst, over de aanwending van de centrale reserve. Uitgifte-eenheden zijn uitsluitend geldig binnen het werkjaar 2026 en vervallen van rechtswege op 1 januari 2027; vervallen eenheden kunnen niet worden overgedragen, gecompenseerd of verrekend in een volgend werkjaar.

Artikel 3. (01/01/2026 - Maximaal aantal uitgifte-eenheden per erkende dienst)

Het maximaal aantal vergunde uitgifte-eenheden voor instantspelen op afstand dat per erkende dienst in het werkjaar 2026 kan worden toegewezen, bedraagt 3 200 000 eenheden, of 6% van het in artikel 2 vastgelegde totale aantal, naargelang welk aantal het laagst is, waarbij het resultaat steeds naar beneden wordt afgerond op een veelvoud van 1 000 eenheden. Een toewijzing van uitgifte-eenheden is onoverdraagbaar, kan niet worden verpand of onder enige vorm worden ondergebracht bij gelieerde entiteiten en mag uitsluitend worden verbruikt via de technische omgeving die bij de erkenning van de dienst is geregistreerd. Het cumuleren van toewijzingen via meerdere erkenningen binnen dezelfde economische entiteit is verboden; in geval van verbondenheid worden de toewijzingen samengenomen voor de toets aan het in het eerste lid bedoelde maximum.

Artikel 4. (01/09/2025 - Aanvraag en toewijzing)

Erkende diensten die uitgifte-eenheden wensen te bekomen voor het werkjaar 2026 dienen tussen 1 oktober 2025 en 15 november 2025, 17.00 uur, een digitale aanvraag in via het loket van het Vlaams Agentschap voor Digitale Infrastructuur, met vermelding van het aangevraagde aantal en een prognose van het maandelijks verbruik. De aanvraag wordt ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening conform Verordening (EU) nr. 910/2014; de prognose wordt aangeleverd in een CSV-bestand conform RFC 4180 met maandcodes in het formaat YYYY-MM. De minister bevoegd voor Digitalisering kent uiterlijk op 1 december 2025 de uitgifte-eenheden toe; indien de som van de gevraagde aantallen het in artikel 2 vastgelegde totaal overschrijdt, gebeurt de toewijzing pro rata van de aangevraagde aantallen, met inachtneming van het in artikel 3 bepaalde maximum per erkende dienst. De toewijzing wordt per erkende dienst bevestigd bij individuele kennisgeving; tegen de beslissing staat administratief beroep open overeenkomstig artikel 28 van het decreet van 17 januari 2025.

Artikel 5. (01/01/2026 - Herverdeling en terugname bij onderbenutting)

Indien uit de registratiegegevens in het centraal tellerregister blijkt dat een erkende dienst op 31 mei 2026, om 02.00 uur lokale tijd na consolidatie van de nachtbatch, minder dan 40% van de toegewezen uitgifte-eenheden heeft verbruikt, kan de minister bevoegd voor Digitalisering het niet-benutte deel boven dit percentage geheel of gedeeltelijk terugnemen en herverdelen aan andere erkende diensten die uiterlijk op 15 juni 2026 een aanvullende gemotiveerde aanvraag hebben ingediend; herverdeling geschiedt pro rata van de aanvullende aanvragen, met eerbiediging van artikel 3. Een tweede beoordeling vindt plaats op 30 september 2026; indien op dat ogenblik minder dan 75% van de toegewezen uitgifte-eenheden is verbruikt, kan een bijkomende terugname en herverdeling plaatsvinden. Uitgifte-eenheden die na 31 december 2026 ongebruikt blijven, vervallen zonder vergoeding; teruggenomen eenheden leveren geen recht op schadevergoeding of compensatie op.

Artikel 6. (01/09/2025 - Registratie, rapportering en gegevensuitwisseling)

Elke erkende dienst integreert zijn spelplatform uiterlijk op 1 januari 2026 met het centraal tellerregister via de door het Vlaams Agentschap voor Digitale Infrastructuur ter beschikking gestelde technische interface; elke digitale deelname aan een instantspel op afstand reduceert automatisch het saldo van de toegewezen uitgifte-eenheden met één. Erkende diensten dienen uiterlijk op de tiende kalenderdag van elke maand een rapport in met het verbruik per kalendermaand, uitgesplitst naar speltype en platform; ernstige of systematische discrepanties tussen rapportering en tellerregister kunnen aanleiding geven tot een opschorting van toewijzingen en tot sancties overeenkomstig het decreet van 17 januari 2025. Het Agentschap kan, met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming, bijkomende technische specificaties opleggen die noodzakelijk zijn voor de integriteit en de traceerbaarheid van de registratie.

Artikel 7. (01/09/2025 - Transparantie, toezicht en publicatie)

Het Vlaams Agentschap voor Digitale Infrastructuur publiceert per kwartaal op zijn website geaggregeerde informatie over het totale verbruik van uitgifte-eenheden en het gemiddeld verbruik per erkende dienst, zonder identificatie van individuele diensten. Het Agentschap oefent toezicht uit op de naleving van dit besluit en kan daartoe steekproeven, systeemcontroles en datastromenonderzoeken uitvoeren; erkende diensten verlenen alle redelijke medewerking en toegang tot relevante logbestanden en documentatie. Vastgestelde inbreuken worden gemeld aan de minister bevoegd voor Digitalisering, die passende maatregelen treft binnen de grenzen van het decreet van 17 januari 2025.

Artikel 8. (01/09/2025 - Inwerkingtreding)

Dit besluit treedt in werking als volgt: 1° de artikelen 1, 4, 6 en 7 treden in werking op 1 september 2025; 2° de artikelen 2, 3 en 5 treden in werking op 1 januari 2026. Dit besluit heeft uitwerking uitsluitend voor het werkjaar 2026 zoals bepaald in artikel 1 en laat de erkenningsvoorwaarden en -procedures uit het decreet van 17 januari 2025 onverlet.