Besluit tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikels 7.2.5/1/1, 7.2.5/1/4 en 7.2.5/2 van het Doorstroomvoorzieningenbesluit van 22 februari 2016 en artikel 4.207 van het Besluit Vlaamse Codex Welzijn van 2019
- Documenttype
- Besluit
- Publicatiedatum
- 30 april 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- Welzijn Volksgezondheid Doorstroomvoorzieningen Technische vereisten Kwaliteit Veiligheid
De Vlaamse minister bevoegd voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
Gelet op het Doorstroomvoorzieningenbesluit van 22 februari 2016, inzonderheid de artikels 7.2.5/1/1, 7.2.5/1/4 en 7.2.5/2, die de vaststelling van nadere regels en technische vereisten aan een ministerieel besluit onderwerpen;
Gelet op het Besluit Vlaamse Codex Welzijn van 2019, inzonderheid artikel 4.207, dat nadere regels en technische vereisten aan een ministerieel besluit onderwerpt;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 4 november 2025;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 21 november 2025;
Na overleg met het agentschap bevoegd voor Welzijn en met vertegenwoordigers van erkende doorstroomvoorzieningen;
Overwegende dat uniforme technische vereisten en nadere regels noodzakelijk zijn om de continuïteit, de veiligheid en de kwaliteit van doorstroomtrajecten te waarborgen;
Besluit:
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2. Nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikels 7.2.5/1/1, 7.2.5/1/4 en 7.2.5/2 van het Doorstroomvoorzieningenbesluit van 22 februari 2016
Hoofdstuk 3. Nadere regels en technische vereisten vermeld in artikel 4.207 van het Besluit Vlaamse Codex Welzijn van 2019
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. ( 01/01/2026 - Begripsomschrijvingen )
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
- doorstroomvoorziening: een door of krachtens het Doorstroomvoorzieningenbesluit van 22 februari 2016 erkende of gemelde voorziening die gebruikers tijdelijk opvangt en begeleidt naar een duurzame vervolgoplossing;
- gebruiker: iedere persoon die tijdelijk in een doorstroomvoorziening verblijft of begeleiding ontvangt in het kader van een doorstroomtraject;
- trajectbegeleiding: het geheel van planmatige, tijdsgebonden en op maat van de gebruiker uitgevoerde begeleidingsactiviteiten met het oog op duurzame door- of uitstroom;
- crisiscapaciteit: capaciteit die, boven op de reguliere capaciteit, beschikbaar is voor onmiddellijke en kortdurende opvang bij acute nood;
- woonunit: een privaat of semiprivaat verblijfselement binnen de voorziening, bestaande uit minstens een slaapgelegenheid en toegang tot sanitair;
- agentschap: het agentschap van de Vlaamse overheid dat bevoegd is voor het beleidsdomein Welzijn;
- toezichthouder: de door het agentschap aangewezen ambtenaar met toezichtbevoegdheid op grond van het toepasselijke regelgevend kader;
- bezettingsgraad: de verhouding tussen het aantal effectief bezette woonunits en de totale operationele capaciteit op een bepaald meetmoment;
- kwaliteitsmanagementsysteem: het stelsel van beleidslijnen, procedures en registraties waarmee de voorziening de naleving van kwaliteits- en veiligheidsvereisten aantoont en borgt;
- meerderjarigenvoorziening en minderjarigenvoorziening: respectievelijk een voorziening die zich hoofdzakelijk richt op meerderjarige of minderjarige gebruikers.
Artikel 2. ( 01/01/2026 - Toepassingsgebied )
Dit besluit is van toepassing op alle doorstroomvoorzieningen in het Vlaamse Gewest die onder het toepassingsgebied vallen van de artikels 7.2.5/1/1, 7.2.5/1/4 en 7.2.5/2 van het Doorstroomvoorzieningenbesluit van 22 februari 2016 en op de voorzieningen en actoren waarop artikel 4.207 van het Besluit Vlaamse Codex Welzijn van 2019 betrekking heeft.
De bepalingen van dit besluit gelden onverminderd strengere of aanvullende normen die voortvloeien uit andere toepasselijke regelgeving inzake onder meer brandveiligheid, arbeidsveiligheid, voedselveiligheid, gegevensbescherming en kinderrechten.
Voor voorzieningen met een erkende gespecialiseerde functie kan het agentschap, op gemotiveerd verzoek, specifieke afwijkingen toestaan op infrastructuurvereisten, mits aantoonbare gelijkwaardige waarborgen voor veiligheid en kwaliteit.
Artikel 3. ( 01/01/2026 - Referentiekaders en meetmethoden )
Bij de beoordeling van de naleving van de in dit besluit vastgestelde nadere regels en technische vereisten wordt, voor zover relevant en voor zover niet strijdig met het toepasselijk Vlaams recht, verwezen naar de hierna vermelde normen en referentiekaders:
- de geldende normen inzake brandveiligheid voor verblijfsfuncties, waaronder de desbetreffende NBN-normen en de plaatselijke brandweer- en preventievoorschriften;
- de normen inzake toegankelijkheid van publieke en semi-publieke gebouwen, waaronder de gangbare bouwtechnische toegankelijkheidsrichtsnoeren;
- de principes van informatiebeveiliging op basis van algemeen aanvaarde managementsystemen voor informatiebeveiliging, mutatis mutandis toegepast op de schaal van de voorziening;
- de methodieken voor het berekenen van bezettingsgraad, doorstroomratio en verblijfsduur, zoals operationeel omschreven in richtlijnen van het agentschap;
- de hygiëne- en voedselveiligheidsrichtlijnen die gangbaar zijn voor collectieve keukens en uitdelingen in residentiële context.
Het agentschap publiceert en actualiseert operationele leidraden over de toepassing van de in het eerste lid bedoelde referentiekaders en meetmethoden. Deze leidraden hebben geen normatieve kracht maar ondersteunen de naleving van dit besluit.
Hoofdstuk 2. Nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikels 7.2.5/1/1, 7.2.5/1/4 en 7.2.5/2 van het Doorstroomvoorzieningenbesluit van 22 februari 2016
Artikel 4. ( 01/03/2026 - Minimale infrastructuur- en logistieke vereisten )
De doorstroomvoorziening voldoet ten minste aan de volgende infrastructuur- en logistieke vereisten:
- Per woonunit is minimaal 6 m² netto vloeroppervlakte per gebruiker voorzien, met een absoluut minimum van 12 m² per eenpersoonsunit en 18 m² per tweepersoonsunit;
- Er is minstens één toilet per zes gebruikers en één douche per acht gebruikers beschikbaar, met gescheiden voorzieningen voor mannen, vrouwen en genderinclusieve opties, en met voldoende privacyafscherming, waarbij de privacyafscherming een minimale hoogte van 1,85 m heeft, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, en een zichtdichtheid van minstens 95%;
- Er is een gemeenschappelijke leefruimte met een minimale oppervlakte van 1,5 m² per gebruiker, uitgerust met zitgelegenheid, tafels en daglichttoetreding;
- Er is een keuken of uitgiftepunt dat toelaat dagelijks minstens twee volwaardige maaltijden te bereiden of te verdelen, met koel- en diepvriescapaciteit afgestemd op de gemiddelde bezettingsgraad;
- Er is een afgesloten ruimte voor medicatiebeheer en een afzonderlijke opslag voor schoonmaak- en gevaarlijke producten;
- Er zijn was- en droogfaciliteiten met minstens één wasmachine en één droogtoestel per twintig gebruikers, of gelijkwaardige dienstverlening via een externe dienstverlener, waarbij de wasmachines beschikken over een desinfectieprogramma van 60 °C gedurende minstens 30 minuten, aantoonbaar gevalideerd volgens een geharmoniseerde hygiënenorm (bijvoorbeeld EN 14065) of gelijkwaardig;
- De circulatieruimten en deuren laten vlotte doorgang toe van rolstoelgebruikers en kinderwagens; drempelhoge verschillen worden vermeden of gecompenseerd met hellingbanen;
- Er is een afgescheiden ruimte voor vertrouwelijke gesprekken en trajectbegeleiding, akoestisch afgeschermd en niet-inpandig zichtbaar;
- De voorziening beschikt over een duidelijk bewegwijzerde ontvangstzone, met registratiepunt en basisinformatie in begrijpelijke taal.
Artikel 5. ( 01/03/2026 - Veiligheid, brandpreventie en technische keuringen )
De doorstroomvoorziening treft passende maatregelen inzake veiligheid en brandpreventie:
- Een branddetectiesysteem en rookmelders worden geïnstalleerd en halfjaarlijks getest, waarbij per detectielus minstens één functionele test wordt uitgevoerd en in slaapruimten een geluidsniveau van minimaal 65 dB(A) op 3 m wordt gemeten met een gekalibreerde geluidsmeter (kalibratiecertificaat niet ouder dan 24 maanden); de testen en vastgestelde gebreken worden geregistreerd en tijdig verholpen;
- Er is noodverlichting en er zijn duidelijk aangeduide evacuatieroutes en -plannen op iedere verdieping; evacuatieoefeningen worden minstens jaarlijks georganiseerd;
- Blusmiddelen zijn op elke 200 m² aanwezig, jaarlijks onderhouden en vrij toegankelijk;
- De elektrische installatie en gasinstallatie worden om de vier jaar door een daartoe erkende keuringsinstantie gecontroleerd; attesten worden bewaard en op verzoek voorgelegd;
- Er is een actueel intern nood- en interventieplan, inclusief afspraken met externe hulpdiensten en afspraken voor crisiscapaciteit;
- Er is een toegangscontrole die onbevoegde toegang vermijdt, met bijzondere waakzaamheid voor nachtingang en nooddeuren.
Artikel 6. ( 01/03/2026 - Personele vereisten en trajectbegeleiding )
Onverminderd andere personeelsnormen gelden de volgende minimumeisen:
- De voorziening waarborgt een minimale aanwezigheidsratio van 1 voltijdsequivalent begeleiding per 12 gelijktijdig aanwezige gebruikers tijdens de dag en 1 per 24 tijdens de nacht; voor minderjarigenvoorzieningen geldt 1 per 8 tijdens de dag en 1 per 16 tijdens de nacht;
- Minstens één medewerker per dienst is aantoonbaar geschoold in basis EHBO en brandinterventie, met certificering conform de op dat ogenblik geldende ERC-richtlijnen voor basale reanimatie (BLS), inclusief het gebruik van een AED; heropfrissing gebeurt om de twee jaar;
- Elke gebruiker krijgt binnen zeven kalenderdagen na instroom een trajectplan met doelstellingen, acties, indicatoren en een beoogde doorstroomtermijn; het trajectplan wordt minstens maandelijks geëvalueerd met de gebruiker;
- Voor meertalige communicatie voorziet de voorziening in taalondersteuning via tolken of erkende bemiddelingsdiensten wanneer dit noodzakelijk is voor de veiligheid of het traject;
- Bij doorverwijzing naar vervolgvoorzieningen worden gegevens enkel gedeeld mits geïnformeerde toestemming van de gebruiker, met respect voor het minimisatiebeginsel.
Artikel 7.
Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".
( Datum afhankelijk van externe gebeurtenis - Digitale registraties en aansluiting op het Centraal Doorstroomregister )
De doorstroomvoorziening registreert en deelt gegevens overeenkomstig de volgende regels:
- De voorziening sluit aan op het door het agentschap beheerde Centraal Doorstroomregister vanaf het moment waarop het register voor de betrokken categorie van voorzieningen operationeel wordt verklaard;
- De volgende kerngegevens worden dagelijks elektronisch geregistreerd: instroom- en uitstroomdatum, reden van instroom en uitstroom, verblijfsduur, bezettingsgraad per dag, crisiscapaciteit, en doorstroombestemming;
- Gegevensuitwisseling met het register gebeurt via beveiligde interfaces die voldoen aan de door het agentschap gepubliceerde technische specificaties, met end-to-end transportbeveiliging via TLS 1.3 en gegevenspakketten in JSON conform een door het agentschap gepubliceerd schema met semantische versienummering; toegangen worden persoonsgebonden toegekend en gelogd;
- De voorziening hanteert een bewaartermijn van maximaal vijf jaar voor trajectgegevens, behoudens wanneer een langere termijn wettelijk verplicht is; na afloop worden gegevens gewist of anonimiseerd;
- Bij storingen hanteert de voorziening een noodprocedure met manuele registratie en latere synchronisatie binnen vijf werkdagen na herstel.
Artikel 8. ( 01/03/2026 - Toegankelijkheid en inclusie )
De doorstroomvoorziening neemt redelijke aanpassingen om toegankelijkheid en inclusie te bevorderen:
- Minstens één toegankelijke route vanaf de publieke ruimte tot aan de hoofdtoegang en tot aan de essentiële functies (receptie, sanitair, leefruimte) is drempelvrij en bruikbaar voor personen met een mobiliteitsbeperking;
- Er is minstens één aangepast toilet en één aangepaste douche, vormgegeven volgens gangbare toegankelijkheidsrichtsnoeren;
- Informatie over huisregels, veiligheidsinstructies en rechten wordt in duidelijke taal en in minstens twee bijkomende veelgebruikte talen beschikbaar gesteld; op verzoek wordt pictogrammateriaal aangewend;
- De voorziening treft maatregelen om discriminatie en grensoverschrijdend gedrag te voorkomen en hanteert een meld- en opvolgprocedure.
Artikel 9. ( 01/03/2026 - Kwaliteitsborging, klachtenbehandeling en incidentbeheer )
De doorstroomvoorziening beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem dat minstens omvat:
- gedocumenteerde procedures voor intake, trajectbegeleiding, uitstroom en nazorg;
- een jaarlijkse interne audit met actieplan en opvolging door de leidinggevenden;
- een laagdrempelige klachtenprocedure, zichtbaar geafficheerd, met termijnen voor ontvangstbevestiging (binnen vijf werkdagen) en inhoudelijke beantwoording (binnen dertig kalenderdagen);
- een incidentenregister met classificatie van ernst, onmiddellijke maatregelen, rootcauseanalyse en corrigerende acties; ernstige incidenten worden binnen 24 uur gemeld aan het agentschap volgens de daartoe voorziene modaliteiten;
- systematische bevraging van gebruikerservaringen minstens eenmaal per jaar, met rapportering aan het team en in het jaarverslag.
Hoofdstuk 3. Nadere regels en technische vereisten vermeld in artikel 4.207 van het Besluit Vlaamse Codex Welzijn van 2019
Artikel 10. ( 01/05/2026 - Gebruikersrechten, geïnformeerde toestemming en informatieverstrekking )
Onverminderd de toepasselijke wettelijke bepalingen worden de volgende regels nageleefd:
- Bij aanvang van het verblijf ontvangt de gebruiker schriftelijke informatie over het aanbod, de huisregels, de privacyverklaring, de klachtenprocedure en de contactgegevens van het agentschap; de ontvangst wordt door de gebruiker bevestigd;
- Gegevensverwerking in het kader van trajectbegeleiding steunt op een geldige rechtsgrond; wanneer toestemming vereist is, is die vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig, en kan ze te allen tijde worden ingetrokken;
- Voor minderjarige gebruikers wordt de informatie aangepast aan de leeftijd en maturiteit; waar nodig wordt afgestemd met de wettelijke vertegenwoordiger, met eerbiediging van het belang van het kind;
- Beperkingen op rechten of vrijheden van de gebruiker worden enkel opgelegd indien noodzakelijk voor veiligheid of orde, zijn proportioneel, tijdelijk en worden schriftelijk gemotiveerd en geregistreerd;
- De voorziening waarborgt de vertrouwelijkheid van gesprekken en dossiers en treft organisatorische en technische maatregelen tegen ongeoorloofde toegang.
Artikel 11. ( 01/05/2026 - Meldings- en rapportageverplichtingen aan het agentschap )
De doorstroomvoorziening rapporteert periodiek aan het agentschap volgens de voorschriften die het agentschap publiceert. Minstens volgende elementen worden per kwartaal overgemaakt:
- bezettingsgraad, gemiddelde verblijfsduur en doorstroomratio per gebruikersprofiel;
- aantal geweigerde aanvragen, met geanonimiseerde motieven en wachttijden;
- aantal en aard van incidenten volgens de in artikel 9 bedoelde classificatie;
- status van acties uit de interne audit en de opvolging van corrigerende maatregelen;
- kwalitatieve toelichting bij knelpunten in doorstroom en bij de inzet van crisiscapaciteit.
Het agentschap kan modelrapporten en sjablonen vastleggen. Op gemotiveerd verzoek kan het agentschap voor specifieke voorzieningen afwijkende termijnen of modaliteiten bepalen.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 12. ( 15/06/2026 - Inwerkingtreding, overgangsmaatregelen en evaluatie )
Dit besluit treedt in werking op de in de artikelopschriften vermelde data.
Voor bestaande doorstroomvoorzieningen die op 1 maart 2026 in werking zijn, geldt een overgangstermijn van twaalf maanden om volledig te voldoen aan de infrastructuurvereisten van artikel 4 en de personele vereisten van artikel 6. Tijdens de overgangstermijn worden redelijke inspanningen en een planning met mijlpalen aangetoond.
Het agentschap evalueert de toepassing van dit besluit binnen achttien maanden na de eerste volledige inwerkingtreding en kan, op basis van die evaluatie, aanpassingen of verduidelijkingen voorstellen.
Het agentschap is belast met de uitvoering van dit besluit.