Besluit tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van netwerktechnische handelingen waarvoor geen plaatsingsvergunning nodig is en van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de ondergrondse nutsleidingen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake netwerk- en nutsbeheer, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de ondergrondse nutsleidingen
- Documenttype
- Besluit
- Publicatiedatum
- 17 mei 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- Vlaamse Regering ondergrondse nutsleidingen plaatsingsvergunning netwerk- en nutsbeheer toezicht en handhaving openbaar domein
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 1. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van netwerktechnische handelingen waarvoor geen plaatsingsvergunning nodig is
Hoofdstuk 2. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de ondergrondse nutsleidingen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake netwerk- en nutsbeheer, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de ondergrondse nutsleidingen
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Hoofdstuk 1. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van netwerktechnische handelingen waarvoor geen plaatsingsvergunning nodig is
Artikel 1. ( 01/01/2026 - Inwerkingtreding )
In artikel 1, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van netwerktechnische handelingen waarvoor geen plaatsingsvergunning nodig is, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- de definitie van “plaatsingsvergunning” wordt vervangen door wat volgt: “plaatsingsvergunning: de voorafgaande schriftelijke vergunning van de beheerder van het openbaar domein of de wegbeheerder, vereist voor het plaatsen, wijzigen of verwijderen van ondergrondse nutsleidingen en bijbehorende netwerkinfrastructuur;”
- er wordt een punt 6° ingevoegd, luidende: “6° ondergrondse nutsleiding: elke leiding, kabel, buis, mantelbuis of samenstel daarvan, met inbegrip van hulpstukken en toebehoren, bestemd voor het transport of de distributie van elektriciteit, gas, warmte, water, data of telecommunicatiesignalen;”
- er wordt een punt 7° ingevoegd, luidende: “7° netwerktechnische onderhoudshandeling: een handeling die erop gericht is de functionele staat of betrouwbaarheid van een bestaande ondergrondse nutsleiding of bijbehorende infrastructuur te behouden of te herstellen, zonder wijziging van het tracé;”
- er wordt een punt 8° ingevoegd, luidende: “8° noodherstelling: een onmiddellijk noodzakelijke ingreep om een dreigend of bestaand defect aan een ondergrondse nutsleiding te verhelpen teneinde de veiligheid, continuïteit of volksgezondheid te waarborgen;”
- er wordt een punt 9° ingevoegd, luidende: “9° microgleuvenaanleg: het plaatselijk aanbrengen van een ondiepe en smalle sleuf in een bestaande verharding om een kabel of microbuis te plaatsen, met een nominale breedte van ten hoogste 20 millimeter en een nominale diepte van ten hoogste 40 millimeter, gemeten haaks op de lengterichting met een geijkte digitale schuifmaat conform ISO 13385-1, met een tolerantiespreiding van ±0,5 millimeter.”
Artikel 2. ( 01/01/2026 - Inwerkingtreding )
In hetzelfde besluit wordt artikel 3 vervangen door wat volgt:
“Art. 3. De volgende netwerktechnische handelingen zijn vrijgesteld van de verplichting tot het bekomen van een plaatsingsvergunning, op voorwaarde dat zij gebeuren binnen het bestaande tracé en zonder duurzame aantasting van het openbaar domein of derdegoederen, en mits naleving van de in dit besluit en zijn bijlagen opgenomen technische randvoorwaarden:
- lokalisatie, detectie en opmeting van bestaande ondergrondse nutsleidingen met niet-invasieve technieken, met inbegrip van het aanbrengen of vervangen van markeringsnagels en -linten;
- netwerktechnische onderhoudshandelingen in bestaande en vrij toegankelijke koker-, leiding- of kabeltrajecten, met inbegrip van het inblazen of intrekken van kabels of glasvezels in bestaande buizen of mantelbuizen, met een maximale trekspanning van 50 N per millimeter kabeldiameter, geregistreerd met een in-line trekregistratiesysteem;
- noodherstellingen met een sleuflengte van maximaal 8 meter en een graafbreedte van maximaal 40 centimeter per locatie, voor zover de herstelling beperkt blijft tot het vervangen of klemmen van een segment zonder wijziging van het tracé;
- het vervangen van defecte lasmoffen, verbindingsstukken of koppelstukken binnen bestaande kasten, putten of behuizingen, zonder uitbreiding van het volume of de voetafdruk;
- microgleuvenaanleg op privédomein binnen de rooilijn, met een totale aaneengesloten lengte van maximaal 25 meter per perceel, en zonder dwarsing van een openbare rijweg;
- het aanbrengen, vervangen of verwijderen van passieve signalisatie- en beschermingsmiddelen in bestaande sleuven of putten, zoals waarschuwingslinten, detectielinten, kokerdoppen en kabelmarkeringen;
- het aanbrengen van monitoring- of detectiesensoren in bestaande putten of kasten, zonder bouwkundige aanpassingen.”
“Voor de in het eerste lid bedoelde handelingen geldt geen meldingsplicht, behoudens in de gevallen bepaald in artikel 4/1.”
Artikel 3. ( 01/01/2026 - Inwerkingtreding )
In hetzelfde besluit wordt na artikel 4 een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Art. 4/1. §1. Voor volgende handelingen is een voorafgaande digitale melding vereist via het Vlaams platform voor nuts- en wegenwerken (GIPOD) of een door de Vlaamse Regering erkend gelijkwaardig meldingskanaal:
- noodherstellingen op of onder openbaar domein met een sleuflengte van meer dan 3 meter;
- microgleuvenaanleg op of onder openbaar domein, ongeacht de lengte;
- het tijdelijk buiten dienst stellen van een ondergrondse nutsleiding met een buitendiameter groter dan of gelijk aan 63 millimeter op of onder openbaar domein.”
“§2. De melding bevat minstens: de identificatie van de beheerder van de nutsleiding, de locatiegegevens in een door de Vlaamse overheid vastgesteld uitwisselingsformaat, zijnde het Informatiemodel Kabels en Leidingen (IMKL) versie 2.0 in GML 3.2.1, de aard en omvang van de handeling, de vermoedelijke start- en einddatum, en de contactgegevens van de verantwoordelijke aannemer.”
“§3. De melding wordt ingediend uiterlijk twee werkdagen vóór de geplande start van de handeling. In geval van een noodsituatie kan de melding uitzonderlijk binnen vier uur na de start van de handeling worden ingediend, mits motivering.”
“§4. De beheerder van de nutsleiding zorgt ervoor dat bij beëindiging van de handeling de terrein- en oppervlaktestaat worden hersteld conform de technische randvoorwaarden opgenomen in bijlage 2.”
Artikel 4. ( 01/01/2026 - Inwerkingtreding )
Bijlage 2 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
“Bijlage 2. Technische randvoorwaarden voor vrijgestelde netwerktechnische handelingen
1. Algemeen. De werken gebeuren zodanig dat de veiligheid van weggebruikers en omwonenden wordt gewaarborgd. Tijdelijke signalisatie wordt aangebracht conform de door de wegbeheerder opgelegde richtlijnen.
2. Graaf- en herstelwerken. Bij het openen van verhardingen worden zagen of freesmachines gebruikt die stof- en geluidsarm werken. De verdichting van de aanvulling gebeurt in lagen van maximaal 15 centimeter met een aangepaste verdichtingsgraad, waarbij minimaal 95% van de referentiedichtheid volgens Proctor-M wordt bereikt, bepaald conform NBN EN 13286-2. De toplaag wordt hersteld met materialen en in een opbouw die gelijkwaardig is aan de bestaande toestand.
3. Microgleuvenaanleg. De gleuf wordt volledig gevuld met een mortel of hars die geschikt is voor de bestaande verharding en de belasting. De bovenzijde wordt vlak afgewerkt. Overgangen worden na uitharding gecontroleerd op nivellering; afwijkingen groter dan 3 millimeter worden onmiddellijk hersteld.
4. Kabel- en leidingwerken. Leidingen en kabels worden voorzien van een deugdelijk markeringssysteem. In bestaande leidingen worden uitsluitend kabels of microbuizen ingeblazen die compatibel zijn met de specificaties van de leidingbeheerder. Lasmoffen en verbindingen worden waterdicht afgewerkt volgens de instructies van de fabrikant.
5. Nazorg. De werfzone wordt binnen 24 uur na afronding opgeleverd in propere en veilige staat. Alle tijdelijk geplaatste signalisatie en afval worden verwijderd. Eventuele schade aan aanpalende infrastructuur wordt onverwijld hersteld.”
Hoofdstuk 2. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de ondergrondse nutsleidingen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake netwerk- en nutsbeheer, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de ondergrondse nutsleidingen
Artikel 5. ( 01/07/2025 - Inwerkingtreding )
In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de ondergrondse nutsleidingen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake netwerk- en nutsbeheer, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- er wordt een punt 10° ingevoegd, luidende: “10° toezichthouder nutsleidingen: het personeelslid van het Agentschap Netwerk en Nutsbeheer dat krachtens artikel 18/1 is aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de wet van 28 december 1967 en haar uitvoeringsbesluiten;”
- er wordt een punt 11° ingevoegd, luidende: “11° leidingenregister: het door de Vlaamse overheid beheerde digitale register waarin leidingbeheerders de ligging, kenmerken en status van hun ondergrondse nutsleidingen registreren in een vastgesteld gegevensmodel.”
Artikel 6. ( 01/07/2025 - Inwerkingtreding )
In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk 4 een afdeling 5 ingevoegd, die luidt als volgt:
“Afdeling 5. Toezicht en gegevensverplichtingen”
“Art. 18/1. §1. De Vlaamse Regering wijst binnen het Agentschap Netwerk en Nutsbeheer de toezichthouders nutsleidingen aan. De aanduiding vermeldt het territoriale en materiële bevoegdheidsgebied.
§2. De toezichthouders nutsleidingen beschikken, binnen de grenzen van hun aanstelling en met eerbiediging van de toepasselijke rechtswaarborgen, over de volgende bevoegdheden:
- het betreden van werven, bedrijfsruimten en plaatsen waar ondergrondse nutsleidingen worden aangelegd, beheerd of hersteld, tijdens de normale werkuren of tijdens de uitvoering van werken;
- het vorderen en inzien van alle documenten en digitale gegevens die verband houden met de aanleg, het beheer, het onderhoud en de veiligheid van ondergrondse nutsleidingen;
- het opnemen van stalen en het uitvoeren of laten uitvoeren van metingen en testen die noodzakelijk zijn voor het toezicht, waaronder indien nodig een vochtgehaltebepaling volgens NBN EN ISO 17892-1 met de ovenmethode bij 105 ±2 °C;
- het opstellen van processen-verbaal en het opleggen van onmiddellijke veiligheidsmaatregelen wanneer er een ernstige en onmiddellijke dreiging is voor personen of goederen.
§3. De leidingbeheerders en de door hen ingeschakelde aannemers verlenen hun medewerking aan de toezichthouders nutsleidingen en verschaffen kosteloos de gevraagde inlichtingen en documenten.”
“Art. 18/2. §1. Elke leidingbeheerder registreert in het leidingenregister de ligging, de technische kenmerken, de statussen van in- en buitengebruikname en de contactgegevens van de operationeel verantwoordelijke.
§2. De Vlaamse Regering bepaalt het gegevensmodel, het uitwisselingsformaat en de termijnen voor initiële registratie en bijwerking. Tot die datum gelden de door het Agentschap Netwerk en Nutsbeheer bekendgemaakte technische voorschriften.
§3. Wijzigingen in de ligging of de kenmerken van ondergrondse nutsleidingen worden uiterlijk binnen dertig dagen na de uitvoering van de werken in het leidingenregister verwerkt.”
“Art. 18/3. §1. Bij vaststelling van een inbreuk op artikel 18/2, §§1 tot en met 3, kan een administratieve geldboete worden opgelegd door de leidend ambtenaar van het Agentschap Netwerk en Nutsbeheer of zijn gemachtigde, onverminderd de toepassing van strafrechtelijke bepalingen.
§2. De administratieve geldboete bedraagt minimaal 250 euro en maximaal 25.000 euro per inbreuk. Bij de bepaling van het bedrag wordt rekening gehouden met de ernst en de duur van de inbreuk en met eventuele herhaling binnen een periode van twee jaar.
§3. Voorafgaand aan de beslissing wordt aan de betrokkene een voornemen tot beboeting betekend. De betrokkene beschikt over een termijn van vijftien dagen om schriftelijke opmerkingen in te dienen.
§4. De verjaringstermijn voor het opleggen van de administratieve geldboete bedraagt twee jaar vanaf de dag van de vaststelling van de inbreuk.”
Artikel 7. ( 01/07/2025 - Inwerkingtreding )
In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk 6 een artikel 25/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Art. 25/1. Voor de procedurele aspecten van de bestuurlijke handhaving, met inbegrip van kennisgeving, verweer, beslissing en tenuitvoerlegging van de administratieve geldboeten opgelegd krachtens artikel 18/3, zijn de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake netwerk- en nutsbeheer van overeenkomstige toepassing.”
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 8. ( 01/07/2025 - Inwerkingtreding )
De meldingen en registraties die vóór de inwerkingtreding van dit besluit werden verricht overeenkomstig de op dat ogenblik geldende voorschriften, behouden hun geldigheid. Binnen zes maanden na de inwerkingtreding van artikel 6 brengt elke leidingbeheerder de bestaande gegevens in overeenstemming met de verplichtingen van artikel 18/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021, zoals gewijzigd bij dit besluit.
Artikel 9. ( 01/07/2025 - Inwerkingtreding )
Dit besluit treedt in werking als volgt:
- de artikelen 5, 6, 7 en 8 treden in werking op 1 juli 2025;
- de artikelen 1, 2, 3 en 4 treden in werking op 1 januari 2026.
De Vlaamse minister, bevoegd voor netwerk- en nutsbeheer, is belast met de uitvoering van dit besluit.