Besluit tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024 tot uitvoering van het Wooninvesteringsdecreet van 8 maart 2024, wat betreft het bedrag van de gewestelijke bijdrage voor de realisatie van sociale woonprojecten

Dit besluit legt het nieuwe bedrag vast van de Vlaamse bijdrage voor het realiseren van sociale woonprojecten.
Samenvatting in gewone taal
Dit besluit legt vast hoeveel Vlaamse steun (subsidie) projectontwikkelaars van sociale woningen kunnen krijgen. Het gaat om woonmaatschappijen, lokale besturen en andere initiatiefnemers die sociale huurwoningen bouwen of renoveren. De basisbedragen per woning zijn: 85.000 euro voor nieuwbouw van sociale huurwoningen, 70.000 euro voor aankoop met beperkte renovatie voor sociale verhuur, 60.000 euro voor een grondige energierenovatie van bestaande sociale woningen, en 95.000 euro voor begeleid wonen en andere erkende collectieve woonvormen. Per project betaalt Vlaanderen maximaal 60% van de aanvaarde kosten, met een plafond van 18 miljoen euro per project. Voor grote projecten met minstens 250 woningen kan dat tot 30 miljoen euro. Er komen ook toeslagen via coëfficiënten: 1,10 voor projecten in door de minister aangewezen prioritaire kernen en regio’s met huizen schaarste, 1,05 voor projecten die de minimale energie-eisen met minstens 20% overtreffen, en 1,03 als een voldoende deel van de woningen volledig rolstoeltoegankelijk is. De nieuwe regels gelden vanaf 1 juli 2025. Hiermee wil Vlaanderen meer en betere sociale woningen mogelijk maken waar de nood het grootst is.
Documenttype
Besluit
Publicatiedatum
26 mei 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
Woningbeleid Sociale huisvesting Financiering Vlaamse Regering Wooninvesteringsdecreet

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024 tot uitvoering van het Wooninvesteringsdecreet van 8 maart 2024, wat betreft het bedrag van de gewestelijke bijdrage voor de realisatie van sociale woonprojecten

De Vlaamse Regering,
Gelet op het Wooninvesteringsdecreet van 8 maart 2024;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024 tot uitvoering van het Wooninvesteringsdecreet van 8 maart 2024, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2024;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 april 2025;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 22 april 2025;
Gelet op advies 71.234/1 van de Raad van State, gegeven op 28 mei 2025, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister bevoegd voor wonen;
Na beraadslaging,
Besluit:

Hoofdstuk 1. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024 tot uitvoering van het Wooninvesteringsdecreet van 8 maart 2024

Artikel 1. ( 01/07/2025 - Wijziging van het besluit van 26 april 2024 )

In artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024 tot uitvoering van het Wooninvesteringsdecreet van 8 maart 2024, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2024, worden de paragrafen 1 tot en met 3 vervangen door wat volgt:
"§1. De basisbedragen van de gewestelijke bijdrage per wooneenheid worden vastgesteld als volgt:

  1. nieuwbouw van sociale huurwoningen: 85.000 euro;
  2. verwerving met beperkte renovatie van woongelegenheden voor sociale verhuur: 70.000 euro;
  3. ingrijpende energetische renovatie van bestaande sociale woongelegenheden: 60.000 euro;
  4. woongelegenheden voor begeleid wonen en andere erkende collectieve woonvormen in het sociale segment: 95.000 euro.
§2. De gewestelijke bijdrage per project bedraagt maximaal 60% van de aanvaarde subsidiabele kosten.
§3. De gewestelijke bijdrage per project bedraagt maximaal 18.000.000 euro. Voor projecten met ten minste 250 wooneenheden bedraagt de maximale gewestelijke bijdrage per project 30.000.000 euro."

Artikel 2. ( 01/07/2025 - Wijziging van het besluit van 26 april 2024 )

In hetzelfde besluit wordt na artikel 27 een artikel 27/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 27/1. Coëfficiënten voor locatie en prestaties
§1. Op de basisbedragen, vermeld in artikel 27, §1, worden de volgende coëfficiënten toegepast:

  1. locatiecoëfficiënt L: L = 1,10 voor projecten gelegen in door de Vlaamse minister bevoegd voor wonen aangewezen prioritaire kern- en kraptemarktzones; L = 1,00 voor de overige zones;
  2. prestatiecoëfficiënt P: P = 1,05 indien het project de geldende minimumeisen inzake energieprestatie voor nieuwbouw of renovatie met minstens 20% overtreft; P = 1,00 in de andere gevallen;
  3. toegankelijkheidscoëfficiënt T: T = 1,03 indien minstens 20% van de wooneenheden volledig rolstoeltoegankelijk wordt gerealiseerd; T = 1,00 in de andere gevallen.
§2. De gecombineerde coëfficiënt C = L × P × T mag niet hoger zijn dan 1,20. De aldus aangepaste bijdrage per wooneenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 euro.
§3. De aanwijzing van de in §1, 1°, bedoelde zones en de vormvereisten voor de toepassing van §1, 2° en 3°, worden vastgesteld bij ministerieel besluit."

Artikel 3. ( 01/07/2025 - Wijziging van het besluit van 26 april 2024 )

In hetzelfde besluit wordt artikel 28 vervangen door wat volgt:
"Art. 28. Indexering
§1. De in artikel 27 bedoelde basisbedragen worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari op basis van de Vlaamse bouwkostenindex voor woningbouw (VBI‑W), gepubliceerd door Statistiek Vlaanderen. De referentiewaarde bedraagt 100 voor januari 2025.
§2. Het geïndexeerde bedrag op 1 januari van jaar Y wordt bekomen door het basisbedrag te vermenigvuldigen met (I / 100), waarbij I gelijk is aan de VBI‑W van september van jaar Y‑1. Het resultaat wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 euro.
§3. Indien de in §1 bedoelde index niet tijdig wordt gepubliceerd, wordt de meest recent beschikbare maandindex gebruikt. Indien de index blijvend niet beschikbaar is, bepaalt de Vlaamse minister bevoegd voor wonen een gelijkwaardige vervangindex of omrekenmethode."

Artikel 4. ( 01/07/2025 - Wijziging van het besluit van 26 april 2024 )

In hetzelfde besluit wordt artikel 32 vervangen door wat volgt:
"Art. 32. Uitbetalingsmodaliteiten
§1. De gewestelijke bijdrage wordt per project uitbetaald in de volgende schijven:

  1. 30% na de toekenningsbeslissing en na het afsluiten van de in dit besluit vereiste uitvoeringsovereenkomst;
  2. 50% na verificatie dat minstens 50% van de werken werd uitgevoerd, gestaafd door een door de bouwdirectie goedgekeurde tussentijdse vorderingsstaat;
  3. 20% na de voorlopige oplevering van het project en na voorlegging van het eindverslag en de eindafrekening.
§2. De toepassing van de coëfficiënten, vermeld in artikel 27/1, wordt vastgesteld bij de toekenningsbeslissing, onverminderd een eventuele neerwaartse bijstelling bij de eindafrekening indien de voorwaarden voor de toepassing ervan niet of gedeeltelijk zijn vervuld.
§3. Betalingsaanvragen per schijf worden ingediend binnen 120 dagen na het bereiken van de betrokken mijlpaal. Laattijdige aanvragen kunnen worden geweigerd, behoudens naar behoren gemotiveerde overmacht."

Artikel 5. ( 01/07/2025 - Wijziging van het besluit van 26 april 2024 )

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk 12 een artikel 71/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 71/1. Overgangsbepalingen voor lopende dossiers
§1. Voor dossiers waarvoor de volledige aanvraag is ingediend vóór 1 juli 2025, blijven de bedragen en regels inzake de gewestelijke bijdrage van toepassing zoals vastgesteld vóór de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van [datum van dit wijzigingsbesluit]. De begunstigde kan evenwel éénmalig opteren voor toepassing van de in de artikelen 27, 27/1 en 28 bepaalde bedragen en modaliteiten.
§2. De optie, vermeld in §1, wordt uiterlijk op 30 september 2025 schriftelijk meegedeeld aan het agentschap bevoegd voor wonen, op de door dat agentschap vastgestelde wijze. De herberekening en eventuele bijstelling van de reeds toegekende bijdrage gebeuren bij de eerstvolgende schijf of, indien de uitbetalingen zijn voltooid, via een aparte afrekening binnen 120 dagen na de kennisgeving van de optie.
§3. Een gemaakte keuze is onherroepelijk en geldt voor het volledige project. Indexering overeenkomstig artikel 28 is slechts van toepassing vanaf de eerstvolgende indexatiedatum na de datum van de kennisgeving van de optie. De coëfficiënten van artikel 27/1 worden uitsluitend toegepast indien volledig aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan op het ogenblik van de toekenningsbeslissing of, in geval van keuze, op het ogenblik van de bevestiging van de herberekening door het agentschap."

Hoofdstuk 2. Slotbepalingen

Artikel 6. ( 01/07/2025 - Inwerkingtreding )

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2025, met uitzondering van artikel 3, waarvan de eerste jaarlijkse indexering toepassing vindt op 1 januari 2026.

Artikel 7. ( 01/07/2025 - Uitvoering )

De Vlaamse minister, bevoegd voor wonen, is belast met de uitvoering van dit besluit.