Besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor genetisch gemodificeerde organismen en de voorwaarden inzake de verhandeling van genetisch gemodificeerde organismen, wat betreft de indexatie van de retributie, afwijkingen op quarantainenormen in onderzoeksfaciliteiten en de vaccinatieplicht voor laboratoriumpersoneel

Dit besluit wijzigt de regels voor genetisch gemodificeerde organismen: jaarlijkse indexatie van kosten, mogelijke afwijkingen op quarantaine-eisen in onderzoek, en een vaccinatieplicht voor laboratoriumpersoneel.
Samenvatting in gewone taal
Dit besluit wijzigt de regels voor instellingen die met genetisch gemodificeerde organismen werken. Het is belangrijk voor universiteiten, onderzoekscentra, bedrijven met biolabs en hun medewerkers. Vanaf 1 september 2025 kan de minister, na advies van de Vlaamse Raad voor Bioveiligheid, tijdelijk en gemotiveerd afwijken van quarantaineregels in onderzoeksfaciliteiten. Dat kan alleen voor een duidelijk afgebakend onderzoek van beperkte duur, met een gunstige veiligheidsbeoordeling en strikte maatregelen rond ontsmetting, luchtstromen, toegang en afval, om kruisbesmetting te voorkomen. Het besluit legt ook een vaccinatieplicht voor laboratoriumpersoneel vast. Vanaf 1 januari 2026 worden de kosten die u aan de overheid betaalt voor erkenningen, meldingen en periodieke controles elk jaar automatisch aangepast aan de levensduurte (gezondheidsindex). De Vlaamse overheid publiceert uiterlijk op 15 januari de nieuwe bedragen op haar website; ze gelden voor dossiers ingediend vanaf 1 februari. De eerste automatische aanpassing gebeurt op 1 januari 2026 op basis van de indexcijfers van 2025.
Documenttype
Besluit
Publicatiedatum
21 april 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
genetisch gemodificeerde organismen bioveiligheid indexatie retributies quarantainenormen vaccinatieplicht

Hoofdstuk 1. Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 27 april 2007

Artikel 1. ( 01/01/2026 - wijzigingsbepaling )

In artikel 34 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor genetisch gemodificeerde organismen en de voorwaarden inzake de verhandeling van genetisch gemodificeerde organismen, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 november 2023 houdende diverse bepalingen inzake bioveiligheid en vergunningen, wordt na paragraaf 4 een paragraaf 5 ingevoegd, die luidt als volgt:

"§5. De retributies verschuldigd voor aanvragen tot erkenning, kennisgeving, verlenging, uitbreiding of wijziging van erkenningen, en voor de periodieke controle door of namens de overheid, worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op 1 januari.

De indexering gebeurt volgens de formule A = A0 × (I/I0), waarbij:

  1. Onder A wordt verstaan: het geïndexeerde retributiebedrag, afgerond naar de hogere hele euro.
  2. Onder A0 wordt verstaan: het basisbedrag zoals vastgesteld op 1 januari 2025.
  3. Onder I wordt verstaan: de meest recente, door Statbel gepubliceerde gezondheidsindex (jaargemiddelde) van het kalenderjaar voorafgaand aan de indexering.
  4. Onder I0 wordt verstaan: de gezondheidsindex (jaargemiddelde) voor 2024, die als referentie-index geldt.

De bevoegde entiteit van de Vlaamse overheid publiceert uiterlijk op 15 januari van elk jaar op haar website de geïndexeerde bedragen, met vermelding van de afgeronde retributies en de toegepaste indexcijfers. De geïndexeerde bedragen zijn van toepassing op dossiers die worden ingediend vanaf 1 februari van hetzelfde jaar.

In afwijking van het tweede lid wordt voor het jaar 2026 de eerste automatische indexatie toegepast op 1 januari 2026 op basis van de in 2025 gepubliceerde gezondheidsindex (jaargemiddelde), met 2024 als referentie-index."

Artikel 2. ( 01/09/2025 - wijzigingsbepaling )

In hetzelfde koninklijk besluit wordt na artikel 16 een artikel 16/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 16/1. Tijdelijke en gemotiveerde afwijkingen op quarantainenormen in onderzoeksfaciliteiten

§1. De minister bevoegd voor omgeving en volksgezondheid kan, op met redenen omkleed advies van de Vlaamse Raad voor Bioveiligheid, tijdelijke afwijkingen toestaan op de in dit besluit vastgestelde quarantainenormen voor onderzoeksfaciliteiten, voor zover cumulatief voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  1. de afwijking is noodzakelijk voor een welomschreven onderzoeksopstelling van beperkte duur en heeft betrekking op activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen binnen een vooraf afgebakende risicocategorie;
  2. er is een gunstige bioveiligheidsbeoordeling waarin de specifieke risico’s, compenserende maatregelen en resterende restrisico’s zijn gedocumenteerd;
  3. de faciliteit beschikt over gevalideerde ontsmettings- en decontaminatieprocedures die specifiek zijn afgestemd op de betrokken organismen en processen;
  4. luchtstromen, toegangssystemen en afvalstromen worden zodanig beheerd dat kruisbesmetting en emissie naar het milieu redelijkerwijs worden uitgesloten;
  5. personeel dat betrokken is bij de onderzoeksopstelling heeft aantoonbaar de vereiste opleiding inzake bioveiligheid gevolgd en beschikt over de passende gezondheidsbewaking;
  6. de afwijking leidt niet tot een versoepeling onder het minimale beschermingsniveau dat volgens de risicobeoordeling vereist is.

§2. De afwijking wordt toegestaan voor maximaal zes maanden en kan éénmaal voor ten hoogste zes maanden worden verlengd, op grond van een geactualiseerd advies van de Vlaamse Raad voor Bioveiligheid en een geactualiseerde risicoanalyse.

§3. De aanvraag tot afwijking bevat minstens: een beschrijving van de onderzoeksopstelling en -doelstellingen, de motivering van de gevraagde afwijking, de risicoanalyse en de compenserende maatregelen, een noodplan en een tijdspad met mijlpalen. De bevoegde entiteit van de Vlaamse overheid bepaalt het aanvraagformulier en kan bijkomende inlichtingen opvragen.

§4. De afwijking kan worden geschorst of ingetrokken indien:

  1. niet langer wordt voldaan aan de in §1 opgesomde voorwaarden of aan de opgelegde compenserende maatregelen;
  2. zich een incident, bijna-incident of onvoorziene emissie voordoet die de risico-inschatting wijzigt;
  3. de rapporteringsverplichtingen niet worden nageleefd.

§5. De houder van de afwijking dient binnen dertig dagen na het einde van de onderzoeksopstelling een eindrapport in met een evaluatie van de toegepaste maatregelen, incidenten of bijna-incidenten en eventuele aanbevelingen. De bevoegde entiteit van de Vlaamse overheid publiceert jaarlijks een geanonimiseerde synthese van de verleende afwijkingen en de belangrijkste leerpunten."

Artikel 3. ( 01/01/2026 - wijzigingsbepaling )

In hetzelfde koninklijk besluit wordt na artikel 21 een artikel 21/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 21/1. Vaccinatieplicht voor laboratoriumpersoneel

§1. Personen die in een inrichting werkzaamheden uitvoeren waarbij zij rechtstreeks of onrechtstreeks in contact kunnen komen met genetisch gemodificeerde organismen, moeten beschikken over een actuele vaccinatiestatus overeenkomstig de door de bevoegde minister vastgestelde lijst van verplichte vaccinaties voor laboratoriumpersoneel.

§2. De lijst bedoeld in §1 omvat minstens vaccinaties tegen hepatitis B en tetanus-difterie, en wordt aangevuld met vaccins die, gelet op de resultaten van de risicobeoordeling voor de betrokken activiteiten, noodzakelijk worden geacht. De lijst wordt minimaal om de twee jaar herzien na advies van de Vlaamse Raad voor Bioveiligheid.

§3. De werkgever:

  1. biedt de vereiste vaccinaties kosteloos aan vóór de aanvang van de risicovolle werkzaamheden of, indien dat niet mogelijk is, binnen de kortst haalbare termijn onder toepassing van aanvullende beschermingsmaatregelen;
  2. houdt een vertrouwelijk register bij van de vaccinatiestatus en de aangeboden vaccinaties, uitsluitend voor zover noodzakelijk voor de naleving van deze bepaling en met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming;
  3. waarborgt dat personen met een medische contra-indicatie, gestaafd door een medisch attest, uitgesloten worden van taken die onverenigbaar zijn met hun gezondheidstoestand en stelt voor hen gelijkwaardige alternatieve beschermingsmaatregelen vast;
  4. zorgt voor periodieke informatie en sensibilisering over het nut, de werking en de eventuele neveneffecten van de betrokken vaccins.

§4. Voor personen die op 1 januari 2026 reeds tewerkgesteld zijn, geldt een overgangstermijn van zes maanden om aan de vereiste vaccinatiestatus te voldoen. Tijdens de overgangstermijn worden, in voorkomend geval, aanvullende beschermingsmaatregelen toegepast conform de risicobeoordeling.

§5. De toezichthouder kan de tijdelijke uitsluiting van risicovolle taken bevelen voor personen die de in §1 bedoelde vaccinatieplicht niet naleven en niet onder §3, 3°, vallen."

Hoofdstuk 2. Slotbepalingen

Artikel 4. ( 15/07/2025 - inwerkingtreding )

Dit besluit treedt in werking op 15 juli 2025, met uitzondering van:

  1. artikel 2, dat in werking treedt op 1 september 2025;
  2. artikel 1 en artikel 3, die in werking treden op 1 januari 2026.

De minister bevoegd voor omgeving en volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.