Besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 12 mei 2023 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor de berekening van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden en de tegemoetkoming van de verzekering in het honorarium voor telezorgverstrekkingen en telemonitoring

Dit besluit verduidelijkt en werkt de regels bij voor berekening van de eigen bijdrage en terugbetaling door de verzekering bij zorg en opvolging op afstand.
Samenvatting in gewone taal
Dit besluit past de regels voor telezorg en telemonitoring in Vlaanderen aan om ze duidelijker en voorspelbaarder te maken. Het is belangrijk voor mensen die op afstand zorg krijgen, voor artsen en andere zorgverleners, en voor verzekeraars. Zo wordt precies omschreven wat telt als een telezorgcontact: een handeling op afstand met een zorgdoel, via beeldbellen of berichten, die altijd wordt genoteerd in het digitale patiëntendossier, met begin- en eindtijd tot op de seconde (volgens de Belgische tijd). Er komt ook een duidelijke definitie van een monitoringepisode: een aaneengesloten periode van opvolging op afstand van maximum 30 dagen. Die start bij de activatie van de meetopdracht en stopt op dag 30 of vroeger als de voorschrijver dat beslist. Verlenging kan, maar vraagt telkens een nieuwe medische motivatie. Voor de duur telt één dag als 24 opeenvolgende uren. Daarnaast worden de regels om het persoonlijk aandeel van de patiënt en de tussenkomst van de verzekering te berekenen geactualiseerd. De wijzigingen gelden vanaf 1 maart 2026.
Documenttype
Besluit
Publicatiedatum
27 juni 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
Telezorg Telemonitoring Persoonlijk aandeel Verzekeringstegemoetkoming Zorgfinanciering Regelgeving

De Vlaamse minister bevoegd voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor de berekening van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden en de tegemoetkoming van de verzekering in het honorarium voor telezorgverstrekkingen en telemonitoring, inzonderheid op artikel 5, § 2, en artikel 7;

Gelet op het ministerieel besluit van 12 mei 2023 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor de berekening van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden en de tegemoetkoming van de verzekering in het honorarium voor telezorgverstrekkingen en telemonitoring;

Gelet op het ministerieel besluit van 3 juli 2024 tot wijziging van het ministerieel besluit van 12 mei 2023 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor de berekening van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden en de tegemoetkoming van de verzekering in het honorarium voor telezorgverstrekkingen en telemonitoring;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 4 december 2025;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 18 december 2025;

Overwegende dat verduidelijking van begrippen en actualisering van de berekeningsregels noodzakelijk zijn om de continuïteit, de transparantie en de budgettaire voorspelbaarheid van telezorgverstrekkingen en telemonitoring te verzekeren;

Besluit:

Artikel 1. ( 01/03/2026 - Wijziging van de begripsbepalingen )

In artikel 1 van het ministerieel besluit van 12 mei 2023 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor de berekening van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden en de tegemoetkoming van de verzekering in het honorarium voor telezorgverstrekkingen en telemonitoring, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 3 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in punt 3 wordt de omschrijving van "telezorgverstrekking" vervangen door wat volgt: "telezorgverstrekking: een op afstand verrichte, patiëntgebonden handeling met een diagnostisch, therapeutisch of opvolgkundig doel, die synchroon (audiovisueel) of asynchroon (berichtgebaseerd) verloopt en wordt geregistreerd in het elektronisch patiëntendossier, met vermelding van het tijdstip van aanvang en beëindiging op minuut- en secondeniveau volgens CET/CEST";
  2. na punt 4 wordt een punt 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "monitoringepisode: een aaneengesloten periode van telemonitoring met een maximale duur van dertig dagen, die aanvangt op de datum van activatie van de meetopdracht en eindigt op de dertigste dag of bij vroegtijdige beëindiging door de voorschrijver; elke verlenging vergt een nieuwe medische indicatiestelling. Voor de bepaling van de maximale duur wordt één dag gelijkgesteld aan 24 opeenvolgende uren, ongeacht de overschakeling naar of van de zomertijd.";
  3. in punt 6 wordt na de woorden "beveiligde gegevensuitwisseling" ingevoegd: ", met inbegrip van end-to-end versleuteling en multifactorautorisatie conform de toepasselijke technische richtlijn VLA-TS 2401:2025 inzake beveiligde telezorgplatformen".

Artikel 2. ( 01/03/2026 - Vervanging van de berekeningsregels voor het persoonlijk aandeel en de verzekeringstegemoetkoming )

In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de paragrafen 1 tot en met 3 vervangen door wat volgt:
"§ 1. Het persoonlijk aandeel van de rechthebbende per telezorgprestatie wordt als volgt vastgesteld:
1° voor een synchrone teleconsultatie bedraagt het persoonlijk aandeel 15% van het overeengekomen honorarium, met een minimum van 2,00 euro en een maximum van 8,50 euro per contact;
2° voor een asynchrone tele-adviesprestatie bedraagt het persoonlijk aandeel 10% van het overeengekomen honorarium, met een minimum van 1,00 euro en een maximum van 4,00 euro per contact;
3° voor een maandforfait telemonitoring binnen een monitoringepisode bedraagt het persoonlijk aandeel 6,00 euro per kalendermaand, met een maandplafond voor telemonitoringprestaties van 18,00 euro per rechthebbende.
§ 2. De tegemoetkoming van de verzekering stemt overeen met het verschil tussen het overeengekomen honorarium en het persoonlijk aandeel, onverminderd de toepassing van kortingen of plafonds die in dit besluit zijn bepaald. Voor rechthebbenden met verhoogde tegemoetkoming wordt het in § 1, 1° en 2°, bedoelde percentage van het persoonlijk aandeel gehalveerd, afgerond naar de dichtstbijzijnde 0,10 euro. Het maandplafond, vermeld in § 1, 3°, wordt voor die rechthebbenden vastgesteld op 9,00 euro.
§ 3. De in § 1 en § 2 genoemde bedragen en grenzen worden jaarlijks op 1 januari aangepast met de telezorgindex kTZ(t) zoals bekendgemaakt door het agentschap Zorg en Gezondheid. Bij ontstentenis van publicatie wordt de laatst geldende kTZ-coëfficiënt pro rata temporis toegepast vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking. De kTZ-coëfficiënt wordt voor de toepassing van dit artikel afgerond op twee decimalen volgens de bankafrondingsmethode (naar het dichtstbijzijnde even getal)."

Artikel 3. ( 01/03/2026 - Invoeging van een artikel 4/1 betreffende differentiatie en vrijstellingen )

In hetzelfde besluit wordt na artikel 4 een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 4/1. Differentiatie en vrijstellingen
§ 1. Voor minderjarige rechthebbenden bedraagt het persoonlijk aandeel voor het maandforfait telemonitoring nul euro.
§ 2. Voor rechthebbenden met een door de adviserend arts bevestigde chronische aandoening waarvoor telemonitoring als noodzakelijke opvolgmodaliteit is aangewezen, wordt het persoonlijk aandeel voor synchrone teleconsultaties tijdens een actieve monitoringepisode beperkt tot 2,00 euro per contact, met een bijkomend maandplafond van 10,00 euro voor die consultaties.
§ 3. Voor telezorgverstrekkingen die uitsluitend betrekking hebben op administratieve of logistieke handelingen, zonder inhoudelijke medische of paramedische interventie, is geen persoonlijk aandeel verschuldigd en komt geen verzekeringstegemoetkoming in aanmerking.
§ 4. De toepassing van de in §§ 1 en 2 bedoelde vrijstellingen en plafonds vergt registratie van de indicatiestelling en de monitoringepisode in het telezorgregister overeenkomstig de door het agentschap Zorg en Gezondheid vastgestelde specificaties."

Artikel 4.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( Datum afhankelijk van externe gebeurtenis - Aanpassing van tarieven na publicatie Telezorgindex 2026 )

In artikel 9, § 2, van hetzelfde besluit worden de bedragen van de honoraria voor telezorgverstrekkingen vervangen door wat volgt:
"1° prestatiecode T100 (synchrone teleconsultatie): honorarium 34,00 euro per contact;
2° prestatiecode T110 (asynchrone tele-adviesprestatie): honorarium 18,00 euro per contact;
3° prestatiecode T200 (maandforfait telemonitoring): honorarium 42,00 euro per kalendermaand per monitoringepisode;
4° prestatiecode T210 (dataverwerkingsbundel aanvullende sensoren): honorarium 12,00 euro per kalendermaand per monitoringepisode."
De in het eerste lid vermelde bedragen worden bij de inwerkingtreding van dit artikel automatisch vermenigvuldigd met de laatst gepubliceerde kTZ-coëfficiënt met referentiedatum 2026. Het aldus bekomen bedrag wordt per prestatiecode afgerond naar de dichtstbijzijnde 0,10 euro, waarbij 0,05 naar boven wordt afgerond en de afronding éénmalig wordt vastgesteld op het tijdstip van bekendmaking.

Artikel 5. ( 01/03/2026 - Invoeging van een artikel 9/1 betreffende overgangsbepalingen )

In hetzelfde besluit wordt na artikel 9 een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 9/1. Overgangsbepalingen
§ 1. Voor monitoringepisodes die zijn gestart vóór 1 maart 2026 blijven de bedragen en percentages die golden op de startdatum van toepassing tot en met het einde van de lopende maand, met een maximale overgangsduur van twee opeenvolgende maanden.
§ 2. Telezorgplatformen die worden ingezet voor prestaties in de zin van dit besluit voldoen uiterlijk op 30 juni 2026 aantoonbaar aan de technische richtlijn VLA-TS 2401:2025. De zorgaanbieder bewaart een conformiteitsverklaring en stelt die op eenvoudig verzoek ter beschikking van het agentschap Zorg en Gezondheid.
§ 3. Facturen die prestaties omvatten uit zowel de overgangsperiode als de periode na 1 maart 2026 worden opgesplitst per kalendermaand en prestatiecode. Het agentschap Zorg en Gezondheid kan, bij gebreke aan opsplitsing, de betrokken factuur terugzenden voor regularisatie. De opsplitsing wordt in de elektronische factuur gerealiseerd via afzonderlijke factuurlijnen per prestatiecode en kalendermaand, conform het UBL 2.3-formaat en de PEPPOL BIS Billing 3.0-specificaties."

Artikel 6. ( 01/03/2026 - Inwerkingtreding )

Artikel 1, artikel 2, artikel 3 en artikel 5 treden in werking op 1 maart 2026. Artikel 4 treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking door het agentschap Zorg en Gezondheid van de Telezorgindex 2026, en ten vroegste op 1 juli 2026.