Besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 20 juni 2023 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 tot vaststelling van de werking en het beheer van het Opleidings- en Certificeringsinstrument voor de Vlaamse energie- en waterstoftechnologiesector (OCIEW) en de verrichtingen die voor steun vanuit OCIEW en EFSET in aanmerking komen, wat betreft de vakbekwaamheid in de waterstoftechnologiesector en enkele technische correcties
- Documenttype
- Besluit
- Publicatiedatum
- 23 juli 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- waterstoftechnologie energie opleiding en certificering vakbekwaamheid steunmaatregelen ministerieel besluit
De Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk en Energie,
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 tot vaststelling van de werking en het beheer van het Opleidings- en Certificeringsinstrument voor de Vlaamse energie- en waterstoftechnologiesector (OCIEW) en de verrichtingen die voor steun vanuit OCIEW en EFSET in aanmerking komen;
Gelet op het ministerieel besluit van 20 juni 2023 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 tot vaststelling van de werking en het beheer van OCIEW en de verrichtingen die voor steun vanuit OCIEW en EFSET in aanmerking komen, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 januari 2024;
Overwegende dat de snelle technologische en veiligheidsontwikkelingen in de waterstofketen noodzaken tot een actualisatie en aanscherping van de bepalingen inzake vakbekwaamheid;
Overwegende dat enkele redactionele en verwijzingstechnische correcties aangewezen zijn om de rechtszekerheid en eenduidigheid van de toepassing te verzekeren;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 april 2025;
Gelet op de akkoordbevinding van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, van 22 april 2025;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Wijzigingen aan het ministerieel besluit van 20 juni 2023
Artikel 1. ( 01/06/2025 - Definities waterstoftechnologiesector )
In artikel 1 van het ministerieel besluit van 20 juni 2023 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 tot vaststelling van de werking en het beheer van het Opleidings- en Certificeringsinstrument voor de Vlaamse energie- en waterstoftechnologiesector (OCIEW) en de verrichtingen die voor steun vanuit OCIEW en EFSET in aanmerking komen, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 januari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- In paragraaf 1 wordt na de definitie van “energiecluster” een definitie ingevoegd, die luidt als volgt: “waterstoftechnologiesector: het geheel van ondernemingen, kennisinstellingen en dienstenverleners dat actief is in ontwerp, installatie, exploitatie, onderhoud, inspectie, ombouw of ontmanteling van waterstofproducerende, -opslag-, -distributie- of -toepassingsinstallaties, met inbegrip van toeleverings- en veiligheidsfuncties in de waardeketen.”
- In paragraaf 1 worden na de definitie van “opleidingsverstrekker” de volgende definities ingevoegd:
- “waterstofinstallateur: de natuurlijke persoon die beroepshalve montages, aansluitingen, inbedrijfstellingen, onderhouds- of herstellingshandelingen uitvoert aan waterstofsystemen tot en met 700 bar en/of 350 kg H2 per dag nominale doorzet, in industriële of gebouwaansluitingen.”
- “H2-veiligheidsmodule: een door OCIEW gevalideerde opleidingsmodule van ten minste 16 uur, waarin brand- en explosieveiligheid, detectie, ventilatie, noodprocedures, lekmanagement en etiketteringsnormen voor waterstof en derivaten aan bod komen. De module omvat minimaal 4 uur praktijkoefeningen aan een ATEX-zone 2 geclassificeerde proefopstelling met geventileerde behuizing.”
- “erkende exameninstelling: een rechtspersoon die overeenkomstig dit besluit door OCIEW is erkend om beroepsbekwaamheidstoetsen in de waterstoftechnologiesector af te nemen en certificaten uit te reiken.”
- “micro-credential: een formeel gevalideerde onderwijseenheid in de zin van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2024 betreffende micro-credentials, die aantoonbaar leeruitkomsten omvat en minstens 3 en hoogstens 12 studiepunten vertegenwoordigt.”
- In paragraaf 2, eerste lid, wordt na “elektriciteit” ingevoegd: “, waterstoftechnologie”.
Artikel 2. ( 01/09/2025 - Vakbekwaamheid waterstoftechnologiesector )
In hetzelfde ministerieel besluit wordt in hoofdstuk 3, afdeling 2, na artikel 11 een artikel 11/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Art. 11/1. Vakbekwaamheid in de waterstoftechnologiesector
§1. Voor de uitvoering van werkzaamheden in de waterstoftechnologiesector is vakbekwaamheid vereist. Vakbekwaamheid wordt bewezen door het behalen en behouden van een OCIEW-certificaat waterstoftechnologie, overeenkomstig de paragrafen 2 tot en met 7.
§2. Het OCIEW-certificaat waterstoftechnologie kent ten minste de volgende profielen:
- Technicus waterstofinstallaties basismodus (H2-T1);
- Technicus waterstofinstallaties gevorderd (H2-T2);
- Verantwoordelijke voor waterstofveiligheid en -exploitatie (H2-V1).
§3. Voor het profiel H2-T1 omvat de certificeringsvoorwaarde:
- het succesvol afronden van de H2-veiligheidsmodule; en
- het slagen voor een door een erkende exameninstelling afgenomen kennistoets en praktijkproef, respectievelijk met een slaaggrens van 70% en 80%. De kennistoets omvat ten minste 35 meerkeuzevragen en wordt binnen 50 minuten afgelegd; de praktijkproef wordt beoordeeld aan de hand van een genormeerde checklist met twintig beoordelingscriteria.
§4. Voor het profiel H2-T2 omvat de certificeringsvoorwaarde:
- het beschikken over het certificaat H2-T1 dat niet ouder is dan vijf jaar; en
- het succesvol afronden van ten minste één micro-credential gericht op hogedruksystemen of power-to-gasconversie; en
- het slagen voor een praktijkassessment bij een erkende exameninstelling met reële installaties of gevalideerde simulatoren.
§5. Voor het profiel H2-V1 omvat de certificeringsvoorwaarde:
- het beschikken over een relevant diploma op minstens niveau 6 van de Vlaamse kwalificatiestructuur in een technisch of veiligheidskundig domein, of gelijkgesteld ervaringsbewijs zoals vastgesteld door OCIEW; en
- het succesvol afronden van de H2-veiligheidsmodule; en
- het slagen voor een kennistoets en casustoets met betrekking tot risicobeoordeling, noodplanning, onderhoudsregimes en wettelijke conformiteit.
§6. OCIEW kan alternatieve trajecten erkennen voor het behalen van de certificaten bedoeld in §§3 tot en met 5 op basis van aantoonbare, gelijkwaardige leeruitkomsten, verworven via formele, non-formele of informele leerprocessen, na een individuele bekwaamheidsvalidatie.
§7. De geldigheidsduur van elk certificaat bedraagt vijf jaar. Voor behoud van geldigheid volgt de certificaathouder een permanente bijscholing van minstens 24 uur per drie jaar, waarvan ten minste 8 uur praktijkgericht. De bijscholing wordt verstrekt door een opleidingsverstrekker die conform artikel 9 is geregistreerd. De bijscholing wordt gevolgd in minimaal twee afzonderlijke sessies met een tussenperiode van ten minste 21 kalenderdagen.
§8. OCIEW publiceert het competentieprofiel, de toetsmatrijzen en de minimale infrastructuurvereisten voor praktijkproeven op zijn website.”
Artikel 3. ( 01/11/2025 - Erkenning exameninstellingen )
In hetzelfde ministerieel besluit wordt in hoofdstuk 4, na afdeling 3, een afdeling 3/1 ingevoegd, met de artikelen 23/1 tot en met 23/4, die luiden als volgt:
“Afdeling 3/1. Erkenning van exameninstellingen waterstoftechnologie
Art. 23/1. Erkenningsvoorwaarden
§1. Een exameninstelling komt voor erkenning in aanmerking indien zij aantoont:
- te beschikken over een kwaliteitssysteem dat conform is met de principes van ISO/IEC 17024 of een gelijkwaardig door OCIEW aanvaard systeem;
- te beschikken over adequate infrastructuur voor de afname van praktijkproeven voor de profielen H2-T1 en H2-T2, inclusief lekdetectieopstellingen, ventilatievoorzieningen en noodstopmechanismen; De lekdetectiesensoren hebben een alarmdrempel van maximaal 0,4 vol% H₂ en de mechanische ventilatie heeft een minimaal debiet van 2,8 m³ per uur per m² bruikbare vloeroppervlakte;
- te beschikken over examinatoren met aantoonbare deskundigheid in waterstoftechnologie, waarvan ten minste één met een certificaat H2-V1;
- onafhankelijkheid te waarborgen tussen opleiding en examen, tenzij organisatorische scheiding met een waterdichte incompatibiliteitsregeling wordt aangetoond.
§2. OCIEW kan nadere richtlijnen vaststellen inzake de minimale bezetting, het maximaal aantal gelijktijdige kandidaten en de traceerbaarheid van examenresultaten.
Art. 23/2. Erkenningsprocedure
§1. De aanvraag tot erkenning wordt digitaal ingediend bij OCIEW met toevoeging van een zelfevaluatie, bewijsstukken van infrastructuur en personeelscompetenties, en een overzicht van de beoogde profielen.
§2. OCIEW beslist binnen 90 kalenderdagen na ontvankelijkverklaring. Bij gebreke aan beslissing binnen die termijn wordt de erkenning geacht te zijn geweigerd.
§3. De erkenning wordt verleend voor een termijn van vijf jaar en is hernieuwbaar.
Art. 23/3. Toezicht en audit
§1. OCIEW oefent toezicht uit via systeem- en praktijkaudits. De exameninstelling verleent toegang tot lokalen, installaties en relevante documenten.
§2. OCIEW kan een bijkomende audit opleggen bij meldingen van incidenten of klachten.
Art. 23/4. Opschorting en intrekking
§1. OCIEW kan de erkenning geheel of gedeeltelijk opschorten of intrekken indien de voorwaarden van artikel 23/1 niet langer zijn vervuld, of bij ernstige inbreuken op de examenintegriteit.
§2. Voorafgaand aan de beslissing wordt de exameninstelling gehoord, behoudens in spoedeisende omstandigheden die een onmiddellijke maatregel vergen.”
Artikel 4. ( 01/09/2025 - Steunbare verrichtingen OCIEW en EFSET )
In hetzelfde ministerieel besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht met betrekking tot de steunbare verrichtingen:
- In artikel 28, §2, wordt na punt 6° een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt: “7° kosten voor de afname van beroepsbekwaamheidstoetsen in de waterstoftechnologiesector bij een erkende exameninstelling, met inbegrip van de huur van praktijkinfrastructuur, tot een plafond van 450 euro per kandidaat per profiel.”
- In artikel 29, §1, eerste lid, worden de woorden “opleidingsmodules elektriciteit en warmtepompen” vervangen door de woorden “opleidingsmodules elektriciteit, warmtepompen en waterstoftechnologie (inclusief de H2-veiligheidsmodule)”.
- In artikel 30, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt: “§4. Micro-credentials die aanwijsbaar bijdragen tot het behalen of behouden van een OCIEW-certificaat waterstoftechnologie komen in aanmerking voor steun. De subsidiabele kost per micro-credential bedraagt maximaal 1.200 euro.”
Artikel 5. ( 01/06/2025 - Technische en redactionele correcties )
In hetzelfde ministerieel besluit worden de volgende technische correcties aangebracht:
- In artikel 3, tweede lid, wordt de verwijzing naar “artikel 22” vervangen door “artikel 23”.
- In artikel 18, §3, wordt “bijlage A” vervangen door “bijlage 1”.
- In artikel 21, §2, eerste lid, worden de woorden “digitale handtekening (eID)” vervangen door “gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van Verordening (EU) nr. 910/2014”.
- In artikel 32, §1, tweede lid, wordt de eenheid “Nm³” vervangen door “kg H₂” en wordt “per uur” vervangen door “per dag”.
Artikel 6. ( 01/06/2025 - Overgangsmaatregelen )
In hetzelfde ministerieel besluit wordt een artikel 42/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Art. 42/1. Overgangsmaatregelen waterstoftechnologiesector
§1. Personen die op 31 maart 2025 beschikken over een certificaat ‘Hydrogen Professional Basis’ of een door OCIEW als gelijkwaardig erkend certificaat, worden geacht te voldoen aan de vereisten voor het profiel H2-T1 tot en met 31 december 2026.
§2. Aanvragen tot erkenning als exameninstelling die vóór 1 september 2025 volledig zijn ingediend, worden behandeld volgens de bepalingen van afdeling 3/1. OCIEW kan, in afwachting van de afronding van de audit, een voorlopige erkenning voor maximaal twaalf maanden toekennen indien de naleving van de essentiële veiligheids- en integriteitsvereisten is aangetoond. Hiervoor wordt een risicoanalyse volgens IEC 61882 (HAZOP) voorgelegd, gevalideerd niet eerder dan zes maanden vóór de aanvraag.
§3. Lopende steunaanvragen die op de datum van inwerkingtreding van artikel 4 in behandeling zijn, worden ambtshalve beoordeeld met toepassing van de voor de aanvrager meest gunstige bepalingen, zonder afbreuk te doen aan de toepasselijke plafonds en begrotingskredieten.”
Hoofdstuk 2. Slot- en inwerkingtredingsbepalingen
Artikel 7. ( 01/06/2025 - Inwerkingtreding )
Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2025, met uitzondering van:
- artikel 2 en artikel 4, die in werking treden op 1 september 2025; en
- artikel 3, dat in werking treedt op 1 november 2025.