Besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 22 december 2025 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2026 tot de afbakening en registratie van particuliere gronden met historische activiteiten in Maaseik

Dit besluit verduidelijkt de aanpak en termijnen voor het aanduiden en registreren van privégronden met vroegere activiteiten in Maaseik in 2026.
Samenvatting in gewone taal
Dit besluit past het ministerieel besluit van 22 december 2025 aan voor Maaseik. Het verduidelijkt en versnelt de stappen om particuliere percelen met vroegere activiteiten in 2026 af te bakenen en te registreren. Eigenaars en andere rechthebbenden hebben baat bij heldere regels en een tijdige verwittiging; ook de stad en het Departement Omgeving krijgen een eenduidige aanpak. Het document zegt wat een historische activiteit is: elke activiteit vóór 1 januari 1990 die waarschijnlijk sporen in de bodem kan nalaten. Voorbeelden zijn drukkerijen met oplosmiddelen, metaalbewerking met ontvettingsbaden of galvanisatie, opslag of overslag van vloeibare brandstoffen van samen minstens 2.000 liter (gemeten bij 15 °C), kleinschalige leerbewerking en kalk- of baksteenproductie op erf- of perceelsniveau. Het Departement Omgeving maakt een voorlopige afbakening op basis van registers, vergunningen en bedrijfsarchieven, luchtfoto’s en kaarten met detail tot 25 cm, terreinverkenningen en kadastrale gegevens. Eigenaars krijgen een kennisgeving per aangetekende zending of via de elektronische berichtenbox met een gedetailleerd plan (schaal 1:1.000). De regels gelden vanaf 1 juni 2026.
Documenttype
Besluit
Publicatiedatum
24 juli 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
Ministerieel besluit Afbakening Registratie Particuliere gronden Historische activiteiten Maaseik

De Vlaamse minister van Omgeving,

Gelet op het decreet van 19 december 2024 betreffende de afbakening en registratie van particuliere gronden met historische activiteiten, inzonderheid artikel 12, §2, artikel 13, §1, en artikel 16;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2025 houdende uitvoering van het decreet van 19 december 2024 betreffende de afbakening en registratie van particuliere gronden met historische activiteiten, inzonderheid artikel 7 en artikel 10;

Gelet op het ministerieel besluit van 22 december 2025 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2026 tot de afbakening en registratie van particuliere gronden met historische activiteiten in Maaseik;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 februari 2026;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, van 7 maart 2026;

Overwegende de noodzaak om de procedures voor voorlopige afbakening, kennisgeving, registratie en controle in Maaseik te verduidelijken en de termijnen te optimaliseren met het oog op een volledige en kwalitatieve registratie in het jaar 2026;

Besluit:

Artikel 1. ( 01/06/2026 - in werking )

In artikel 1 van het ministerieel besluit van 22 december 2025 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2026 tot de afbakening en registratie van particuliere gronden met historische activiteiten in Maaseik, wordt 5° vervangen door wat volgt: "5° historische activiteit: elke op het betrokken perceel vóór 1 januari 1990 uitgeoefende activiteit die redelijkerwijs sporen in de boven- of ondergrond kan hebben nagelaten, waaronder met name: - drukkerij- en zetwerkactiviteiten met gebruik van oplosmiddelen; - metaalbewerking met ontvettingsbaden of galvanisatie; - opslag of overslag van vloeibare brandstoffen met een gezamenlijke inhoud van minstens 2.000 liter, bepaald bij een referentietemperatuur van 15,0 °C overeenkomstig ISO 91-1; - kleinschalige leerbewerking; - kalk- of baksteenproductie op erf- of perceelsniveau."

Artikel 2. ( 01/06/2026 - in werking )

In hetzelfde besluit wordt na artikel 3 een artikel 3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 3/1. Voorlopige afbakening en kennisgeving §1. Het Departement Omgeving stelt voor de stad Maaseik de voorlopige afbakening vast van particuliere gronden waarop historische activiteiten hebben plaatsgevonden, op basis van: 1° gemeentelijke en provinciale registers, vergunningen en bedrijfsarchieven; 2° historische en actuele luchtfoto's en cartografische bronnen, orthogerectificeerd tot een grondpixel van maximaal 0,25 m en gedateerd per opnamejaar; 3° terreinverkenningen en kadastrale gegevens. §2. Het ontwerp van voorlopige afbakening wordt ter kennis gebracht aan de eigenaar en, in voorkomend geval, de andere zakelijke gerechtigden, per aangetekende zending of via de elektronische berichtenbox van de Vlaamse overheid. De kennisgeving bevat minstens: 1° een situeringsplan met perceelsaanduiding, opgemaakt op schaal 1:1.000 en voorzien van coördinaten in het Belgisch Lambert 72-stelsel; 2° een beknopte motivering van de afbakening; 3° de wijze en termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend. §3. De eigenaar en de andere zakelijke gerechtigden kunnen binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving een gemotiveerd bezwaar indienen via het Digitaal Loket Historische Activiteiten, te rekenen vanaf de eerste werkdag na de dag van kennisgeving, vastgesteld op basis van de tijdstempel van de verzonden kennisgeving in de elektronische berichtenbox of, bij aangetekende zending, de datum van aanbieding door de postdienst. Het bezwaar kan worden gestaafd met relevante stukken. §4. Het Departement Omgeving kan, indien het dat aangewezen acht, de betrokkenen horen. De beslissing op het bezwaar wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht binnen vijfenveertig dagen na het verstrijken van de bezwaartermijn. §5. Bij het uitblijven van een tijdig bezwaar wordt de voorlopige afbakening definitief vastgesteld."

Artikel 3. ( 01/06/2026 - in werking )

In hetzelfde besluit worden in artikel 4 de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in §1 wordt de datum "30 juni 2026" vervangen door "31 oktober 2026";
  2. in §2, eerste lid, worden de woorden "per post of" geschrapt en worden na de woorden "via het Digitaal Loket Historische Activiteiten" de woorden "met upload van relevante bewijsstukken die de aard en de periode van de historische activiteit staven" ingevoegd;
  3. in §3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Een door de eigenaar schriftelijk gemachtigde derde kan de registratie namens de eigenaar verrichten via het Digitaal Loket Historische Activiteiten."

Artikel 4. ( 01/06/2026 - in werking )

In hetzelfde besluit wordt na artikel 7 een artikel 7/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 7/1. Steekproefcontrole en verificatie §1. Het Departement Omgeving voert jaarlijks een steekproefcontrole uit op ten minste zeven procent van de in Maaseik ingediende registratiedossiers. De berekeningsbasis is het aantal volledig ingediende registratiedossiers op 31 december van het betrokken kalenderjaar, afgerond naar boven op het dichtst hogere gehele getal. §2. De selectie voor de steekproefcontrole gebeurt risicogebaseerd, rekening houdend met: 1° de aard en intensiteit van de geregistreerde historische activiteit; 2° de volledigheid en consistentie van de ingediende stukken; 3° de ligging van het perceel in relatie tot gekende zones met historische activiteiten. §3. In het kader van de controle kan het Departement Omgeving bijkomende documenten of toelichtingen opvragen. De betrokken eigenaar of gemachtigde verstrekt de gevraagde informatie binnen twintig dagen na het verzoek. Bij het uitblijven van tijdige informatie kan het dossier, na een eenmalige schriftelijke herinnering met een bijkomende termijn van tien dagen, onontvankelijk verklaard worden. §4. Het controleverslag wordt aan de eigenaar en, in voorkomend geval, de gemachtigde ter kennis gebracht. Zij kunnen binnen vijftien dagen opmerkingen indienen. Het Departement Omgeving neemt kennis van de opmerkingen en bevestigt, wijzigt of trekt de bevindingen in, met opgave van redenen."

Artikel 5. ( 01/06/2026 - in werking )

In hetzelfde besluit worden in artikel 9 de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in §1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Indien de registratie niet gebeurt binnen de in artikel 4, §1, bedoelde termijn, kan het Departement Omgeving overgaan tot een ambtshalve registratie op basis van de beschikbare gegevens en bronnen bedoeld in artikel 3/1, §1.";
  2. er wordt een §3 ingevoegd, die luidt als volgt: "§3. Vooraleer een ambtshalve registratie wordt vastgesteld, wordt de betrokken eigenaar gehoord. De uitnodiging tot het hoorgesprek wordt per aangetekende zending of via de elektronische berichtenbox verstuurd. De beslissing tot ambtshalve registratie vermeldt de rechtsmiddelen en de termijnen waarbinnen deze kunnen worden aangewend."

Artikel 6. ( 01/06/2026 - in werking )

Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2026. Registraties die vóór deze datum overeenkomstig het ministerieel besluit van 22 december 2025 zijn ingediend, blijven geldig en worden geacht te voldoen aan de bij dit besluit aangebrachte wijzigingen.