Besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 22 december 2025 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2026 tot het behoud van de operationele continuïteit bij de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten

Dit besluit past de tijdelijke regels voor 2026 aan en verduidelijkt definities, zodat tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten hun dienstverlening ononderbroken en controleerbaar kunnen voortzetten.
Samenvatting in gewone taal
Dit besluit past de tijdelijke maatregelen voor 2026 aan zodat tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten kunnen blijven werken bij storingen. Het is nuttig voor bemiddelingsondernemingen (bedrijven of zelfstandigen die tussen klant en bank of belegging staan), hun klanten en de overheid die toezicht houdt. De begrippen worden verduidelijkt. Voortaan spreken we over tijdelijke continuïteitsmaatregelen: concrete stappen om de dienstverlening te beschermen. De minister kan een noodvenster afkondigen: een aaneengesloten periode van maximaal tien werkdagen waarin deze maatregelen geactiveerd kunnen worden om ernstige storingen te vermijden of te beperken. Een kritieke dienstverlener is een externe partij, bijvoorbeeld een IT-leverancier, waarvan uitval meteen een groot risico vormt voor de service aan klanten. Continuïteit omvat ook werken op afstand en reserveteams of -systemen. Als een bemiddelingsonderneming een tijdelijke maatregel activeert, moet ze dat meteen en uiterlijk binnen één werkdag melden via het elektronische portaal van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie. Is het portaal niet beschikbaar, dan gebeurt de melding binnen dezelfde termijn per e-mail. De wijzigingen gelden vanaf 1 maart 2026.
Documenttype
Besluit
Publicatiedatum
3 mei 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
Financiële dienstverlening Bank- en beleggingsdiensten Bemiddeling Operationele continuïteit Tijdelijke maatregelen Cliëntenbescherming

De Vlaamse minister, bevoegd voor Economie en Innovatie,

Gelet op het decreet van 9 mei 2024 betreffende intermediaire financiële dienstverlening en de bescherming van cliënten, artikel 21, §2, en artikel 28;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2025 betreffende de operationele continuïteit in gereguleerde dienstverlening, artikel 12;

Gelet op het ministerieel besluit van 22 december 2025 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2026 tot het behoud van de operationele continuïteit bij de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 januari 2026;

Gelet op de akkoordbevinding van de Vlaamse minister, bevoegd voor Begroting, van 27 januari 2026;

Overwegende dat aanvullende verduidelijkingen en bijsturingen noodzakelijk zijn om de effectieve uitvoering en controleerbaarheid van de tijdelijke maatregelen in 2026 te waarborgen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Wijzigingen aan het ministerieel besluit van 22 december 2025

Artikel 1. ( 01/03/2026 - Wijzigingsbepaling )

In artikel 1 van het ministerieel besluit van 22 december 2025 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2026 tot het behoud van de operationele continuïteit bij de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in 2° wordt de definitie van “bemiddelingsverlener” vervangen door wat volgt: “bemiddelingsonderneming: een in het Vlaamse Gewest gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die, al dan niet via verbonden agenten, optreedt als tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten onder een geldige toelating, registratie of erkenning;”;
  2. in 5° worden de woorden “noodmaatregel” vervangen door de woorden “tijdelijke continuïteitsmaatregel”;
  3. er worden 7° en 8° ingevoegd, die luiden als volgt: “7° noodvenster: de door de minister afgekondigde aaneengesloten periode van maximaal tien werkdagen waarbinnen, met het oog op het vermijden of beperken van ernstige storingen, de tijdelijke continuïteitsmaatregelen bedoeld in dit besluit geactiveerd kunnen worden; 8° kritieke dienstverlener: een externe leverancier die in het kader van de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten processen of ICT-diensten levert, waarvan de tijdelijke onbeschikbaarheid of degradatie een onmiddellijk en wezenlijk risico inhoudt voor de dienstverlening aan cliënten.”;
  4. in 9° wordt na de woorden “operationele continuïteit” de zinsnede “, inclusief remote-werkopstellingen en vervangcapaciteit,” ingevoegd.

Artikel 2. ( 01/03/2026 - Wijzigingsbepaling )

In artikel 3 van hetzelfde ministerieel besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:

“§2. De bemiddelingsonderneming meldt de activering van een tijdelijke continuïteitsmaatregel onverwijld en uiterlijk binnen één werkdag na de activering via het elektronische portaal van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie. Bij onbeschikbaarheid van dat portaal wordt de melding binnen dezelfde termijn verricht per e-mail aan het door het departement bekendgemaakte noodadres.

De melding bevat minstens: 1° de aard van de activering; 2° de beoogde duur; 3° de getroffen processen of diensten; 4° de betrokken kritieke dienstverleners; 5° een raming van de impact op de dienstverlening aan cliënten; 6° de interne verantwoordelijke voor de coördinatie.

De bemiddelingsonderneming bevestigt de deactivering binnen één werkdag na het einde van de activering en actualiseert, indien relevant, de gegevens vermeld in het tweede lid.”

Artikel 3. ( 01/03/2026 - Wijzigingsbepaling )

In hetzelfde ministerieel besluit wordt in hoofdstuk 2 een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 4/1. Noodvenster en vereenvoudigde procedure

§1. De minister kan, op gemotiveerd voorstel van het departement, een noodvenster afkondigen. De afkondiging vermeldt de aanvangs- en einddatum, de territoriale draagwijdte en de categorieën van processen waarvoor de vereenvoudigde procedure van §2 geldt.

§2. Voor de duur van het noodvenster mag de bemiddelingsonderneming voor de in de afkondiging aangeduide processen gebruikmaken van een vereenvoudigde procedure die uitsluitend betrekking heeft op: 1° de tijdelijke inzet van vooraf gescreende vervangkrachten voor frontoffice-ondersteuning; 2° het noodherrouteren van klantverzoeken naar alternatieve, binnen de EER gelegen contactpunten; 3° de tijdelijke overschakeling naar goedgekeurde remote-werkopstellingen.

§3. De vereenvoudigde procedure laat geen afwijking toe van de verplichtingen betreffende cliëntenidentificatie, cliëntprofilering en belangenconflicten. Waarborgen en controles met betrekking tot die verplichtingen blijven volledig van toepassing.

§4. De bemiddelingsonderneming legt per kalendermaand en per procescategorie een activiteitsplafond vast voor de toepassing van de vereenvoudigde procedure. Het activiteitsplafond bedraagt maximaal 25% van het gemiddelde maandvolume van het overeenkomstige proces in het voorafgaande kalenderkwartaal.

§5. Het departement kan, op gemotiveerd verzoek, het in §4 bedoelde activiteitsplafond met maximaal 10 procentpunten verhogen indien dit strikt noodzakelijk is om ernstige storingen te vermijden.”

Artikel 4. ( 01/03/2026 - Wijzigingsbepaling )

In artikel 6 van hetzelfde ministerieel besluit wordt paragraaf 1 aangevuld met twee leden, die luiden als volgt:

“De bemiddelingsonderneming houdt een register bij van alle activeringen en deactiveringen van tijdelijke continuïteitsmaatregelen, inclusief tijdstempels, verantwoordingsnota’s en de toegepaste interne controles. Het register wordt ten minste 180 dagen bewaard en op verzoek onverwijld elektronisch ter beschikking gesteld van het departement.

Indien voor de uitvoering van tijdelijke continuïteitsmaatregelen persoonsgegevens worden verwerkt, documenteert de bemiddelingsonderneming vooraf de rechtmatigheid, dataminimalisatie en bewaartermijnen in een beknopt gegevensbeschermingsdossier. De essentie van dat dossier wordt, op verzoek, meegedeeld aan het departement.”

Artikel 5. ( 01/03/2026 - Wijzigingsbepaling )

In hetzelfde ministerieel besluit wordt, in hoofdstuk 3, een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 9/1. Overgangsbepalingen

§1. Meldingstransacties die tussen 1 januari 2026 en de datum van inwerkingtreding van het ministerieel besluit van … [datum invullen door de publicerende dienst] … zijn verricht per e-mail overeenkomstig de door het departement gepubliceerde noodprocedure, worden geacht te zijn verricht via het elektronische portaal zoals bedoeld in artikel 3, §2.

§2. Activiteitsplafonds die vóór de inwerkingtreding van artikel 4/1 door de bemiddelingsonderneming intern zijn vastgesteld in het kader van tijdelijke continuïteitsmaatregelen, blijven van kracht tot en met de laatste dag van de maand volgend op de inwerkingtreding van artikel 4/1. Uiterlijk op die datum worden zij in overeenstemming gebracht met artikel 4/1, §4.

§3. Lopende overeenkomsten met kritieke dienstverleners die bepalingen bevatten over het noodherrouteren van klantverzoeken, worden geacht te voldoen aan artikel 4/1, §2, 2°, mits zij binnen zestig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel worden aangevuld met een bijlage waarin de vereiste rapporterings- en controletaken worden gespecificeerd.”

Hoofdstuk 2. Slotbepalingen

Artikel 6. ( 01/03/2026 - Inwerkingtreding )

Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2026.