Decreet houdende aanpassing van de kredietenstaat voor tijdskrediet van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026
- Documenttype
- Decreet
- Publicatiedatum
- 10 augustus 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- Tijdskrediet Begroting Vlaamse Gemeenschap Personeelsbeleid Vervangingskrediet Rapportering
Het Vlaams Parlement heeft het volgende decreet aangenomen, en de Vlaamse Regering bekrachtigt en kondigt af wat volgt.
HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN
Artikel 1. ( 01/01/2026 - Doel en draagwijdte )
Dit decreet past de kredietenstaat voor tijdskrediet van de Vlaamse Gemeenschap aan voor het begrotingsjaar 2026. Het stelt de autorisatie- en betaalcredits vast, preciseert de toewijzing per beleidsdomein en bepaalt de voorwaarden voor de aanwending, de rapportering en de herverdeling van deze kredieten.
Artikel 2. ( 01/01/2026 - Begripsomschrijvingen )
Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
- 1° tijdskrediet: een door de werkgever goedgekeurde tijdelijke vermindering of onderbreking van de arbeidsduur door een personeelslid van de Vlaamse Gemeenschap, met het oog op zorg, opleiding of loopbaanonderbreking, zoals organisatorisch geregeld binnen de diensten van de Vlaamse Gemeenschap;
- 2° gedeeltelijk tijdskrediet: een tijdskrediet waarbij de arbeidsprestatie wordt verminderd met een vooraf bepaald fractiepercentage, afgerond op veelvouden van tien procentpunt;
- 3° voltijds tijdskrediet: een tijdskrediet waarbij de arbeidsprestatie volledig wordt onderbroken voor een aaneensluitende periode;
- 4° vervangingskrediet: het budgettaire krediet dat dient voor de financiering van vervangingscapaciteit, inclusief tijdelijke aanwervingen, interne mobiliteit en flexpool-inzet, ter borging van de continuïteit van de dienstverlening tijdens het tijdskrediet van personeelsleden;
- 5° autorisatiekrediet (AK): het maximale bedrag dat in 2026 mag worden vastgelegd voor verbintenissen inzake tijdskrediet en vervangingskrediet;
- 6° betaalcredit (BK): het maximale bedrag dat in 2026 mag worden vereffend voor uitgaven inzake tijdskrediet en vervangingskrediet;
- 7° personeelslid: elke persoon die onder het statutaire of contractuele personeelsstatuut van de Vlaamse Gemeenschap valt, met inbegrip van de personeelsleden van de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid.
Artikel 3. ( 01/01/2026 - Algemene kredieten en beheersregels )
Voor het begrotingsjaar 2026 worden de totale kredieten voor tijdskrediet van de Vlaamse Gemeenschap als volgt vastgesteld:
- 1° autorisatiekredieten (AK): 142.500.000 euro;
- 2° betaalcredits (BK): 119.800.000 euro.
De in het eerste lid bedoelde kredieten worden toegewezen per beleidsdomein als volgt:
- 1° Onderwijs en Vorming: AK 68.000.000 euro en BK 57.600.000 euro;
- 2° Mobiliteit en Openbare Werken: AK 34.500.000 euro en BK 29.100.000 euro;
- 3° Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie: AK 40.000.000 euro en BK 33.100.000 euro.
De kredieten worden beheerd volgens de beginselen van doelmatigheid en continuïteit van de dienstverlening. De Vlaamse Regering kan, na advies van de Inspectie van Financiën, tot maximaal 5% van de per beleidsdomein toegewezen autorisatie- en betaalcredits wederzijds herschikken tussen beleidsdomeinen, indien de realisaties daaromtrent significant afwijken van de raming, zoals vastgesteld op basis van de laatste maandelijks afgesloten realisatiecijfers op de vijfde werkdag van de daaropvolgende maand.
Onbenutte betaalcredits vervallen op 31 december 2026. Onbenutte autorisatiekredieten kunnen, binnen de begrotingsregels van de Vlaamse Gemeenschap, worden overgedragen naar het eerstvolgende begrotingsjaar na voorafgaande machtiging van de Vlaamse Regering.
HOOFDSTUK 2. ONDERWIJS EN VORMING
Artikel 4. ( 01/01/2026 - Kredietvaststelling beleidsdomein Onderwijs en Vorming )
Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming ontvangt voor 2026 de in artikel 3, tweede lid, 1°, bedoelde kredieten. Deze worden onder de entiteiten van het beleidsdomein verdeeld als volgt:
- 1° basis- en secundair onderwijs: AK 42.000.000 euro en BK 35.500.000 euro;
- 2° hoger onderwijs en onderzoeksinstellingen: AK 16.500.000 euro en BK 13.800.000 euro;
- 3° volwassenenonderwijs, centra voor leren en ondersteuning: AK 9.500.000 euro en BK 8.300.000 euro.
Voor dit beleidsdomein wordt de maximale inzet voor vervangings- en flexcapaciteit geraamd op 1.650 voltijdse equivalenten, te spreiden conform de onderwijsorganisatie en de schoolkalender.
Artikel 5. ( 01/01/2026 - Toekennings- en prioriteitsregels Onderwijs en Vorming )
De toekenning van tijdskrediet binnen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming gebeurt met inachtneming van de volgende regels:
- 1° het personeelslid beschikt op de datum van ingang over minstens twaalf maanden ononderbroken dienstanciënniteit binnen de Vlaamse Gemeenschap;
- 2° bij schaarste aan kredieten of vervangingscapaciteit geldt prioriteit voor aanvragen met motieven zorg voor een zwaar ziek gezins- of familielid, langdurige medische revalidatie en opleidingstrajecten die door de leidinggevende als functie-relevant zijn erkend;
- 3° per organisatorische entiteit geldt een gelijktijdigheidsplafond van 7% van het totale personeelsbestand in tijdskrediet, behoudens gemotiveerde afwijking door de bevoegde minister bij dwingende dienstnoodwendigheden;
- 4° voltijds tijdskrediet kan worden toegekend voor een minimumduur van drie maanden en een maximumduur van twaalf maanden per cyclus; gedeeltelijk tijdskrediet kan worden toegekend in fracties van 20%, 50% of 80%;
- 5° vervangingskredieten kunnen worden aangewend voor tijdelijke aanwervingen, interne verschuivingen of inzet van poolpersoneel, mits aantoonbare waarborging van les- en examencontinuïteit.
Artikel 6. ( 01/01/2026 - Rapportering en controle Onderwijs en Vorming )
De entiteiten in het beleidsdomein Onderwijs en Vorming rapporteren per trimester aan de bevoegde minister en aan het Agentschap Begroting en Middelenbeheer, uiterlijk op de zevende werkdag na het einde van het trimester, in digitaal formaat volgens de door het Agentschap Begroting en Middelenbeheer gepubliceerde sjabloonversie 2026.1, over:
- 1° het aantal toegekende tijdskredietdossiers, uitgesplitst naar motief, duur en fractie;
- 2° de ingezette vervangingscapaciteit in voltijdse equivalenten;
- 3° de realisatiegraad van autorisatie- en betaalcredits en de geprognotiseerde uitputting tegen 31 december;
- 4° de ondernomen maatregelen ter waarborging van de continuïteit van het onderwijsproces.
Bij herhaaldelijke onder- of overschrijding ten opzichte van de kwartaalplannen kan de bevoegde minister een gedeeltelijke bevriezing van de nog niet aangegane vastleggingen opleggen, na advies van de Inspectie van Financiën.
HOOFDSTUK 3. MOBILITEIT EN OPENBARE WERKEN
Artikel 7. ( 01/01/2026 - Kredietvaststelling beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken )
Het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken ontvangt voor 2026 de in artikel 3, tweede lid, 2°, bedoelde kredieten. Deze worden onder de entiteiten van het beleidsdomein verdeeld als volgt:
- 1° infrastructuurbeheer en werfexploitatie: AK 12.800.000 euro en BK 10.700.000 euro;
- 2° vervoer, verkeersleiding en veiligheid: AK 14.100.000 euro en BK 11.700.000 euro;
- 3° maritieme en waterwegendiensten: AK 7.600.000 euro en BK 6.700.000 euro.
Voor dit beleidsdomein wordt de maximale inzet voor vervangings- en flexcapaciteit geraamd op 720 voltijdse equivalenten, met prioritaire toewijzing aan ploegen- en wachtdienstfuncties.
Artikel 8. ( 01/01/2026 - Continuïteit van dienstverlening en vervangingskredieten )
Ter waarborging van de veiligheid en de continuïteit van de dienstverlening binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken gelden aanvullend de volgende bepalingen:
- 1° voor functies met continue bezetting of kritieke veiligheidsverantwoordelijkheid geldt een gelijktijdigheidsplafond van 5%, behoudens gemotiveerde afwijking door de bevoegde minister op basis van een door de entiteit opgestelde risicoanalyse, volgens ISO 31010:2019;
- 2° de lijst van kritieke functies wordt per entiteit jaarlijks gevalideerd door de voogdijminister en geactualiseerd bij significante wijziging van de operationele context;
- 3° vervangingskredieten dekken maximaal 95% van de totale loonkost van de vervangingsinzet; het saldo wordt intern opgevangen via hertekening van de werkroosters en optimalisatie van inzet van poolpersoneel;
- 4° indien door onverwachte omstandigheden een piekbelasting ontstaat, kan de entiteit, na voorafgaande machtiging van de bevoegde minister, het gelijktijdigheidsplafond tijdelijk met maximaal 2 procentpunt verhogen voor een periode van hoogstens zes weken.
Artikel 9. ( 01/01/2026 - Monitoring en herverdeling binnen Mobiliteit en Openbare Werken )
De entiteiten binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken rapporteren maandelijks aan de beleidsdomeincoördinator, ten laatste op de derde werkdag van de maand, gebaseerd op een data-extractie afgesloten op de laatste kalenderdag van de voorgaande maand om 20.00 uur Belgische tijd, over de benutting van de autorisatie- en betaalcredits, de bezettingsgraad en de voorziene aanvragen per volgende kwartaal. Op basis van die rapportering kan de bevoegde minister, binnen de per beleidsdomein vastgestelde plafonds, een interne herverdeling van kredieten tussen entiteiten doorvoeren.
Indien de gecumuleerde realisatiegraad op 30 september lager ligt dan 65% van de betaalcredits, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van de bevoegde minister, een deel van de resterende betaalcredits van dit beleidsdomein heroriënteren naar een beleidsdomein met een aantoonbaar tekort, binnen de marge van artikel 3, derde lid.
HOOFDSTUK 4. WERK, ECONOMIE, WETENSCHAP, INNOVATIE, LANDBOUW EN SOCIALE ECONOMIE
Artikel 10. ( 01/01/2026 - Kredietvaststelling beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie )
Het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie ontvangt voor 2026 de in artikel 3, tweede lid, 3°, bedoelde kredieten. Deze worden onder de entiteiten van het beleidsdomein verdeeld als volgt:
- 1° werk en competentieontwikkeling: AK 15.400.000 euro en BK 12.700.000 euro;
- 2° economie, ondernemerschap en innovatieondersteuning: AK 18.600.000 euro en BK 15.400.000 euro;
- 3° landbouw, plattelandsontwikkeling en sociale economie: AK 6.000.000 euro en BK 5.000.000 euro.
Voor dit beleidsdomein wordt de maximale inzet voor vervangings- en flexcapaciteit geraamd op 880 voltijdse equivalenten, met bijzondere aandacht voor project- en programmacontinuïteit.
Artikel 11. ( 01/01/2026 - Plafonds, cumulaties en stimulansen )
Binnen het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie gelden aanvullend de volgende bepalingen:
- 1° het gelijktijdigheidsplafond bedraagt 8% per entiteit, met een subplafond van 4% voor functies die essentieel zijn voor de continuïteit van gesubsidieerde projecten met resultaatsverbintenissen;
- 2° tijdskrediet kan niet gecumuleerd worden met andere langdurige afwezigheidsstelsels met inkomensvervangende uitkeringen toegekend door de Vlaamse Gemeenschap voor dezelfde periode; bij gedeeltelijke overlap is cumul verboden voor het overlappende gedeelte;
- 3° voor gedeeltelijk tijdskrediet van 50% of 80% wordt een stimulans voorzien in de vorm van prioritaire toegang tot interne bijscholingsmodules gedurende de looptijd van het tijdskrediet, zonder bijkomende budgettaire last voor de kredietenstaat;
- 4° ten minste 20% van de voor dit beleidsdomein toegewezen betaalcredits wordt tot en met 30 juni 2026 voorbehouden voor entiteiten met minder dan 150 personeelsleden; na die datum worden niet-benutte voorbehouden kredieten vrijgegeven;
- 5° voor entiteiten met meerjarige subsidie- of investeringsverplichtingen kan de bevoegde minister afwijkingen toestaan op de minimumduur van drie maanden voor voltijds tijdskrediet, tot een minimum van zes opeenvolgende weken, mits gemotiveerde waarborging van projectcontinuïteit.
Artikel 12. ( 01/01/2026 - Slotbepalingen en inwerkingtreding )
De bevoegde ministers waken over de doelmatige aanwending van de kredieten, de tijdige rapportering en de naleving van de in dit decreet vastgestelde plafonds en voorwaarden, en nemen de nodige uitvoeringsmaatregelen. De begrotingsverrichtingen worden geboekt overeenkomstig de toepasselijke boekhoudkundige richtlijnen van de Vlaamse Gemeenschap.
Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt als aanpassing van de kredietenstaat voor tijdskrediet van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2026.