Decreet over afwijkingen op de RUP-opmaakplicht, plankennisgeving en andere planologische toelatingen in geval van een stadsvernieuwingsgerelateerde uitzonderingssituatie

Dit decreet laat toe bij acute stedelijke problemen snel van ruimtelijke plannen af te wijken voor stadsvernieuwing, na publieke kennisgeving en binnen een afgebakende periode.
Samenvatting in gewone taal
Dit decreet beschrijft hoe de Vlaamse overheid snel kan ingrijpen bij een acute probleemsituatie in een stad, bijvoorbeeld wanneer de leefbaarheid, veiligheid, economie of basisdiensten in het gedrang komen. In zo’n erkende noodsituatie mag tijdelijk worden afgeweken van de normale plicht om eerst een ruimtelijk uitvoeringsplan (een plan met bestemmings- en bouwregels) op te maken of te wijzigen. Er komt wel altijd een verplichte plankennisgeving: een digitale, publieke aankondiging waarin het voorgenomen project, het afgebakende gebied op kaart, de looptijd, de verwachte effecten en de manier van inspraak duidelijk worden uitgelegd. De bevoegde overheid (de Vlaamse Regering of een aangewezen instantie) kan dan een beslissing nemen die een project toelaat, ook als dat afwijkt van bestaande bestemmingsregels. Strengere regels van hogere overheden blijven gelden. De afwijkingen zijn tijdelijk en beperkt tot een duidelijk afgebakende periode en plek, met een stapsgewijze terugkeer naar de normale procedures. Kwaliteit, milieu, klimaat en water worden meegewogen. Dit helpt lokale besturen, bewoners en ondernemers sneller oplossingen te realiseren binnen het Vlaamse Gewest.
Documenttype
Decreet
Publicatiedatum
2 augustus 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
stadsvernieuwing ruimtelijke ordening ruimtelijk uitvoeringsplan planologische toelating plankennisgeving afwijkingsregeling

INHOUDSTAFEL

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2. De regeling van de stadsvernieuwingsgerelateerde uitzonderingssituatie
Hoofdstuk 3. Wijzigingsbepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. ( 12/02/2026 - Definities )

Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:

  1. stadsvernieuwingsgerelateerde uitzonderingssituatie: een door de Vlaamse Regering erkende, acute en substantiële verstoring of bedreiging van de leefbaarheid, veiligheid, economische draagkracht of essentiële publieke functies binnen een stedelijke kern, waarvoor onmiddellijk gecoördineerde ruimtelijke ingrepen noodzakelijk zijn in het kader van een door de Vlaamse Regering erkend stadsvernieuwingsprogramma;
  2. RUP-opmaakplicht: de verplichting tot het voorafgaandelijk opmaken of wijzigen van een ruimtelijk plan alvorens planologische keuzes te realiseren die afwijken van geldende bestemmings- of inrichtingsvoorschriften;
  3. plankennisgeving: een formele, digitale en publiek toegankelijke kennisgeving waarmee de bevoegde overheid, voorafgaand aan de vaststelling van een planologische toelating, de voorgenomen ruimtelijke ingreep, de afbakening in ruimte en tijd, de beoogde effecten en de wijze van inspraak kenbaar maakt;
  4. planologische toelating: een door de bevoegde overheid in de uitzonderingssituatie genomen besluit met algemene of individuele strekking dat, binnen de aangegeven perimeter en termijn, een planologisch project toelaat, met mogelijke afwijking van bestaande bestemmings- of inrichtingsvoorschriften, onverminderd strengere bepalingen van hogere rechtsorde;
  5. perimeter: het kartografisch afgebakend gebied waarop de stadsvernieuwingsgerelateerde uitzonderingssituatie en de daaruit voortvloeiende besluiten van toepassing zijn;
  6. bevoegde overheid: de Vlaamse Regering of de door haar aangewezen instantie, die in dit decreet de beslissingen neemt of coördineert.

Artikel 2. ( 12/02/2026 - Doel en beginselen )

Dit decreet beoogt de rechtszekere, proportionele en tijdelijke afwijking van de RUP-opmaakplicht, de invoering van een verplichte plankennisgeving en de toekenning van andere planologische toelatingen in het geval van een stadsvernieuwingsgerelateerde uitzonderingssituatie, met inachtneming van volgende beginselen:

  1. subsidiariteit en proportionaliteit van de maatregelen, afgestemd op de aard, omvang en urgentie van de situatie;
  2. tijdelijkheid van de afwijkingen en gefaseerde terugkeer naar de reguliere planpraktijk;
  3. minimale maar effectieve publieke inspraak en transparantie;
  4. kwaliteitsborging van de ruimtelijke ingrepen en integrale afweging, inclusief aandacht voor milieu-, klimaat- en waterhuishoudingsaspecten;
  5. coördinatie en voortgangsbewaking door de bevoegde overheid.

Artikel 3. ( 12/02/2026 - Toepassingsgebied )

Dit decreet is van toepassing op het grondgebied van het Vlaamse Gewest en kan worden toegepast binnen stedelijke kernen of kernen met uitgesproken stedelijke functies, zoals door de Vlaamse Regering aangeduid in het kader van erkende stadsvernieuwingsprogramma’s. De toepassing is uitgesloten in:

  1. gebieden die op basis van hogere rechtsorde zijn aangeduid als strikt te beschermen natuur- of erfgoedgebied, voor zover de voorgenomen ingreep onverenigbaar is met de beschermingsdoelen;
  2. gebieden buiten de door de bevoegde overheid afgebakende perimeter van de uitzonderingssituatie;
  3. gevallen waarvoor Unierechtelijke of federale verplichtingen uitsluiten dat wordt afgeweken van de reguliere planverplichtingen.

Artikel 4. ( 12/02/2026 - Bevoegdheid, coördinatie en dossiervereisten )

§1. De Vlaamse Regering is bevoegd voor de erkenning van de stadsvernieuwingsgerelateerde uitzonderingssituatie, de afbakening van de perimeter en de toekenning van planologische toelatingen krachtens dit decreet. Zij kan hiertoe een instantie aanwijzen als coördinerende projectregisseur.
§2. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend door het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente(n) en bevat minstens:

  1. een probleem- en urgentieanalyse met feitelijke onderbouwing;
  2. een kaart met voorgestelde perimeter en een beschrijving van de voorgenomen ingrepen;
  3. een raming van de verwachte effecten op mobiliteit, woonaanbod, publieke ruimte, voorzieningen en milieu;
  4. een voorstel van participatie- en communicatieschema;
  5. een overzicht van lopende plannen en vergunningen binnen de perimeter en de beoogde afstemming daarop.
§3. De bevoegde overheid kan richtsnoeren vaststellen over de vorm, inhoud en digitale aanlevering van het dossier.

Hoofdstuk 2. De regeling van de stadsvernieuwingsgerelateerde uitzonderingssituatie

Artikel 5. ( 15/03/2026 - Erkenning, inhoud en duur )

§1. De bevoegde overheid beslist binnen zestig dagen na volledigheid van het dossier over de erkenning van de stadsvernieuwingsgerelateerde uitzonderingssituatie. Bij gebrek aan beslissing binnen die termijn wordt de erkenning geacht te zijn geweigerd.
§2. De erkenningsbeslissing vermeldt minstens:

  1. de perimeter en de cartografische referentie;
  2. de doelstellingen en prioritaire ruimtelijke ingrepen;
  3. de toepasselijke afwijkingen op de RUP-opmaakplicht en de toelaatbare planologische toelatingen;
  4. de geldigheidsduur, die maximaal vierentwintig maanden bedraagt, eenmaal verlengbaar met ten hoogste twaalf maanden mits gemotiveerde beslissing;
  5. de verplichting tot plankennisgeving voorafgaand aan elke planologische toelating;
  6. de aanwijzing van de coördinerende projectregisseur en de rapportageverplichtingen.
§3. De erkenningsbeslissing wordt bekendgemaakt op het digitale platform van de Vlaamse overheid en op de website(s) van de betrokken gemeente(n).

Artikel 6. ( 15/03/2026 - Afwijking op de RUP-opmaakplicht )

§1. Binnen de perimeter en duur van de erkende uitzonderingssituatie kan van de RUP-opmaakplicht worden afgeweken indien en voor zover:

  1. de beoogde ingreep noodzakelijk is voor het wegwerken van de in de erkenningsbeslissing vastgestelde urgente problematiek;
  2. de ingreep in overeenstemming is met toepasselijke strategische ruimtelijke beleidskaders en hogere regelgeving;
  3. een omgevingsrechtelijke effectentoets, met inbegrip van de vereiste screenings en beoordelingen op grond van hogere rechtsorde, aantoont dat geen onaanvaardbare effecten optreden of dat passende mitigerende maatregelen worden voorzien;
  4. de plankennisgeving overeenkomstig dit decreet werd verricht;
  5. de ingreep niet leidt tot netto-afname van essentiële publieke ruimte of ontoelaatbare aantasting van woonkwaliteit.
§2. De afwijking op de RUP-opmaakplicht is strikt beperkt tot wat noodzakelijk is voor de uitvoering van de in §1 bedoelde ingreep en kan worden gekoppeld aan voorwaarden inzake fasering, monitoring en tijdelijke inrichting.
§3. De afwijking laat de toepassing van strengere normen of beschermingsvoorschriften van hogere rechtsorde onverlet.

Artikel 7.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( Datum afhankelijk van externe gebeurtenis - Plankennisgeving )

§1. Voorafgaand aan de vaststelling van een planologische toelating verricht de bevoegde overheid een plankennisgeving. De plankennisgeving omvat ten minste:

  1. de omschrijving van de voorgenomen ingreep en de beoogde doelstellingen;
  2. de perimeter, weergegeven op een publiek toegankelijke kaart;
  3. een samenvatting van de te verwachten effecten en de voorgenomen mitigerende maatregelen;
  4. de wijze waarop en termijn waarbinnen het publiek zienswijzen kan indienen, met een minimale termijn van vijftien dagen;
  5. de contactpunten voor informatie en inzage;
  6. een verwijzing naar de toepasselijke hogere kaders en toetsingskaders.
§2. De plankennisgeving wordt digitaal bekendgemaakt op het Vlaams planregister en de website(s) van de betrokken gemeente(n). Papieren inzage op het gemeentehuis wordt verzekerd gedurende de termijn voor het indienen van zienswijzen.
§3. De bevoegde overheid maakt binnen vijftien dagen na afloop van de termijn een samenvattend antwoordverslag op de ingediende zienswijzen publiek. Het antwoordverslag wordt meegewogen bij de vaststelling van de planologische toelating.

Artikel 8. ( 15/03/2026 - Planologische toelating )

§1. De planologische toelating wordt door de bevoegde overheid vastgesteld na afronding van de plankennisgeving en de noodzakelijke effectentoetsen. De toelating:

  1. bepaalt de toegelaten functie(s), bouw- en inrichtingsparameters en eventuele randvoorwaarden;
  2. geldt uitsluitend binnen de perimeter en voor de in de toelating aangeduide fasen of deelzones;
  3. heeft een geldigheidsduur die de in artikel 5, §2, 4°, bedoelde duur niet overschrijdt, behoudens verlenging overeenkomstig dat artikel;
  4. is bindend voor de vergunningverlenende overheid bij de beoordeling van concrete vergunningsaanvragen, onverminderd strengere bepalingen van hogere rechtsorde.
§2. De planologische toelating kan, indien nodig, voorlopige maatregelen bevatten met het oog op veiligheid, continuïteit van nutsvoorzieningen en bereikbaarheid.
§3. De planologische toelating wordt bekendgemaakt op het digitale platform van de Vlaamse overheid en op de website(s) van de betrokken gemeente(n).

Artikel 9. ( 15/03/2026 - Participatie, advies en kwaliteitsborging )

§1. De bevoegde overheid organiseert, naast de plankennisgeving, gerichte participatiemomenten met betrokken bewoners, ondernemers en gebruikers, aangepast aan de urgentie en schaal van de ingreep.
§2. Adviezen van relevante administraties en adviesraden worden gelijktijdig en binnen een door de bevoegde overheid te bepalen redelijke termijn ingewonnen. Laattijdige adviezen worden geacht zonder voorwerp te zijn, onverminderd dwingende adviestermijnen van hogere rechtsorde.
§3. De coördinerende projectregisseur ziet toe op de stedenbouwkundige en architecturale kwaliteit en kan, waar aangewezen, externe kwaliteitstoetsers betrekken. De resultaten van de kwaliteitsborging maken integraal deel uit van het dossier.

Artikel 10. ( 15/03/2026 - Monitoring, verslaggeving en opheffing )

§1. De coördinerende projectregisseur rapporteert halfjaarlijks aan de Vlaamse Regering over de voortgang, de toepassing van de afwijkingen en de effecten binnen de perimeter.
§2. De erkenningsbeslissing wordt opgeheven:

  1. van rechtswege bij het verstrijken van de in artikel 5, §2, 4°, bedoelde termijn;
  2. door gemotiveerde beslissing indien de uitzonderingssituatie is verholpen of de maatregelen disproportioneel zijn geworden;
  3. indien de monitoring aantoont dat de maatregelen onaanvaardbare effecten veroorzaken die niet kunnen worden gemitigeerd.
§3. De opheffing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 5, §3. De opheffing doet geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van reeds genomen planologische toelatingen, tenzij in de opheffingsbeslissing om dwingende redenen anders wordt bepaald met eerbiediging van de rechtszekerheid.

Hoofdstuk 3. Wijzigingsbepalingen

Artikel 11. ( 01/06/2026 - Wijziging van de erkenningsbeslissing )

§1. De bevoegde overheid kan de erkenningsbeslissing wijzigen zolang de uitzonderingssituatie voortduurt, met het oog op:

  1. het verfijnen of verruimen van de perimeter;
  2. het aanpassen van de lijst van prioritaire ingrepen;
  3. het bijstellen van voorwaarden of randvoorwaarden voor de toepassing van afwijkingen en planologische toelatingen.
§2. Een substantiële wijziging vereist voorafgaande plankennisgeving overeenkomstig artikel 7 en een actualisatie van de effectentoetsen. Niet-substantiële wijzigingen worden gemotiveerd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 5, §3.
§3. Wijzigingen hebben geen terugwerkende kracht en laten de rechtsgeldigheid van eerder genomen planologische toelatingen onverlet, behoudens andersluidende dwingende redenen die uitdrukkelijk en gemotiveerd worden vastgesteld.

Artikel 12. ( 01/06/2026 - Lopende plannen en procedures )

§1. Voor lopende plan- of vergunningsprocedures binnen de perimeter kan de aanvrager schriftelijk verzoeken om toepassing van dit decreet. In dat geval:

  1. wordt de lopende procedure geschorst vanaf de datum van het ontvankelijk verzoek tot aan de beslissing over de toepassing van dit decreet;
  2. kan de bevoegde overheid bepalen welke reeds verrichte procedurestappen worden overgenomen in de procedure krachtens dit decreet;
  3. worden termijnen die reeds zijn verstreken niet hernomen, tenzij de bevoegde overheid dit, om redenen van zorgvuldigheid, noodzakelijk acht.
§2. Indien wordt beslist de lopende procedure af te ronden buiten de toepassing van dit decreet, loopt de oorspronkelijke procedure verder met inachtneming van de reeds verstreken termijnen en verrichte handelingen.
§3. Na opheffing van de uitzonderingssituatie hervatten geschorste reguliere planopmaaktrajecten, met inbegrip van kraftens hogere regelgeving vereiste onderzoeken, op basis van de meest recente gegevens en inzichten die tijdens de uitzonderingssituatie zijn vergaard.

Artikel 13. ( 01/02/2026 - Inwerkingtreding en evaluatie )

§1. Dit decreet treedt in werking op 01/02/2026, met uitzondering van artikel 7, dat in werking treedt op de datum van de operationele ingebruikname van het Vlaams planregister zoals vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
§2. De Vlaamse Regering evalueert de toepassing van dit decreet binnen zes maanden na de eerste opheffing van een erkende stadsvernieuwingsgerelateerde uitzonderingssituatie, en vervolgens om de twee jaar. Het evaluatierapport wordt openbaar gemaakt.
§3. De Vlaamse Regering kan nadere uitvoeringsregels vaststellen over digitale bekendmaking, dossierformaten, monitoring en rapportage, onverminderd de essentiële bepalingen van dit decreet.