Decreet over de doorrekenbaarheid met distributietoeslagen in geval van federale tariefregularisatie en tot wijziging van verschillende decreten, wat betreft tarifering van aardgasleveringen aan beschermde residentiële afnemers en de beschermingsbonus en de invordering van niet-tarifaire schuldvorderingen

Dit decreet regelt hoe toeslagen worden doorgerekend bij federale tariefaanpassingen, en wijzigt gasprijsregels en de beschermingsbonus voor beschermde klanten, evenals de inning van andere schulden.
Samenvatting in gewone taal
Dit decreet legt vast hoe aanpassingen van gasprijzen op federaal niveau in Vlaanderen worden doorgerekend. Als de federale overheid een correctie of terugbetaling beslist, blijven de distributienetbeheerders budgettair neutraal. De verrekening naar klanten gebeurt alleen via een duidelijke “distributietoeslag” op de factuur: een uniforme lijn per kWh of per aansluiting. Die toeslag kan een extra kost zijn, maar ook een teruggaaf. Het decreet verduidelijkt wie een “beschermde residentiële afnemer” is: iemand die aardgas thuis gebruikt via een aansluiting tot 60 kW en door socio-economische of medische criteria als beschermd is aangewezen. De Vlaamse energieregulator ziet toe op de toepassing. Daarnaast past het decreet bestaande regels aan over de tarifering voor beschermde klanten, de beschermingsbonus en de beschermingsbonus plus voor kwetsbare gezinnen, en over de invordering van niet-tarifaire schulden, zodat alles op elkaar aansluit. De nieuwe regels gelden vanaf 1 april 2025. Dit biedt klanten en leveranciers duidelijkheid en een transparante afhandeling op de energiefactuur.
Documenttype
Decreet
Publicatiedatum
8 mei 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
aardgas tariefregularisatie distributietoeslagen beschermde afnemers beschermingsbonus schuldinvordering

INHOUDSTAFEL

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2. Verrekenbaarheid met distributietoeslagen in geval van federale tariefregularisatie
Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het decreet van 14 maart 2017 betreffende de organisatie van de aardgasmarkt en de bescherming van afnemers
Hoofdstuk 4. Wijziging van het decreet van 21 juni 2021 tot regeling van de toekenning van een beschermingsbonus voor energieafnemers
Hoofdstuk 5. Wijziging van het decreet van 15 juli 2022 tot regeling van de toekenning van een beschermingsbonus plus voor kwetsbare huishoudens
Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het decreet van 19 april 2024 tot regeling van de invordering van niet-tarifaire schuldvorderingen
Hoofdstuk 7. Slotbepaling

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. ( 01/04/2025 - Definities inzake beschermde residentiële afnemers en tariefregularisatie )

In artikel 2 van het decreet van 18 januari 2016 houdende algemene bepalingen inzake energiebeleid in het Vlaamse Gewest, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 oktober 2024, wordt in paragraaf 1, na de definitie van “leverancier”, het volgende ingevoegd:

“Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
1° “beschermde residentiële afnemer”: de natuurlijke persoon die aardgas afneemt voor huishoudelijke doeleinden via een aansluiting met een capaciteit van maximaal 60 kW en die, op basis van door de bevoegde instanties gevalideerde sociaal-economische of medische criteria, door de Vlaamse Regering als beschermd is aangewezen;
2° “distributietoeslag”: een door de distributienetbeheerder toegepaste uniforme, transparant op de factuur vermelde heffing per kWh of per aansluiting, die uitsluitend strekt tot doorrekening of teruggaaf van door federale tariefregularisatie ontstane saldi;
3° “federale tariefregularisatie”: elke door een federale regulerende instantie vastgestelde aanpassing, compensatie of teruggaaf met betrekking tot de componenten van het eindtarief voor aardgasleveringen of erkenningstarieven, inclusief regularisaties naar aanleiding van federale noodmaatregelen of socialetariefbesluiten;
4° “Vlaamse Regulator voor Energiemarkten en Netten (VREN)”: de door de Vlaamse Regering aangewezen regulerende instantie met bevoegdheid voor toezicht en tarifaire regulering van netbeheerders en leveranciers op Vlaams niveau.”

Artikel 2. ( 01/04/2025 - Samenloop en doorrekeningsbeginselen )

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 oktober 2024, wordt in hoofdstuk 2, na artikel 15, een artikel 15/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 15/1. Samenloop en doorrekeningsbeginselen bij federale tariefregularisatie
§1. Indien een federale tariefregularisatie gevolgen heeft voor de eindtarieven of netwerkkosten binnen het Vlaamse Gewest, geldt het beginsel van budgettaire neutraliteit voor distributienetbeheerders. De doorwerking naar eindafnemers gebeurt uitsluitend via distributietoeslagen overeenkomstig de regels vastgesteld bij of krachtens dit decreet.
§2. De Vlaamse Regering bepaalt, op voorstel van de VREN, de nadere regels inzake de berekeningsmethode, de verrekeningsperiodes en de rapportering met betrekking tot distributietoeslagen.
§3. In geval van samenloop tussen federale tariefregularisatie en Vlaams vastgestelde heffingen wordt de volgorde van toepassing, de plafonnering per aansluiting en de tijdsduur van de verrekening bepaald bij besluit van de Vlaamse Regering.”

Hoofdstuk 2. Verrekenbaarheid met distributietoeslagen in geval van federale tariefregularisatie

Artikel 3. ( 01/07/2025 - Neutraliteitsrekening en saldering )

In artikel 8 van het decreet van 22 november 2018 betreffende de tarifaire regulering van distributienetten voor gas en elektriciteit, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2024, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:

“§3. De distributienetbeheerder beheert een afzonderlijke neutraliteitsrekening voor federale tariefregularisaties. Alle ontvangsten en uitgaven die voortvloeien uit federale tariefregularisaties worden op deze rekening geboekt. Het saldo van de neutraliteitsrekening wordt op transparante wijze gesaldeerd via distributietoeslagen, binnen een door de VREN goedgekeurde periode die maximaal zesentwintig maanden bedraagt.”

Artikel 4. ( 01/01/2026 - Verrekeningsvolgorde en plafonnering )

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2024, wordt in hoofdstuk 3 een artikel 12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 12/1. Verrekeningsvolgorde en plafonnering van distributietoeslagen
§1. De distributietoeslag wordt verrekend na de nettarieven en vóór de energieleveringscomponenten op de eindafrekening.
§2. Voor beschermde residentiële afnemers bedraagt de maximale maandelijkse distributietoeslag per aansluiting:

  1. voor afnemers met uitsluitend doorstroomtoestellen: 2,50 euro;
  2. voor afnemers met ruimteverwarming op aardgas: 6,00 euro;
  3. voor collectieve aansluitingen met individuele submetering: 1,50 euro per submeter.
§3. De VREN kan, bij gemotiveerde beslissing, lagere plafonds vaststellen indien de situatie op de neutraliteitsrekening dit toelaat.”

Artikel 5. ( 01/07/2025 - Transparantie en sancties )

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2024, wordt artikel 15 aangevuld met een paragraaf 6, die luidt als volgt:

“§6. Leveranciers en distributienetbeheerders vermelden de distributietoeslag afzonderlijk en eenduidig op elke tussentijdse en eindfactuur, met aanduiding van de toepasselijke periode en de door de VREN goedgekeurde parameters. Bij niet-naleving kan de VREN een administratieve geldboete opleggen van 250 euro per onvolledige of foutieve factuur, met een maximum van 250.000 euro per kalenderjaar.”

Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het decreet van 14 maart 2017 betreffende de organisatie van de aardgasmarkt en de bescherming van afnemers

Artikel 6.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( Datum afhankelijk van externe gebeurtenis - Beschermdentarief bij federale socialetariefbeslissing )

In artikel 32 van het decreet van 14 maart 2017 betreffende de organisatie van de aardgasmarkt en de bescherming van afnemers, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 mei 2024, wordt na paragraaf 4 een paragraaf 5 ingevoegd, die luidt als volgt:
“§5. Voor beschermde residentiële afnemers geldt, gedurende de door de federale socialetariefbeslissing afgebakende periode, een maximaal eindtarief dat per maand wordt begrensd op:

  1. de door de VREN vastgestelde gemiddelde distributiecomponent voor de betrokken aansluitingscategorie;
  2. plus een commodityplafond gelijk aan 65% van de gemiddelde maandelijkse referentieprijs op de VREN-referentiemarkt;
  3. plus toepasselijke heffingen, na toepassing van de plafonnering bedoeld in artikel 12/1, §2, van het decreet van 22 november 2018.”
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de indexering van het commodityplafond en de verrekening bij voorschotfacturen.”

Artikel 7. ( 01/04/2025 - Automatische toepassing en gegevensuitwisseling )

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 mei 2024, wordt artikel 34 vervangen door wat volgt:

“Art. 34. Automatische toepassing en gegevensuitwisseling
§1. Leveranciers passen het beschermdentarief automatisch toe zodra de status van beschermde residentiële afnemer is gevalideerd.
§2. De validatie gebeurt via de Vlaamse Kruispuntdatabank Energie en Sociaal (VKES), die, met inachtneming van de regelgeving inzake gegevensbescherming, de leveranciers en distributienetbeheerders in kennis stelt van het begin en het einde van de beschermingsstatus.
§3. De VKES ontvangt de statussen van de bevoegde instanties en verwerkt deze ten laatste op de werkdag volgend op de kennisgeving.
§4. De Vlaamse Regering bepaalt de technische protocollen, termijnen en verantwoordingsplichten voor de gegevensuitwisseling.”

Artikel 8. ( 01/10/2025 - Budgetmeters, wintermoratorium en toeslagen )

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 mei 2024, wordt in hoofdstuk 5 een artikel 41/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 41/1. Budgetmeters, wintermoratorium en toeslagen
§1. Voor beschermde residentiële afnemers met een budgetmeter of een functioneel vergelijkbaar prepaymentsysteem is de toepassing van distributietoeslagen op vaste aansluitingsvergoedingen verboden. Toeslagen worden enkel pro rata het effectieve verbruik toegepast.
§2. Tussen 1 november en 31 maart geldt een moratorium op afsluitingen voor beschermde residentiële afnemers, behoudens in geval van bewezen fraude of gevaarzetting.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumladingsniveaus en noodkredieten voor budgetmeters.”

Artikel 9. ( 01/04/2025 - Monitoring en handhaving )

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 mei 2024, wordt artikel 46 aangevuld met een paragraaf 4, die luidt als volgt:

“§4. De VREN voert halfjaarlijks een compliance-audit uit bij leveranciers en distributienetbeheerders op de toepassing van het beschermdentarief en de distributietoeslagen. Bij vastgestelde inbreuken kan de VREN corrigerende maatregelen opleggen, inclusief tariefaanpassingen met terugwerkende kracht en administratieve geldboeten tot 2% van de betrokken jaaromzet op de aardgasactiviteiten.”

Hoofdstuk 4. Wijziging van het decreet van 21 juni 2021 tot regeling van de toekenning van een beschermingsbonus voor energieafnemers

Artikel 10. ( 01/04/2025 - Koppeling met beschermde residentiële afnemers )

In artikel 5 van het decreet van 21 juni 2021 tot regeling van de toekenning van een beschermingsbonus voor energieafnemers, het laatst gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2024, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:

“§1. De beschermingsbonus wordt ambtshalve toegekend aan beschermde residentiële afnemers, zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 1, 1°, van het decreet van 18 januari 2016 houdende algemene bepalingen inzake energiebeleid in het Vlaamse Gewest.”

Artikel 11. ( 01/07/2025 - Uitbetalingswijze en verrekening )

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2024, wordt in hoofdstuk 3 een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 9/1. Uitbetalingswijze en verrekening
§1. De beschermingsbonus wordt in de regel in geld uitbetaald op een door de begunstigde opgegeven rekening. Bij ontstentenis van rekening kan de bonus, mits schriftelijke kennisgeving, via de leverancier worden verrekend op de eerstvolgende eindafrekening, met afzonderlijke vermelding.
§2. De bonus is niet vatbaar voor overdracht, verpanding of beslag, en kan niet worden aangewend ter aanzuivering van niet-tarifaire schuldvorderingen.”

Hoofdstuk 5. Wijziging van het decreet van 15 juli 2022 tot regeling van de toekenning van een beschermingsbonus plus voor kwetsbare huishoudens

Artikel 12. ( 01/01/2026 - Verhoogde bonus bij aardgasverwarming )

In artikel 7 van het decreet van 15 juli 2022 tot regeling van de toekenning van een beschermingsbonus plus voor kwetsbare huishoudens, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 november 2024, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:

“§2. Voor beschermde residentiële afnemers die hun hoofdverwarming met aardgas aanwenden, wordt het basisbedrag van de beschermingsbonus plus verhoogd met 40%, met een jaarlijkse indexering op basis van de gezondheidsindex. De verhoging geldt enkel voor de woonplaats zoals vermeld in het bevolkingsregister.”

Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het decreet van 19 april 2024 tot regeling van de invordering van niet-tarifaire schuldvorderingen

Artikel 13. ( 01/04/2025 - Bevoegdheden en aanmeldingsplicht )

In artikel 3 van het decreet van 19 april 2024 tot regeling van de invordering van niet-tarifaire schuldvorderingen, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 oktober 2024, wordt paragraaf 1 aangevuld met de volgende leden:

“De Vlaamse Invorderingsdienst is bevoegd voor de centrale invordering van niet-tarifaire schuldvorderingen van distributienetbeheerders en van de Vlaamse Regulator voor Energiemarkten en Netten (VREN) die voortvloeien uit administratieve sancties en kosten in het kader van dit decreet en de energiewetgeving. Distributienetbeheerders melden dergelijke schuldvorderingen binnen dertig dagen na opeisbaarheid aan de Vlaamse Invorderingsdienst.”

Artikel 14. ( 01/04/2025 - Rangregeling en interestbeperking )

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 oktober 2024, wordt in hoofdstuk 2 een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 9/1. Rangregeling en interestbeperking
§1. Bij de invordering van niet-tarifaire schuldvorderingen uit de energiesector hebben vorderingen die rechtstreeks verband houden met veiligheid en integriteit van installaties voorrang op administratieve geldboeten, onverminderd de voorrechten van de schatkist.
§2. De vergoedende interest op niet-tarifaire schuldvorderingen van distributienetbeheerders bedraagt maximaal de referentierentevoet EURIBOR 3 maanden vermeerderd met 2 procentpunten.”

Hoofdstuk 7. Slotbepaling

Artikel 15. ( 01/04/2025 - Inwerkingtreding )

§1. Dit decreet treedt in werking op 1 april 2025, met uitzondering van artikel 4 en artikel 12.
§2. Artikel 4 en artikel 12 treden in werking op 1 januari 2026.
§3. Artikel 6 treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de eerstvolgende federale socialetariefbeslissing inzake aardgas na de datum van publicatie van dit decreet.