Decreet tot wijziging van de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de radiofrequente interferentie en het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake spectrumbeleid

Dit decreet actualiseert en harmoniseert de Vlaamse regels om storingen op radiosignalen te voorkomen, op te sporen en aan te pakken, met verantwoordelijkheden en toezicht.
Samenvatting in gewone taal
Dit decreet vernieuwt en stroomlijnt de regels om storingen in draadloze communicatie in Vlaanderen te voorkomen, op te sporen en aan te pakken. Het geldt voor exploitanten en vergunninghouders die radiofrequenties gebruiken, leveranciers van radioapparatuur en beheerders van installaties die radiosignalen uitzenden of ontvangen. Het beschermt vooral kritieke toepassingen zoals noodhulp, ziekenhuizen, luchtvaartnavigatie, scheepvaart, spoorveiligheid en waarschuwingssystemen, zodat zij betrouwbaar kunnen blijven werken. Het decreet verduidelijkt wat “radio-interferentie” en een “incident” zijn, en wijst een Vlaamse spectrumbeheerder aan die toezicht houdt en handhaaft. Bij elke toekenning, vernieuwing of wijziging van een recht om frequenties te gebruiken komen voortaan voorwaarden tegen storingen. Minstens moet men grenzen respecteren voor ongewenste signalen buiten de eigen frequentieband (een emissiemasker), bovenop strengere federale of internationale regels. De bepalingen over doel, toepassingsgebied en definities gelden vanaf 1 februari 2026. De verplichte storingspreventie in gebruiksrechten geldt vanaf 1 juli 2026. De Vlaamse Regering kan technische meetmethoden en drempelwaarden later verder preciseren.
Documenttype
Decreet
Publicatiedatum
30 juni 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
radiofrequente interferentie spectrumbeleid spectrumbeheer radioapparatuur handhaving openbare veiligheid

INHOUDSTAFEL

Hoofdstuk 1. Inleidende bepaling
Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake spectrumbeleid
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Hoofdstuk 1. Inleidende bepaling

Artikel 1. ( 01/02/2026 - Doel, toepassingsgebied en definities )

Dit decreet beoogt de actualisering en harmonisatie van de regels inzake de voorkoming, detectie en beheersing van radiofrequente interferentie binnen het Vlaamse Gewest, ter uitvoering van de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de radiofrequente interferentie en in samenhang met het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake spectrumbeleid. Het is van toepassing op exploitanten, houders van gebruiks- of uitbatingsrechten voor radiofrequenties, leveranciers en beheerders van radioapparatuur, alsook op beheerders van installaties of infrastructuur die elektromagnetische emissies genereren of ontvangen.

Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:

  1. radiofrequente interferentie: elke ongewenste storing of signaalcomponent in een radiofrequent kanaal die de ontvangerprestaties, de dienstenkwaliteit of de integriteit van beschermde toepassingen aantast;
  2. Vlaamse spectrumbeheerder: het door de Vlaamse Regering aangewezen agentschap dat bevoegd is voor de uitvoering, controle en handhaving van het spectrumbeleid, inclusief het Agentschap Spectrum en Netwerken of zijn rechtsopvolger;
  3. kritieke toepassingen: radiofrequente toepassingen voor openbare veiligheid, medische zorgcontinuïteit, luchtvaartnavigatie, maritieme veiligheid, spoorwegbeveiliging en waarschuwingssystemen, aangeduid in een lijst vastgesteld door de Vlaamse Regering;
  4. vergunningshouder: elke natuurlijke of rechtspersoon die op grond van het decreet van 5 april 1995 of op basis van de wet van 28 december 1964 een recht tot gebruik, exploitatie of plaatsing van radioapparatuur of frequenties uitoefent;
  5. emissiemasker: de in technische specificaties vastgestelde grenswaarden voor uitgestraalde of uitgelekte signalen buiten het toegewezen frequentieblok, uitgedrukt per bandbreedte-eenheid;
  6. incident: een feitelijke of vermoedelijke interferentie met aantasting van de beschikbaarheid, betrouwbaarheid of veiligheid van een radiofrequente toepassing, gemeld of vastgesteld via monitoring.
De Vlaamse Regering kan de in het tweede lid opgenomen definities aanvullen of nader omschrijven, met inbegrip van meetmethoden en drempelwaarden.

Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake spectrumbeleid

Artikel 2. ( 01/07/2026 - Integratie van storingspreventie in gebruiks- en uitbatingsrechten )

Elke toekenning, hernieuwing of wijziging van een gebruiks- of uitbatingsrecht voor radiofrequenties binnen het toepassingsgebied van het decreet van 5 april 1995 omvat, onverminderd strengere federale of internationale normen, ten minste de volgende storingspreventieve voorwaarden:

  1. naleving van een emissiemasker voor buiten-band- en buiten-kanaalemissies, waarbij de spurious emissies buiten het toegewezen frequentieblok niet hoger zijn dan -42 dBm per 100 kHz, behoudens afwijking bij besluit van de Vlaamse Regering op grond van een technische bijlage;
  2. verplichte toepassing van dynamische frequentieselectie of een gelijkwaardige techniek in gedeelde banden die worden aangeduid in een door de Vlaamse Regering vastgestelde lijst;
  3. continu loggen van zendparameters en interferentie-indicatoren, behoudens technische onmogelijkheid gemotiveerd door de vergunningshouder, met een minimale bewaartermijn van achttien maanden;
  4. periodieke verificatie van de ontvangergevoeligheid en immuniteit van kritieke toepassingen in buurliggende banden, met rapportering aan de Vlaamse spectrumbeheerder.
De Vlaamse Regering stelt bij besluit de technische bijlagen vast met nadere grenswaarden, meetcondities en overgangsbepalingen, inclusief aangepaste drempels voor lage-vermogenstoepassingen. Tot aan de inwerkingtreding van die bijlagen gelden de in het eerste lid vermelde minimumvereisten.

Artikel 3.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( Datum afhankelijk van externe gebeurtenis - Interferentierisicobeoordeling bij grootschalige radio-implementaties )

Vooraleer een grootschalige radio-implementatie in gebruik wordt genomen, voert de initiatiefnemer een interferentierisicobeoordeling uit overeenkomstig een door de Vlaamse Regering vastgestelde methodologie. De verplichting geldt voor installaties die voldoen aan minstens één van de volgende criteria:

  1. een equivalente isotroop uitgestraalde continu- of piekvermogen (EIRP) van meer dan 20 dBW per sector;
  2. een geaggregeerde bandbreedte van meer dan 80 MHz binnen een straal van 500 meter;
  3. gelegen binnen een afstand van 2 kilometer van een locatie met kritieke toepassingen opgenomen in het door de Vlaamse Regering gepubliceerde register.
De interferentierisicobeoordeling resulteert in een risicoklasse A, B of C en bevat passende mitigerende maatregelen die, na goedkeuring door de Vlaamse spectrumbeheerder, integraal worden opgenomen in de beheers- en onderhoudsdocumentatie van de installatie. De Vlaamse Regering kan aanvullende criteria en uitzonderingen bepalen, met inbegrip van vereenvoudigde procedures voor kleinschalige of tijdelijke implementaties.

Artikel 4. ( 01/07/2026 - Incidentmelding en noodmaatregelen )

Vergunningshouders en beheerders van radioapparatuur melden elk incident dat kritieke toepassingen kan aantasten onverwijld aan het Meldpunt Radio-interferentie van de Vlaamse spectrumbeheerder:

  1. binnen twee uur na vaststelling voor incidenten met een vermoedelijke impact op kritieke toepassingen;
  2. binnen vierentwintig uur na vaststelling voor andere incidenten.
Zij houden een incidentenregister bij en volgen de door de Vlaamse spectrumbeheerder opgelegde noodmaatregelen, waaronder tijdelijke reductie van zendvermogen, overschakeling naar alternatieve frequenties of, in voorkomend geval, onmiddellijke stillegging. De Vlaamse Regering bepaalt het model en de inhoud van het incidentenregister en kan bijkomende meldplichten opleggen voor specifieke sectoren.

Artikel 5. ( 01/01/2026 - Toezicht en bestuurlijke sancties )

Het toezicht op de naleving van dit decreet wordt uitgeoefend door ambtenaren aangewezen door de Vlaamse Regering. Deze ambtenaren hebben toegang tot installaties, logbestanden en relevante documentatie, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taak, met eerbiediging van de toepasselijke regels inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming.

Onverminderd strafrechtelijke bepalingen kan de Vlaamse spectrumbeheerder bij vaststelling van een inbreuk een bestuurlijke geldboete opleggen:

  1. van 1.000 euro tot 50.000 euro voor het niet voldoen aan administratieve verplichtingen, waaronder meldings-, registratie- of rapporteringsplichten;
  2. van 10.000 euro tot 250.000 euro voor het overschrijden van emissiegrenzen, het nalaten van noodmaatregelen of het veroorzaken van aantoonbare interferentie met impact op kritieke toepassingen;
  3. vermeerderd met maximaal 5.000 euro per dag bij voortdurende niet-naleving na het verstrijken van een hersteltermijn die niet korter mag zijn dan vijf werkdagen.
Bij het bepalen van het boetebedrag houdt de Vlaamse spectrumbeheerder rekening met de ernst, de duur en de herhaaldelijkheid van de inbreuk, alsook met de genomen mitigerende maatregelen. De Vlaamse Regering regelt de procedure, de termijnen en de beroepsmogelijkheden. Betaalde bestuurlijke geldboeten vloeien naar het Vlaams Fonds voor Spectrumkwaliteit, dat wordt aangewend voor monitoring, onderzoek en sensibilisering.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 6. ( 01/01/2026 - Overgangsbepalingen )

Bestaande gebruiks- of uitbatingsrechten die op de datum van inwerkingtreding van dit artikel geldig zijn, worden van rechtswege geacht te zijn aangevuld met de in artikel 2 bedoelde storingspreventieve voorwaarden. De effectieve naleving van die voorwaarden wordt verplicht binnen een overgangstermijn van twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel 2, behoudens een gemotiveerde en door de Vlaamse spectrumbeheerder goedgekeurde afwijking met een maximale duur van zes maanden.

Radioapparatuur die vóór 1 januari 2026 rechtmatig in de handel werd gebracht of geïnstalleerd en die niet voldoet aan de in of krachtens dit decreet vastgestelde strengere emissievoorschriften, mag in werking blijven tot het einde van de economische levensduur, doch uiterlijk tot en met 31 december 2028, mits aantoonbare afwezigheid van schadelijke interferentie. Bij aantoonbare schadelijke interferentie kan de Vlaamse spectrumbeheerder mitigerende maatregelen opleggen, inclusief versnelde buitengebruikstelling.

De bepalingen van dit decreet laten de federale bevoegdheden inzake toewijzing van frequenties, internationale coördinatie en markttoezicht op radioapparatuur onverlet. Waar bepalingen van dit decreet en de wet van 28 december 1964 samen toepasselijk zijn, geldt de meest beschermende norm tegen radiofrequente interferentie.

Artikel 7. ( 01/01/2026 - Inwerkingtreding )

Dit decreet treedt in werking als volgt:

  1. artikel 5 en artikel 6 treden in werking op 1 januari 2026;
  2. artikel 1 treedt in werking op 1 februari 2026;
  3. artikel 2 en artikel 4 treden in werking op 1 juli 2026;
  4. artikel 3 treedt in werking op de datum van bekendmaking van het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de methodologie voor interferentierisicobeoordeling, en uiterlijk zes maanden na die bekendmaking.
De Vlaamse Regering kan de in het eerste lid vermelde data vervroegen of uitstellen met maximaal drie maanden, indien de operationele implementatie van de technische bijlagen of van het Meldpunt Radio-interferentie dit vereist.