Decreet tot wijziging van de wet van 30 april 1999 betreffende de organisatie van ploegen- en cyclische arbeidsregelingen, de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van arbeidsroosterafspraken in ploegenstelsels, het decreet houdende toezicht op ploegenarbeid en tijdsregistratie van 30 april 2004, het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsroosters en Arbeidsduurregelingen” en het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van arbeidsduurvermindering en eindeloopbaanstelsels in ploegenarbeid
- Documenttype
- Decreet
- Publicatiedatum
- 12 juli 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- ploegenarbeid arbeidsroosters arbeidsduur tijdsregistratie toezicht arbeidsduurvermindering
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 1. Inleidende bepaling
Hoofdstuk 2. Wijzigingen van de wet van 30 april 1999 betreffende de organisatie van ploegen- en cyclische arbeidsregelingen
Hoofdstuk 3. Wijziging van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van arbeidsroosterafspraken in ploegenstelsels
Hoofdstuk 4. Wijzigingen van het decreet houdende toezicht op ploegenarbeid en tijdsregistratie van 30 april 2004
Hoofdstuk 5. Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsroosters en Arbeidsduurregelingen”
Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van arbeidsduurvermindering en eindeloopbaanstelsels in ploegenarbeid
Hoofdstuk 1. Inleidende bepaling
Artikel 1. ( 15/02/2025 - Inleidende bepaling )
Dit decreet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en strekt tot de actualisering en harmonisering van de regelgeving inzake ploegen- en cyclische arbeidsregelingen, de bevordering van arbeidsroosterafspraken in ploegenstelsels, het toezicht op ploegenarbeid en tijdsregistratie, de werking van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsroosters en Arbeidsduurregelingen” en de regeling van bepaalde aspecten van arbeidsduurvermindering en eindeloopbaanstelsels in ploegenarbeid.
Hoofdstuk 2. Wijzigingen van de wet van 30 april 1999 betreffende de organisatie van ploegen- en cyclische arbeidsregelingen
Artikel 2. ( 01/04/2025 - Definities geactualiseerd )
In artikel 2 van de wet van 30 april 1999 betreffende de organisatie van ploegen- en cyclische arbeidsregelingen, laatst gewijzigd bij de wet van 18 maart 2023, worden paragraaf 1 en paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
"§1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° ploegenstelsel: een arbeidsorganisatie waarbij ten minste twee groepen werknemers elkaar opvolgen op dezelfde werkposten volgens een vooraf bepaalde rotatie binnen een referteperiode;
2° cyclische arbeidsregeling: een opeenvolging van arbeidsroosters die zich herhaalt binnen een vastgelegde referteperiode van maximaal zesentwintig weken;
3° nachtarbeid in ploegen: arbeid verricht tussen 22 uur en 6 uur in het kader van een ploegenstelsel;
4° digitaal tijdsregistratiesysteem: een geautomatiseerd systeem, conform de door de Vlaamse Regering vastgestelde interoperabiliteitsnormen, dat de begin- en eindtijden van prestaties en rusttijden registreert en bewaart;
5° wijzigingsvenster: de periode waarbinnen het arbeidsrooster, mits motivering en overleg, mag worden aangepast.
§2. De referteperiode, vermeld in §1, 2°, wordt vastgesteld op basis van een kalenderperiode. De referteperiode kan bij collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal niveau worden verlengd tot maximaal tweeënvijftig weken, mits voorafgaande kennisgeving aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsroosters en Arbeidsduurregelingen."
Artikel 3. ( 01/07/2025 - Voorafgaande planning en kennisgeving )
In dezelfde wet wordt, in hoofdstuk 2, een artikel 7/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 7/1. §1. De werkgever stelt voor elke ploeg en voor elke werknemer die onder een cyclische arbeidsregeling valt, het individuele arbeidsrooster uiterlijk veertien dagen vóór de aanvang van de referteperiode ter beschikking via een toegankelijk digitaal platform, behoudens overmacht.
§2. Binnen een wijzigingsvenster van maximaal 72 uur vóór de betrokken prestatie kan het arbeidsrooster enkel worden aangepast na gemotiveerd overleg met de betrokken werknemer en met kennisgeving aan de personeelsvertegenwoordiging of, bij ontstentenis, aan de syndicale afvaardiging.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale functionaliteiten van het digitaal platform en de inhoud van de motivering."
Artikel 4. ( 01/01/2026 - Tijdsregistratie en bewaringstermijnen )
In artikel 10 van dezelfde wet, vervangen bij wet van 12 december 2019 en laatst gewijzigd bij de wet van 18 maart 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "een tijdsregistratiesysteem" vervangen door de woorden "een digitaal tijdsregistratiesysteem";
2° er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, die luidt als volgt: "§3/1. De in §1 bedoelde gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard in een beveiligde omgeving die voldoet aan de door de Vlaamse Regering vastgestelde beveiligingsnormen. De gegevens zijn op eerste verzoek elektronisch en in leesbaar formaat ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren.";
3° in paragraaf 4 worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
Artikel 5. ( 01/01/2026 - Administratieve sancties )
In dezelfde wet wordt, in hoofdstuk 4, na artikel 14 een artikel 14/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 14/1. §1. Onverminderd de strafrechtelijke bepalingen kan de toezichthoudende overheid een administratieve geldboete opleggen voor de volgende inbreuken:
1° het niet-tijdig ter beschikking stellen van het individuele arbeidsrooster als bedoeld in artikel 7/1, §1;
2° het niet-toepassen van het wijzigingsvenster als bedoeld in artikel 7/1, §2;
3° het ontbreken van een conform digitaal tijdsregistratiesysteem als bedoeld in artikel 2, §1, 4° en artikel 10, §1.
§2. De administratieve geldboete bedraagt per vastgestelde inbreuk:
1° 250 euro tot 2.500 euro voor een eerste inbreuk;
2° 500 euro tot 5.000 euro bij herhaling binnen een periode van twee jaar.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de bevoegde instantie, de procedure, de termijnen en de modaliteiten van betaling en verhaal."
Hoofdstuk 3. Wijziging van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van arbeidsroosterafspraken in ploegenstelsels
Artikel 6. ( 01/05/2025 - Subsidiecriteria herzien )
In artikel 4 van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van arbeidsroosterafspraken in ploegenstelsels, het laatst gewijzigd bij de wet van 22 februari 2022, worden paragraaf 1 en paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
"§1. De Vlaamse Regering kan, binnen de perken van de begroting, subsidies toekennen aan werkgevers of sectoren die via collectieve arbeidsovereenkomsten bindende afspraken maken over voorspelbare en gezonde arbeidsroosters in ploegenstelsels.
§2. Voor subsidiëring komen slechts in aanmerking afspraken die ten minste de volgende elementen bevatten:
1° een minimumaankondigingstermijn van veertien dagen voor individuele roosters;
2° een beperking van opeenvolgende nachtdiensten tot maximaal vier per cyclus;
3° een rustperiode van ten minste elf aaneengesloten uren tussen twee diensten;
4° een maximale verschuiving van aanvangsuren met niet meer dan zestig minuten binnen een wijzigingsvenster."
§3. De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden opleggen en differentiëren naar sector, bedrijfsomvang en het aandeel nachtarbeid."
Artikel 7. ( 01/09/2025 - Opleidingssteun )
In dezelfde wet wordt, na artikel 6, een artikel 6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 6/1. §1. Werkgevers die ploegenplanners, lijnverantwoordelijken of HR-medewerkers opleiden in ergonomische roosteringstechnieken, kunnen een tussenkomst bekomen in de opleidings- en begeleidingskosten.
§2. De tussenkomst bedraagt maximaal 60% van de aanvaarde kosten, met een plafond van 25.000 euro per werkgever per kalenderjaar.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden voor opleidingsverstrekkers en de nadere regels inzake aanvraag, selectie en controle."
Artikel 8. ( 01/01/2026 - Rapportering en evaluatie )
In artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij wet van 22 februari 2022, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
"§3. Begunstigden dienen jaarlijks uiterlijk op 31 maart te rapporteren over de realisaties van het voorafgaande kalenderjaar, met inbegrip van indicatoren inzake voorspelbaarheid, ruilbaarheid van shiften en personeelswelzijn. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale set van indicatoren en de wijze van indiening."
Hoofdstuk 4. Wijzigingen van het decreet houdende toezicht op ploegenarbeid en tijdsregistratie van 30 april 2004
Artikel 9. ( 01/06/2025 - Bevoegdheden toezichthouders uitgebreid )
In artikel 12 van het decreet houdende toezicht op ploegenarbeid en tijdsregistratie van 30 april 2004, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt: "6° op afstand audits uitvoeren op digitale tijdsregistratiesystemen en gegevenslogboeken opvragen in een door de Vlaamse Regering bepaald standaardformaat;";
2° in paragraaf 2 wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "De toezichthouders kunnen, met naleving van de regelgeving inzake gegevensbescherming, geautomatiseerde analysetools inzetten voor de detectie van risico's op niet-naleving."
Artikel 10. ( 01/01/2026 - Risicogestuurde inspectieplanning )
In hetzelfde decreet wordt, in hoofdstuk 3, na artikel 18 een artikel 18/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 18/1. §1. De inspectiedienst werkt met een jaarlijks risicogestuurd inspectieplan dat minstens de volgende criteria hanteert:
1° het aandeel nachtarbeid in het ploegenstelsel;
2° de frequentie van ad-hocwijzigingen aan individuele roosters;
3° eerdere vastgestelde inbreuken;
4° signalen vanuit werknemersvertegenwoordiging of meldpunten.
§2. De criteria en weging worden publiek gemaakt. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de methodologie en de te hanteren drempels."
Artikel 11. ( 01/01/2026 - Sanctiestelsel geharmoniseerd )
Artikel 24 van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 23 mei 2022, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 24. §1. Inbreuken op dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden bestraft met een administratieve geldboete van 500 euro tot 50.000 euro, naargelang van de ernst van de inbreuk en de omvang van de onderneming.
§2. Bij recidive binnen drie jaar na een onherroepelijke beslissing kan de geldboete worden verdubbeld en kan een tijdelijke gebruiksbeperking van het digitaal tijdsregistratiesysteem worden opgelegd, met verplichte remediëringsmaatregelen.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de tariefschalen, de kwalificerende omstandigheden en de procedurele waarborgen, waaronder het recht op hoorzitting en beroep."
Hoofdstuk 5. Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsroosters en Arbeidsduurregelingen”
Artikel 12. ( 01/03/2025 - Opdrachten uitgebreid )
In artikel 4 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsroosters en Arbeidsduurregelingen”, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 juli 2021, worden de opdrachten aangevuld met de volgende punten:
1° het beheren van een centraal register van gemelde ploegen- en cyclische arbeidsregelingen, met waarborg van vertrouwelijkheid en gegevensbescherming;
2° het vaststellen en publiceren van technische interoperabiliteitsnormen voor digitale tijdsregistratiesystemen in samenwerking met de bevoegde inspectiediensten;
3° het uitwerken van richtsnoeren over ergonomische roostering en voorspelbaarheid van arbeid, in overleg met de sociale partners;
4° het verlenen van advies aan de Vlaamse Regering over de toepassing en de evaluatie van de regelgeving inzake ploegenarbeid.
Artikel 13. ( 01/07/2025 - Richtlijnenbevoegdheid )
In hetzelfde decreet wordt na artikel 9 een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 9/1. §1. Het agentschap kan, binnen zijn wettelijke opdrachten, bindende technische richtlijnen vaststellen omtrent de minimale functionaliteiten en beveiliging van digitale tijdsregistratiesystemen.
§2. De richtlijnen worden vooraf ter consultatie voorgelegd aan de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties en worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
§3. De naleving van de richtlijnen wordt gecontroleerd door de toezichthoudende ambtenaren bedoeld in het decreet houdende toezicht op ploegenarbeid en tijdsregistratie van 30 april 2004."
Artikel 14. ( 01/01/2026 - Bestuur en financiering )
Artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 14 juli 2021, wordt aangevuld met de volgende leden:
"Het beheerscomité omvat, naast de door de Vlaamse Regering aangewezen leden, ten minste twee leden voorgedragen door representatieve werkgeversorganisaties en twee leden voorgedragen door representatieve werknemersorganisaties met expertise in ploegenarbeid.
De basisfinanciering van het agentschap wordt aangevuld met vergoedingen voor dienstverlening inzake certificering van tijdsregistratiesystemen, waarvan de maxima door de Vlaamse Regering worden vastgesteld na advies van de Raad van Bestuur."
Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van arbeidsduurvermindering en eindeloopbaanstelsels in ploegenarbeid
Artikel 15. ( 01/09/2025 - Toegangsvoorwaarden arbeidsduurvermindering aangepast )
In artikel 8 van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van arbeidsduurvermindering en eindeloopbaanstelsels in ploegenarbeid, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "minstens tien jaar ploegenarbeid" vervangen door de woorden "minstens acht jaar ploegenarbeid, waarvan ten minste twee jaar met nachtarbeid in ploegen";
2° in paragraaf 2 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt: "4° een minimale rustgarantie van 24 aaneengesloten uren per week tijdens de periode van arbeidsduurvermindering, behoudens afwijking bij collectieve arbeidsovereenkomst met gelijkwaardige compensatie.";
3° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, die luidt als volgt: "§4. De Vlaamse Regering kan, bij tijdelijke arbeidsmarktkrapte in kritieke sectoren, afwijkende quota vaststellen voor het gelijktijdig opnemen van arbeidsduurvermindering, mits waarborgen voor gezondheid en veiligheid."
Artikel 16. ( 01/01/2026 - Overgangs- en evaluatiebepalingen )
In hetzelfde decreet wordt een artikel 21/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 21/1. §1. Werknemers die vóór 1 september 2025 een aanvraag tot arbeidsduurvermindering of een eindeloopbaanstelsel in het kader van ploegenarbeid hebben ingediend, behouden hun rechten volgens de op dat tijdstip geldende regels, tenzij zij uitdrukkelijk opteren voor de toepassing van dit decreet zoals gewijzigd door het decreet van 2025.
§2. De Vlaamse Regering bezorgt uiterlijk op 31 maart 2028 aan het Vlaams Parlement een evaluatieverslag over de impact van de wijzigingen op werkbaarheid, gezondheid en tewerkstelling in ploegenstelsels, met voorstellen tot bijsturing indien nodig."