Decreet tot wijziging van het decreet van 29 maart 2024 over het vervoer van vloeibare organische waterstofdragers via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest, wat het versneld operationaliseren en marktklaar maken van pijpleidingeninfrastructuur betreft

Dit decreet versnelt de ingebruikname van pijpleidingen voor vloeibare organische waterstofdragers via gefaseerde opstart, een attest dat marktklaarheid aantoont en beperkte openstelling voor gebruikers.
Samenvatting in gewone taal
Dit decreet maakt het sneller en eenvoudiger om pijpleidingen voor vloeibare dragers van waterstof in Vlaanderen in gebruik te nemen. Het helpt vooral pijpleidingbeheerders en bedrijven die waterstof willen vervoeren, maar ook andere gebruikers die vroeger toegang willen krijgen tot de infrastructuur. Er komen heldere begrippen: wanneer een pijpleiding “operationeel klaar” is, wat een “marktklaarheidsattest” is (bewijs dat een gefaseerde opstart en beperkte toegang voor derden kan), hoe een “gefaseerde inbedrijfstelling” verloopt en wanneer “teststromen” zijn toegestaan. Deze definities gelden vanaf 1 november 2025. De vergunning verloopt sneller. De overheid moet binnen 15 dagen laten weten of de aanvraag volledig is; zonder bericht geldt ze op dag 16 als volledig. Daarna volgt een beslissing binnen 60 dagen. Als die termijn overschreden wordt, komt er automatisch een voorlopige toelating van maximaal zes maanden, met strikte voorwaarden voor veiligheid en opvolging. De Vlaamse Regering legt de details vast. De aanvraag gebeurt via één centraal digitaal loket en moet een plan voor operationele gereedheid bevatten. Deze snellere procedure geldt vanaf 1 februari 2026.
Documenttype
Decreet
Publicatiedatum
17 juni 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
waterstof pijpleidingen energie-infrastructuur inbedrijfstelling regelgeving Vlaams Gewest

Hoofdstuk 1. Wijzigingen aan het decreet van 29 maart 2024 over het vervoer van vloeibare organische waterstofdragers via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest

Artikel 1. (01/11/2025 - definities en begripsafbakening)

In artikel 2 van het decreet van 29 maart 2024 over het vervoer van vloeibare organische waterstofdragers via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest, het laatst gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2025, worden na punt 12° vier punten toegevoegd, die luiden als volgt:
"13° operationele gereedheid: de toestand waarin de pijpleiding of een duidelijk afgebakend deel ervan, na voltooiing van bouw- en keuringshandelingen en op basis van het operationeel plan, technisch geschikt is om veilig en betrouwbaar productstromen te ontvangen, te transporteren en af te voeren binnen de in het technisch dossier opgegeven parameters;
14° marktklaarheidsattest: het attest, afgeleverd door de toezichthoudende instantie op basis van dit decreet, waaruit blijkt dat de voorwaarden voor een gefaseerde inbedrijfstelling en een beperkte openstelling voor derden zijn vervuld;
15° gefaseerde inbedrijfstelling: de stapsgewijze opstart van een pijpleiding, met vooraf gedefinieerde stappen en parameters inzake druk, debiet en monitoring, die cumulatief leiden tot de nominale bedrijfsvoering;
16° teststroom: een tijdelijk en beperkt debiet aan vloeibare organische waterstofdragers, of een functioneel gelijkwaardige testvloeistof, dat wordt ingezet voor verificatie van integriteit, prestaties en interfaces, voorafgaand aan de volledige commerciële uitbating."

Artikel 2. (01/02/2026 - versnelde vergunningverlening en coördinatie)

In hetzelfde decreet wordt artikel 6, §3, vervangen door wat volgt:
"§3. De beslistermijn voor de omgevingsvergunning voor pijpleidingen als bedoeld in dit decreet bedraagt zestig dagen, zijnde 1.440 uren, te rekenen vanaf de datum van volledigverklaring van de aanvraag. Bij overschrijding van die termijn wordt ambtshalve een voorlopige toelating van rechtswege verleend voor de duur van maximaal zes maanden, onder de voorwaarden die de toezichthoudende instantie oplegt, onverminderd de verdere beoordeling van de aanvraag.
De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van de voorlopige toelating, waaronder de toepasselijke waarborgen, de monitoringvereisten en de opschortingsgronden."

In hetzelfde artikel wordt een §4 ingevoegd, die luidt als volgt:
"§4. De volledigheid van de aanvraag wordt beoordeeld binnen vijftien dagen, zijnde 360 uren, na ontvangst. Bij gebreke aan een kennisgeving binnen die termijn, wordt de aanvraag geacht volledig te zijn op de zestiende dag. De pijpleidingbeheerder dient bij de aanvraag een operationeel gereedheidsplan te voegen, met inbegrip van de fasering van de inbedrijfstelling en de voorziene teststromen."

In hetzelfde artikel wordt een §5 ingevoegd, die luidt als volgt:
"§5. De procedure verloopt via een centraal digitaal loket. Dat loket coördineert de adviezen en stelt een geïntegreerde beslissingsnota op. De Vlaamse Regering bepaalt de werkwijze van het loket en de maximale termijnen waarbinnen adviezen worden verstrekt."

Artikel 3. (01/02/2026 - gefaseerde inbedrijfstelling)

In hetzelfde decreet wordt na artikel 10 een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 10/1. Gefaseerde inbedrijfstelling
§1. De inbedrijfstelling van een pijpleiding kan gefaseerd plaatsvinden op basis van de volgende stappen:

  1. koud bedrijf met inert medium volgens de in het technisch dossier opgegeven druk- en dichtheidsproeven;
  2. warm bedrijf met functioneel gelijkwaardige testvloeistof, voor verificatie van warmtehuishouding, afsluiters en veiligheidssystemen;
  3. teststroom met beperkte debieten van vloeibare organische waterstofdragers ter verificatie van integriteit, interfaces met aansluitingen en operationele respons;
  4. opschaling naar nominale bedrijfsvoering en vrijgave voor commerciële uitbating.
§2. Voor de aanvang van elke stap meldt de pijpleidingbeheerder dit ten minste vijf werkdagen vooraf aan de toezichthoudende instantie, met vermelding van de te hanteren parameters en de geldende veiligheidsmaatregelen. De derde stap vereist een voorafgaande voorlopige toelating. De voorlopige toelating vermeldt het maximale debiet, de maximale duur en de bijkomende monitoringsverplichtingen, waarbij het debiet wordt uitgedrukt in m³ per uur bij 20 °C en 1,013 bar(a) en de duur in volledige kalenderdagen.
§3. De pijpleidingbeheerder stelt na afronding van elke stap een validatierapport op. Het validatierapport vormt de grondslag voor de volgende stap en, na afronding van de derde stap, voor het marktklaarheidsattest."

Artikel 4. (01/02/2026 - vroegtijdige toegang en standaardcontracten)

In hetzelfde decreet wordt artikel 12 vervangen door wat volgt:
"Art. 12. Toegang en standaardcontracten in precommerciële fase
§1. Vanaf het marktklaarheidsattest biedt de pijpleidingbeheerder, in afwachting van de volledige nominale bedrijfsvoering, vroegtijdige toegang aan derden aan op niet-discriminerende wijze. Ten minste tien procent van de technisch beschikbare capaciteit wordt in die fase gereserveerd voor teststromen en proefnemingen van derden, onder objectieve toekenningscriteria.
§2. De pijpleidingbeheerder publiceert modelovereenkomsten voor aansluiting en toegang. Binnen twintig werkdagen na de volledigverklaring van een aanvraag bezorgt de pijpleidingbeheerder een contractvoorstel aan de aanvrager. Afwijkingen van de modelovereenkomst worden gemotiveerd en zijn slechts toelaatbaar voor zover zij objectief gerechtvaardigd zijn.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale inhoud van de modelovereenkomsten, waaronder bepalingen inzake veiligheidsverplichtingen, aansprakelijkheid, meet- en datadeling en beëindiging."

Artikel 5. (01/02/2026 - precommerciële tarieven)

In hetzelfde decreet wordt na artikel 12 een artikel 12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12/1. Tijdelijke precommerciële tarieven
§1. Voor de precommerciële fase stelt de pijpleidingbeheerder tijdelijke tarieven vast die kostengeoriënteerd zijn, aansluiten bij de verwachte benuttingsgraad en transparant worden verantwoord in een afzonderlijk rekeningschema.
§2. De tijdelijke tarieven gelden tot de datum van volledige commerciële uitbating en worden daarna herzien conform de door de Vlaamse Regering vastgestelde methodologie. Een eventuele vereffening op basis van gerealiseerde kosten en volumes kan worden opgelegd.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de tariefmethodologie, de rapportering en de toetsing."

Artikel 6. (01/02/2026 - tijdelijke technische afwijkingen op basis van veiligheidsdossier)

In hetzelfde decreet wordt artikel 14 aangevuld met twee paragrafen, die luiden als volgt:
"§3. In de precommerciële fase kan de bevoegde minister, op gemotiveerd aanvraag van de pijpleidingbeheerder en na advies van de toezichthoudende instantie, tijdelijke en beperkte afwijkingen van technische normen toestaan, voor zover een veiligheidsdossier aantoont dat het risiconiveau aanvaardbaar is en gelijkwaardige of betere veiligheidsmaatregelen worden getroffen.
§4. De afwijking vermeldt ten minste de reikwijdte, de duur, de compenserende maatregelen, de monitoringsvereisten en de voorwaarden voor opschorting of intrekking."

Artikel 7. (01/02/2026 - transparantie en gegevenspublicatie)

In hetzelfde decreet wordt artikel 16 vervangen door wat volgt:
"Art. 16. Transparantie en gegevenspublicatie
§1. De pijpleidingbeheerder publiceert via een publiek toegankelijk digitaal platform ten minste wekelijks informatie over: de status van operationele gereedheid per traject, de resterende stappen in de gefaseerde inbedrijfstelling, de beschikbare testcapaciteit en geplande onderhouds- of testvensters, en publiceert deze updates telkens op dinsdag uiterlijk om 10.00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
§2. Onvoorziene onbeschikbaarheid wordt onverwijld gemeld, met vermelding van oorzaak, verwachte hersteldatum en getroffen mitigerende maatregelen.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale gegevensset, de formaatvereisten en de bewaartermijnen."

Artikel 8. (01/02/2026 - maximale doorlooptijden voor aansluitingen)

In hetzelfde decreet wordt artikel 18 aangevuld met een paragraaf, die luidt als volgt:
"§4. De pijpleidingbeheerder realiseert de fysieke aansluiting uiterlijk negentig kalenderdagen, zijnde 12 weken en 6 dagen, na het verkrijgen van de benodigde vergunningen, de aanvaarding van het aansluitingsontwerp en de ontvangst van de verschuldigde voorschotten. Afwijking is enkel mogelijk bij overmacht of wanneer de aanvrager niet tijdig de vereiste gegevens aanlevert. Overschrijding wordt gemotiveerd en onverwijld gemeld aan de toezichthoudende instantie, die corrigerende maatregelen kan opleggen."

Artikel 9. (01/02/2026 - evaluatie en vervaldata)

In hetzelfde decreet wordt na artikel 24 een artikel 24/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 24/1. Evaluatie en vervaldata
§1. De Vlaamse Regering evalueert de toepassing en doeltreffendheid van de in dit decreet opgenomen bepalingen inzake versnelde operationalisering en marktklaarheid uiterlijk op 30 juni 2029 en bezorgt die evaluatie aan het Vlaams Parlement.
§2. De artikelen 10/1, 12, 12/1, 14, §3 en §4, 16 en 18, §4 vervallen van rechtswege op 31 december 2030, tenzij de Vlaamse Regering, na evaluatie, bij besluit en na overleg in de schoot van de Vlaamse Regering, de geldingsduur geheel of gedeeltelijk verlengt."

Artikel 10. (01/11/2025 - delegatie aan de Vlaamse Regering)

In hetzelfde decreet wordt artikel 25 aangevuld met drie punten, die luiden als volgt:
"8° de nadere regels voor het operationeel gereedheidsplan en de validatierapporten;
9° de minimale inhoud en modelbepalingen van overeenkomsten voor aansluiting en toegang in de precommerciële fase;
10° de methodologie voor tijdelijke precommerciële tarieven, met inbegrip van rapportering, toetsing en vereffeningsmechanismen."

Artikel 11. (01/02/2026 - overgangsbepalingen)

In hetzelfde decreet wordt na artikel 27 een artikel 27/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 27/1. Overgangsbepalingen
§1. Aanvragen voor vergunningen, aansluitingen of toegang die lopende zijn op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 6, 10/1, 12, 12/1, 14, §3 en §4, 16 en 18, §4, kunnen, op gemotiveerd verzoek van de aanvrager, worden behandeld volgens die nieuwe bepalingen. De termijnen worden herrekend vanaf de datum van het verzoek.
§2. Pijpleidingbeheerders met projecten in uitvoering op de datum van inwerkingtreding dienen binnen zestig dagen een operationeel gereedheidsplan en een fasering voor te leggen aan de toezichthoudende instantie."

Hoofdstuk 2. Slotbepalingen

Artikel 12. (01/11/2025 - inwerkingtreding)

Dit decreet treedt in werking als volgt:
- artikel 1 en artikel 10 treden in werking op 1 november 2025;
- de artikelen 2 tot en met 9 en artikel 11 treden in werking op 1 februari 2026.