Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft het invoeren van een systeem voor verhandelbare energie-efficiëntiecertificaten voor de gebouwensector, de wegvervoerssector en de aanvullende sectoren
- Documenttype
- Decreet
- Publicatiedatum
- 12 mei 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- energie-efficiëntiecertificaten energiebesparing gebouwensector wegvervoerssector milieubeleid emissiereductie
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het decreet van 27 februari 2026 houdende diverse bepalingen inzake energie en klimaat
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. ( 01/06/2025 - Voorwerp en rechtsgrond )
Dit decreet wijzigt het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 27 februari 2026 houdende diverse bepalingen inzake energie en klimaat, met het oog op de invoering en uitvoering van een Vlaams systeem voor verhandelbare energie-efficiëntiecertificaten voor de gebouwensector, de wegvervoerssector en de aanvullende sectoren. Het systeem beoogt de kostenefficiënte realisatie van bijkomende eindenergie- en primaire-energiebesparing, de bevordering van innovatieve energiediensten en de reductie van emissies verbonden aan eindenergetisch verbruik.
Artikel 2. ( 01/06/2025 - Begripsbepalingen voor dit decreet )
Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
- energie-efficiëntiecertificaat: een overdraagbaar bewijs dat een door de Vlaamse Regering erkende en geverifieerde energiebesparing, uitgedrukt in megawattuur primaire energiebesparing, vertegenwoordigt;
- verplichte entiteit: een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie door of krachtens dit decreet een jaarlijkse afdrachts- of inleveringsverplichting van energie-efficiëntiecertificaten wordt opgelegd;
- gebouwensector: het geheel van residentiële en niet-residentiële gebouwen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, inclusief gemeenschappelijke delen;
- wegvervoerssector: het geheel van voertuigen geregistreerd in het Vlaamse Gewest die onder de wegverkeersreglementering vallen, met inbegrip van lichte en zware voertuigen;
- aanvullende sectoren: sectoren buiten de gebouwensector en de wegvervoerssector, aangewezen door de Vlaamse Regering, waarin kostenefficiënte eindenergiebesparing kan worden gerealiseerd zonder dubbeltelling met andere instrumenten;
- register: het door of onder toezicht van de Vlaamse Regering beheerde elektronische register waarin uitgifte, overdracht, verhandeling, reservering en inlevering van energie-efficiëntiecertificaten worden bijgehouden;
- verificatie-instelling: een onafhankelijke en door de Vlaamse Regering erkende instelling die meting, monitoring en verificatie van energiebesparingen uitvoert en certificeringsdossiers valideert;
- quotum: het door of krachtens dit decreet opgelegde minimumaantal energie-efficiëntiecertificaten dat een verplichte entiteit per referentiejaar moet inleveren.
Artikel 3. ( 01/06/2025 - Inwerkingtreding )
Dit decreet treedt in werking als volgt:
- de wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid die betrekking hebben op het register, de erkenning van verificatie-instellingen en de bevoegdheidsdelegaties treden in werking op 01/10/2025;
- de verplichtingen tot inlevering van energie-efficiëntiecertificaten voor de gebouwensector treden in werking op 01/01/2026;
- de verplichtingen tot inlevering van energie-efficiëntiecertificaten voor de wegvervoerssector treden in werking op 01/07/2026;
- de toepassing op aanvullende sectoren, door de Vlaamse Regering aan te wijzen, treedt in werking op 01/01/2027;
- de wijzigingen van het decreet van 27 februari 2026 houdende diverse bepalingen inzake energie en klimaat treden in werking op 01/01/2026, met uitzondering van de bepalingen betreffende het fondsbeheer, die in werking treden op 01/10/2025.
Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Artikel 4. ( 01/01/2026 - Begripsbepalingen in het milieubeleidsdecreet )
In artikel 2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2025 houdende aanpassingen inzake milieukwaliteitsnormen en economische instrumenten, worden de volgende bepalingen toegevoegd: "39° energie-efficiëntiecertificaat: een overdraagbaar bewijsdocument dat een door de Vlaamse Regering erkende en geverifieerde energiebesparing in megawattuur primaire energiebesparing vertegenwoordigt, dat in het register wordt uitgegeven, verhandeld en ingeleverd; 40° verplichte entiteit: een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie krachtens titel IV/1 een jaarlijkse verplichting tot inlevering van energie-efficiëntiecertificaten wordt opgelegd; 41° register: het elektronisch register als vermeld in artikel 16/6, eerste lid; 42° verificatie-instelling: een onafhankelijke door de Vlaamse Regering erkende instelling die meting, monitoring en verificatie van energiebesparingen uitvoert en certificeringsdossiers valideert.".
Artikel 5. ( 01/01/2026 - Invoeging titel IV/1: Energie-efficiëntiecertificaten )
In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2025 houdende aanpassingen inzake milieukwaliteitsnormen en economische instrumenten, worden na artikel 16 de artikelen 16/1 tot en met 16/12 ingevoegd, die luiden als volgt: "Art. 16/1. Doel en toepassingsgebied Dit hoofdstuk voert een systeem van verhandelbare energie-efficiëntiecertificaten in ter bevordering van eindenergiebesparing in de gebouwensector, de wegvervoerssector en de aanvullende sectoren op het grondgebied van het Vlaamse Gewest. De Vlaamse Regering bepaalt de afbakening van de sectoren en de afstemming met andere beleidsinstrumenten teneinde dubbeltelling te vermijden. Art. 16/2. Verplichte entiteiten De volgende entiteiten zijn, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, onderworpen aan de verplichting om jaarlijks energie-efficiëntiecertificaten in te leveren: 1° leveranciers van elektriciteit, aardgas en warmte die leveren aan eindafnemers in het Vlaamse Gewest; 2° leveranciers van vloeibare en gasvormige brandstoffen bestemd voor wegvervoer die brandstoffen op de markt brengen in het Vlaamse Gewest; 3° andere entiteiten die door de Vlaamse Regering worden aangewezen in aanvullende sectoren, voor zover dit kostenefficiënt is en geen dubbeltelling veroorzaakt. Art. 16/3. Quota en berekeningsbasis De Vlaamse Regering stelt per sector jaarlijkse quota vast, uitgedrukt in megawattuur primaire energiebesparing per referentiejaar. De berekeningsbasis kan onder meer bestaan uit geleverde eindenergie, verhandelde brandstofvolumes of een representatieve activiteitseenheid. De quota worden ten minste drie kalenderjaren vooraf bekendgemaakt. Art. 16/4. Toekenning van certificaten Energie-efficiëntiecertificaten worden toegekend voor maatregelen die leiden tot aantoonbare en additionele energiebesparingen. De Vlaamse Regering bepaalt: 1° de lijst van in aanmerking komende maatregelen; 2° de rekenregels en standaardwaarden; 3° de vereisten inzake meting, monitoring en verificatie; 4° de geldigheidsduur van certificaten, die minimaal drie en maximaal vijf referentiejaren bedraagt. Art. 16/5. Register en verhandeling Er wordt een elektronisch register ingericht. In het register worden elke uitgifte, overdracht, verhandeling, reservering en inlevering van certificaten geregistreerd. Certificaten zijn overdraagbaar tussen alle deelnemers aan het register, onverminderd de regels inzake marktmisbruik en transparantie, vastgesteld door de Vlaamse Regering. Art. 16/6. Verificatie-instellingen De Vlaamse Regering erkent verificatie-instellingen. Enkel door een erkende verificatie-instelling geverifieerde besparingen komen in aanmerking voor certificaatuitgifte. De erkenningsvoorwaarden omvatten onafhankelijkheid, deskundigheid, kwaliteitsborging en periodieke rapportering. Art. 16/7. Jaarlijkse inlevering en tekorten Verplichte entiteiten leveren uiterlijk op 30 april van het jaar volgend op het referentiejaar het vereiste aantal certificaten in. Bij een tekort kan de entiteit: 1° bijkomende certificaten verwerven en inleveren binnen een door de Vlaamse Regering vastgestelde respijttermijn; 2° een alternatieve bijdrage betalen per ontbrekend certificaat, waarvan het tarief door de Vlaamse Regering wordt vastgesteld en jaarlijks geïndexeerd; 3° een gemotiveerd verzoek om overdracht van een beperkt tekort naar het volgende jaar indienen, binnen grenzen vastgesteld door de Vlaamse Regering. Art. 16/8. Markttoezicht en transparantie De beheerder van het register ziet toe op marktintegriteit, bewaart logbestanden en publiceert geaggregeerde marktgegevens, waaronder prijzen en volumes. De Vlaamse Regering kan aanvullende meldings- en openbaarmakingsplichten opleggen. Art. 16/9. Kwaliteit en fraudepreventie De Vlaamse Regering bepaalt minimumeisen inzake documentatie, steekproefcontroles, datakwaliteit en sancties bij valse, misleidende of onvolledige informatie. Certificaten die op basis van frauduleuze of foutieve gegevens zijn uitgegeven, worden ingetrokken. Art. 16/10. Sancties Onverminderd artikel 53 en volgende, wordt bij niet-inlevering van het vereiste aantal certificaten een administratieve geldboete opgelegd per ontbrekend certificaat, gelijk aan ten minste het dubbele van de alternatieve bijdrage als vermeld in artikel 16/7, tweede lid, 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de vaststelling en invordering. Art. 16/11. Gegevensverwerking en uitwisseling Voor de uitvoering van dit hoofdstuk mogen de verwerkingsverantwoordelijken persoonsgegevens verwerken die strikt noodzakelijk zijn voor registratie, verificatie, markttoezicht en sanctionering. De Vlaamse Regering specificeert de categorieën gegevens, bewaartermijnen, toegangsrechten en de noodzakelijke gegevensuitwisselingen met onder meer de energiedistributienetbeheerders, de dienst voor inschrijving van voertuigen en de bevoegde administraties. Art. 16/12. Evaluatie en bijsturing De Vlaamse Regering evalueert om de drie jaar de doeltreffendheid, kostenefficiëntie en marktwerking van het certificatenstelsel en legt het evaluatierapport voor aan het Vlaams Parlement. Op basis van de evaluatie kan de Vlaamse Regering quota, lijst van maatregelen, rekenregels en governance aanpassen.".
Artikel 6. ( 01/01/2026 - Aanpassing handhavingskader )
In hetzelfde decreet wordt in artikel 53, paragraaf 1, na punt 18° een punt 19° ingevoegd, dat luidt als volgt: "19° het niet-naleven van de verplichtingen inzake registratie, verificatie, rapportering, inlevering of informatieverstrekking, zoals vastgesteld in de artikelen 16/1 tot en met 16/12.".
Artikel 7. ( 01/10/2025 - Bevoegdheidsdelegatie aan de Vlaamse Regering )
In hetzelfde decreet wordt na artikel 16/12 een artikel 16/13 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 16/13. Uitvoeringsbevoegdheid De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de uitvoering van de artikelen 16/1 tot en met 16/12, waaronder de technische specificaties voor het register, de procedure voor erkenning en toezicht op verificatie-instellingen, de berekeningsmethodieken voor energiebesparingen, de tariefbepaling voor alternatieve bijdragen, de termijnen en formulieren voor inlevering en de minimumeisen inzake markttransparantie.".
Artikel 8. ( 01/10/2025 - Gegevensuitwisseling )
In hetzelfde decreet wordt in artikel 20, paragraaf 3, na het tweede lid een derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering kan, met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming, verplichtingen opleggen tot gegevensuitwisseling tussen de beheerder van het register, verificatie-instellingen, energieleveranciers, brandstofleveranciers, distributienetbeheerders en overheidsdiensten, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van titel IV/1.".
Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het decreet van 27 februari 2026 houdende diverse bepalingen inzake energie en klimaat
Artikel 9. ( 01/10/2025 - Beheer van het register door de energieadministratie )
In het decreet van 27 februari 2026 houdende diverse bepalingen inzake energie en klimaat, het laatst gewijzigd bij het decreet van 30 april 2026 tot optimalisatie van de energiedata-uitwisseling, wordt in hoofdstuk 2 een artikel 8/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 8/1. Beheer van het register voor energie-efficiëntiecertificaten De Vlaamse Energie- en Klimaatagentschap staat in voor het beheer van het register als vermeld in artikel 16/5 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Het agentschap waarborgt de continuïteit, veiligheid, integriteit en beschikbaarheid van het register en publiceert jaarlijks geaggregeerde gegevens over uitgifte, verhandeling en inlevering van certificaten.".
Artikel 10. ( 01/10/2025 - Instelling van het Energie-efficiëntie- en Innovatiefonds )
In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 4 een artikel 21/3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 21/3. Energie-efficiëntie- en Innovatiefonds Er wordt een Energie-efficiëntie- en Innovatiefonds opgericht. In het fonds worden gestort: 1° de alternatieve bijdragen betaald overeenkomstig artikel 16/7 van het decreet van 5 april 1995; 2° de geïnde administratieve geldboeten overeenkomstig artikel 16/10 van dat decreet; 3° eventuele terugvorderingen en interesten. De middelen van het fonds worden aangewend voor de ondersteuning van additionele energiebesparingsmaatregelen in prioritaire doelgroepen, de ontwikkeling van meet- en verificatiestandaarden en de verbetering van de marktfacilitering. De Vlaamse Regering stelt het financieel beheer, de aanwendingsprioriteiten en de rapporteringsverplichtingen vast.".
Artikel 11. ( 01/01/2026 - Gegevensuitwisseling met mobiliteitsregisters )
In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 3 een artikel 15/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 15/2. Gegevensuitwisseling voor de wegvervoerssector Voor de toepassing van het stelsel van energie-efficiëntiecertificaten in de wegvervoerssector kunnen de bevoegde energie- en mobiliteitsadministraties onderling gegevens uitwisselen over voertuigregistraties, brandstofafzet en relevante activiteitseenheden. De Vlaamse Regering bepaalt de categorieën van gegevens, de beveiligingsvereisten, de bewaartermijnen en de toegangsrechten.".
Artikel 12. ( 01/01/2026 - Coördinatie en dubbeltellingsregime )
In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 5 een artikel 30/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 30/1. Afstemming met andere beleidsinstrumenten De Vlaamse Regering zorgt voor de afstemming tussen het stelsel van energie-efficiëntiecertificaten en andere Vlaamse of Europese instrumenten inzake energie en klimaat, waaronder emissiehandelssystemen, normeringsregimes en subsidiemechanismen. Dubbeltelling van energiebesparingen is verboden. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast om dubbeltelling en weglekeffecten te vermijden.".
Artikel 13. ( 01/01/2026 - Jaarlijkse rapportage aan het Vlaams Parlement )
In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 6 een artikel 35/4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 35/4. Rapportage De Vlaamse Regering dient jaarlijks, uiterlijk op 30 juni, bij het Vlaams Parlement een verslag in over de uitvoering van het stelsel van energie-efficiëntiecertificaten. Het verslag bevat ten minste gegevens over gerealiseerde energiebesparingen per sector, marktwerking en prijzen, naleving door verplichte entiteiten, aanwending van de middelen van het Energie-efficiëntie- en Innovatiefonds en eventuele bijsturingen.".