Decreet tot wijziging van het Laadinfrastructuurdecreet van 12 juli 2013, wat betreft de subsidies aan actoren en de Infrastructuurlening
- Documenttype
- Decreet
- Publicatiedatum
- 4 augustus 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- laadinfrastructuur elektrische mobiliteit subsidies infrastructuurlening actoren mobiliteitshubs
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 1. Wijzigingen betreffende de subsidies aan actoren
Hoofdstuk 2. Wijzigingen betreffende de Infrastructuurlening
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Hoofdstuk 1. Wijzigingen betreffende de subsidies aan actoren
Artikel 1. ( 15/05/2026 - Aanpassing en uitbreiding van begripsbepalingen )
In artikel 2 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende laadinfrastructuur voor elektrische mobiliteit, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2024, worden de punten 5°, 6° en 12° vervangen door wat volgt: "5° publiek toegankelijke laadinfrastructuur: laadinfrastructuur die voor het publiek toegankelijk is gedurende minimaal 12 uur per etmaal en waarvan de gebruiksvoorwaarden en tarieven op een niet-discriminerende wijze beschikbaar zijn via digitale kanalen die het Vlaams interoperabiliteitsprofiel LIP-2025 ondersteunen, gepubliceerd in een machineleesbaar JSON-formaat conform RFC 8259 en geactualiseerd met een interval van hoogstens 5 minuten; 6° actor: een natuurlijke persoon, rechtspersoon of groepering zonder rechtspersoonlijkheid die laadinfrastructuur ontwikkelt, bezit, exploiteert of beheert, met inbegrip van: - lokale besturen en hun verzelfstandigde entiteiten; - niet-commerciële verenigingen met een mobiliteitsdoelstelling; - ondernemingen die laaddiensten verlenen of mobiliteitshubs beheren; - samenwerkingsverbanden tussen voormelde categorieën; 12° mobiliteitshubbeheerder: de actor die verantwoordelijk is voor de integrale aansturing en uitbating van een locatie waar meerdere duurzame vervoersmodi en publiek toegankelijke laadinfrastructuur fysiek en digitaal geïntegreerd worden conform de norm VNS 1800-1."
Artikel 2. ( 15/05/2026 - Hervorming van het subsidie-instrument )
In hetzelfde decreet wordt artikel 10 vervangen door wat volgt: "Art. 10. Subsidies aan actoren §1. De Vlaamse Regering kan, binnen de beschikbare kredieten, investerings- en exploitatiesubsidies toekennen aan actoren voor de realisatie, verzwaring, digitalisering en beveiliging van publiek toegankelijke laadinfrastructuur en bijhorende laaddiensten. §2. De subsidiepercentages bedragen: 1° 60 percent voor lokale besturen en hun verzelfstandigde entiteiten; 2° 40 percent voor kleine en middelgrote ondernemingen; 3° 30 percent voor grote ondernemingen; 4° 70 percent voor niet-commerciële verenigingen die geen economische activiteiten uitoefenen. §3. Het subsidiebedrag per project is begrensd op 1.200.000 euro. Per afzonderlijk laadpunt geldt bovendien: - maximaal 6.000 euro voor AC-laadpunten met een nominaal vermogen lager dan 23 kW; - maximaal 12.000 euro voor DC-laadpunten met een nominaal vermogen van ten minste 50 kW en minder dan 150 kW; - maximaal 35.000 euro voor DC-laadpunten met een nominaal vermogen van 150 kW of meer. Het nominaal vermogen wordt vastgesteld volgens IEC 61851 bij een omgevingstemperatuur van 25 °C ± 2 °C. §4. Minstens 25 percent van de subsidiabele projectkosten wordt gefinancierd met private middelen die niet afkomstig zijn van andere overheden. Kosten die werden aangevat vóór de datum van ontvankelijkheid van de subsidieaanvraag zijn niet subsidiabel. §5. Voor subsidies die capaciteitstoename of kwaliteitsverbetering beogen, gelden de volgende minimumeisen: - ondersteuning van slim laden conform het Vlaams interoperabiliteitsprofiel LIP-2025; - implementatie van een dataknooppunt met open datapublicatie van beschikbaarheid en tarieven via het Vlaamse mobiliteitsdataplatform, onder een open licentie; - toepassing van een informatiebeveiligingsbeheersysteem dat beantwoordt aan de sectorale richtlijn VCS-IS 1201. §6. De Vlaamse Regering bepaalt bijkomende nadere regels inzake oproepen, indieningsvereisten, selectiecriteria, uitbetaling in schijven en controles, met inachtneming van de toepasselijke Europese staatssteunregels. §7. Cumul met de infrastructuurlening bedoeld in hoofdstuk 4 is toegestaan voor zover de som van subsidie-intensiteiten en het bruto-subsidie-equivalent van de lening de maximaal toegelaten steunintensiteit krachtens de staatssteunregels niet overschrijdt. De Vlaamse Regering stelt de berekeningsmethode vast."
Artikel 3. ( 15/05/2026 - Invoering van resultaatsverbintenissen en terugvordering )
In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 3 een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 10/1. Resultaatsverbintenissen en terugvordering §1. Subsidies als vermeld in artikel 10 worden gekoppeld aan resultaatsindicatoren inzake uitroltempo, beschikbaarheid, feitelijk gebruik en gegevenskwaliteit. §2. Indien na 24 maanden na de datum van de eerste uitbetaling minder dan 70 percent van de vergunde capaciteit operationeel is, wordt het nog niet uitbetaalde saldo pro rata verminderd. De peildatum is de eerste kalenderdag na het verstrijken van deze termijn, om 00.00 uur Midden-Europese Tijd, waarbij het operationele percentage wordt bepaald op basis van door de netbeheerder geregistreerde ingebruiknameattesten. §3. Bij blijvende niet-naleving van de indicator inzake gegevenskoppeling met het Vlaamse mobiliteitsdataplatform gedurende meer dan 60 aaneensluitende dagen, kan de toegekende subsidie met maximaal 15 percent worden verlaagd en het overeenkomstige bedrag worden teruggevorderd. §4. De Vlaamse Regering bepaalt de methodologie voor meting en verificatie van de indicatoren en de procedurele waarborgen voor de begunstigden."
Artikel 4. ( 15/05/2026 - Uitbreiding van subsidiabele kosten )
In hetzelfde decreet wordt in artikel 12, §1, punt 5° vervangen en worden de punten 8° en 9° toegevoegd, die luiden als volgt: "5° éénmalige aansluitings- en verzwarringskosten op het elektriciteitsnet, inclusief lokalisatiestudies en netimpactanalyses waarvoor de relevante netbeheerder een factuur heeft uitgereikt; 8° hardware en software noodzakelijk voor dynamisch capaciteitsbeheer en tarieftransparantie, inclusief licenties met een looptijd van maximaal 36 maanden; 9° maatregelen inzake fysieke en digitale beveiliging van de installatie, met inbegrip van toegangscontrole, detectie en incidentregistratie conform VCS-IS 1201."
Artikel 5. ( 15/05/2026 - Oproepen en selectiecriteria )
In hetzelfde decreet wordt artikel 14 vervangen door wat volgt: "Art. 14. Oproepen en selectiecriteria §1. De Vlaamse Regering organiseert ten minste twee oproepen per kalenderjaar voor het indienen van subsidieaanvragen. De eerste oproep wordt uiterlijk op 31 maart gepubliceerd, met een aankondigingstermijn van minimaal 28 kalenderdagen via de website van het bevoegde agentschap. §2. De rangschikking gebeurt op basis van volgende criteria: 1° maatschappelijke kosteneffectiviteit, uitgedrukt in euro per te realiseren laadcapaciteit; 2° dekkingsgraad in prioritaire gebieden zoals vastgesteld in het Vlaams Uitrolplan Laadinfrastructuur 2026-2030; 3° kwaliteitsborging van dienstverlening, met inbegrip van transparantie en klachtenafhandeling; 4° bijdrage aan netflexibiliteit en piekbeheersing. §3. Bij gelijk gerangschikte projecten genieten projecten met een hoger aandeel private cofinanciering voorrang. §4. De Vlaamse Regering kan subquota vastleggen voor projecten die plaatsvinden in gebieden met lage laaddichtheid."
Artikel 6. ( 15/05/2026 - Cumulatie en staatssteun )
In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 3 een artikel 14/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 14/1. Cumulatie en staatssteun §1. Cumulatie met andere steunbronnen is toegestaan voor zover de van toepassing zijnde maximale steunintensiteiten niet worden overschreden. §2. Indien voor eenzelfde investering zowel subsidie als een infrastructuurlening wordt verleend, wordt het bruto-subsidie-equivalent van de lening berekend volgens de door de Vlaamse Regering vastgestelde referentiemethoden. §3. De begunstigde verstrekt alle nodige informatie voor de beoordeling van de staatssteunrechtelijke conformiteit."
Hoofdstuk 2. Wijzigingen betreffende de Infrastructuurlening
Artikel 7. ( 01/07/2026 - Afbakening van toepassingsgebied en begunstigden )
In artikel 20 van hetzelfde decreet, dat het laatst gewijzigd werd bij het decreet van 19 december 2024, worden paragraaf 1 en paragraaf 2 vervangen door wat volgt: "§1. De infrastructuurlening heeft tot doel investeringen in publiek toegankelijke laadinfrastructuur en ondersteunende uitrusting te financieren in prioritaire gebieden en corridors, zoals bepaald in het Vlaams Uitrolplan Laadinfrastructuur 2026-2030. §2. In aanmerking komende kredietnemers zijn: 1° lokale besturen en hun verzelfstandigde entiteiten; 2° ondernemingen die laaddiensten verlenen of mobiliteitshubs beheren; 3° samenwerkingsverbanden tussen de in 1° en 2° bedoelde actoren met een contractueel vastgelegde projectvennootschap."
Artikel 8. ( 01/07/2026 - Leningsvoorwaarden en risicoafdekking )
In hetzelfde decreet wordt artikel 21 vervangen door wat volgt: "Art. 21. Leningsvoorwaarden en risicoafdekking §1. De looptijd van de infrastructuurlening bedraagt minimaal 4 en maximaal 12 jaar, met een facultaire kapitaalvrije periode van maximaal 24 maanden. §2. De rentevoet is vast en wordt bepaald als de referentierentevoet RIF-2026, verhoogd met een risicomarge tussen 60 en 180 basispunten, in functie van het projectrisico en de zekerheden. De rentevoet wordt berekend op basis van de dagrentebasis ACT/365 en afgerond op twee basispunten. §3. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvaardbare zekerheden, waaronder zakelijke zekerheden op installaties en concessierechten, en kan aanvullende convenanten opleggen inzake beschikbaarheid, onderhoud en datadeling. §4. Vervroegde terugbetaling is toegestaan zonder wederbeleggingsvergoeding na 36 maanden; vóór het verstrijken van die termijn kan een vergoeding worden aangerekend die niet hoger is dan de resterende rente van de kapitaalvrije periode. §5. De infrastructuurlening kan worden gecumuleerd met waarborginstrumenten van publieke of private instellingen voor zover de totale risicoafdekking niet leidt tot overcompensatie."
Artikel 9.
Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".
( Datum afhankelijk van externe gebeurtenis - Rentecompensatie binnen de Infrastructuurlening )
In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 4 een artikel 21/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 21/1. Rentecompensatie Klimaatfonds §1. Voor projecten die beantwoorden aan de prioriteiten van het Vlaams Klimaatfonds kan, onder voorbehoud van goedkeuring door de Europese Commissie, een rentecompensatie worden toegekend die de in artikel 21, §2, bedoelde rentevoet met maximaal 100 basispunten verlaagt. §2. De rentecompensatie wordt toegekend voor een maximale periode van 8 jaar en mag niet leiden tot overschrijding van de toepasselijke maximale steunintensiteit. §3. De Vlaamse Regering bepaalt de toekenningscriteria, de berekeningsmethode van het bruto-subsidie-equivalent en de modaliteiten van rapportering en controle."
Artikel 10. ( 01/07/2026 - Plafonds en begrotingsbeheer )
In hetzelfde decreet wordt artikel 23 vervangen door wat volgt: "Art. 23. Plafonds en begrotingsbeheer §1. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een toekenningsplafond vast voor nieuwe infrastructuurleningen en voor eventuele rentecompensaties. §2. Terugstromen uit terugbetaling en interestopbrengsten worden toegewezen aan het revolverend karakter van het instrument en opnieuw ingezet voor gelijkaardige projecten. §3. De administrateur-generaal van het bevoegde agentschap ziet toe op de naleving van de plafonds en rapporteert halfjaarlijks aan de Vlaamse Regering."
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 11. ( 15/05/2026 - Overgangsbepalingen )
In hetzelfde decreet wordt een artikel 36/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 36/1. Overgangsbepalingen §1. Aanvragen die vóór 1 april 2026 volledig en ontvankelijk zijn ingediend, worden afgehandeld volgens de bepalingen die golden op de datum van indiening, tenzij de aanvrager schriftelijk verzoekt om toepassing van de gewijzigde bepalingen van dit decreet. §2. Lopende infrastructuurleningen blijven onderworpen aan de voorwaarden die golden op het tijdstip van contractsluiting. Op verzoek van de kredietnemer kan een eenmalige, contractueel verankerde aanpassing aan artikel 21, §4, worden toegestaan, zonder wijziging van de overige voorwaarden."
Artikel 12. ( 15/05/2026 - Inwerkingtreding )
Dit decreet treedt in werking op 15 mei 2026, met uitzondering van de artikelen 7, 8 en 10, die in werking treden op 1 juli 2026, en artikel 9, dat in werking treedt op de datum van goedkeuring door de Europese Commissie van de in artikel 21/1 bedoelde maatregel.