Decreet tot wijziging van verschillende decreten van het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, in het kader van de implementatie van Europese regelgeving over digitale arbeidsplatformen, transnationale arbeidsmobiliteit en competentiecertificering

Dit decreet past Vlaamse regels aan om platformwerkers beter te beschermen, grensoverschrijdend werken te vergemakkelijken en de erkenning en digitale verwerking van vaardigheidsattesten te versterken.
Samenvatting in gewone taal
Vanaf 1 januari 2026 past Vlaanderen verschillende regels aan rond werk en sociale economie om Europese afspraken uit te voeren. Het decreet versterkt de bescherming van mensen die werken via digitale platformen, zoals koeriers-, ritten- of klusapps. Het maakt duidelijker wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe de toewijzing en controle via zo’n app meetellen voor je rechten op het werk. Wie over de grens werkt of diensten levert, krijgt eenvoudiger en duidelijke procedures. Werkgevers, dienstverleners en werkenden weten beter welke stappen ze wanneer moeten zetten. Daarnaast zorgt het decreet ervoor dat diploma’s en vaardigheidscertificaten vlotter digitaal kunnen worden aangevraagd, verwerkt en gedeeld, ook tussen lidstaten. Landen erkennen elkaars bewijzen van vaardigheden gemakkelijker. De wijzigingen passen meerdere bestaande Vlaamse regels aan, onder meer over de relatie tussen werkgever en werknemer, grensoverschrijdende mobiliteit, werkvergunningen en strategische arbeidsmarktprojecten. Baat hebben vooral platformwerkers, werkgevers en platformbedrijven, mensen die grensoverschrijdend werken, en iedereen die zijn vaardigheden wil laten erkennen. Bestaande Europese regels blijven gelden.
Documenttype
Decreet
Publicatiedatum
14 mei 2026
Status
Geldig
Trefwoorden
Digitale arbeidsplatformen Transnationale arbeidsmobiliteit Competentiecertificering Arbeidsbescherming Arbeidsvergunningen Europese regelgeving

INHOUDSTAFEL

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet van 12 mei 2012 betreffende de arbeidsrelaties en de bescherming van werkenden
Hoofdstuk 3. Wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende de transnationale arbeidsmobiliteit
Hoofdstuk 4. Wijzigingen van de Vlaamse Codex Werk en Sociale Economie
Hoofdstuk 5. Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende strategische arbeidsmarktprojecten
Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de arbeidsvergunning en de gecombineerde vergunning
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. ( 01/01/2026 - Onderwerp en draagwijdte )

Dit decreet voert aspecten van de Europese regelgeving inzake digitale arbeidsplatformen, transnationale arbeidsmobiliteit en competentiecertificering uit binnen het Vlaamse beleidsdomein Werk en Sociale Economie. Het voorziet in aanpassingen aan verschillende decreten teneinde:

  1. de arbeidsrechtelijke positie van personen die arbeid verrichten via digitale arbeidsplatformen te verduidelijken en te beschermen;
  2. de grensoverschrijdende mobiliteit van werkenden en dienstverrichters te faciliteren en te reguleren;
  3. de wederzijdse erkenning en digitale verwerking van competentiecertificaten te versterken.
De bepalingen van dit decreet laten de toepassing van rechtstreeks werkende Europese normen onverlet.

Artikel 2. ( 01/01/2026 - Begripsomschrijvingen )

Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:

  1. Europese regelgeving: verordeningen, richtlijnen en uitvoeringshandelingen van de Europese Unie betreffende arbeid via digitale platformen, grensoverschrijdende tewerkstelling en Europese vaardigheids- en kwalificatiekaders;
  2. digitale arbeidsplatformen: digitale infrastructuren die de organisatie van arbeid bemiddelen, toewijzen of controleren, met inbegrip van mobiele toepassingen en webgebaseerde interfaces;
  3. competentiecertificaat: elk door of namens de Vlaamse Gemeenschap of een andere lidstaat erkend bewijsstuk dat competenties, kwalificaties of beroepsbekwaamheid aantoont, ongeacht de drager of het formaat;
  4. bevoegde instantie: de instantie die krachtens decreet of besluit bevoegd is voor registratie, controle, erkenning of certificering binnen het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.
In geval van tegenstrijdigheid tussen een in dit artikel opgenomen definitie en een specifieke definitie in een gewijzigd decreet, heeft de specifieke definitie voorrang voor de toepassing van dat decreet.

Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet van 12 mei 2012 betreffende de arbeidsrelaties en de bescherming van werkenden

Artikel 3. ( 01/01/2026 - Aanvulling van definities )

In artikel 2 van het decreet van 12 mei 2012 betreffende de arbeidsrelaties en de bescherming van werkenden, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2024, worden de volgende punten toegevoegd:

  1. digitale arbeidsplatformen: de platformen bedoeld in artikel 2, 2°, van dit decreet;
  2. platformwerker: een natuurlijke persoon die via een digitaal arbeidsplatform arbeidsprestaties verricht of aanbiedt, ongeacht de contractuele kwalificatie.

Artikel 4. ( 01/01/2026 - Weerlegbaar vermoeden van arbeidsovereenkomst )

In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 2, na artikel 7, een artikel 7/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 7/1. §1. Wanneer ten minste drie van de onderstaande criteria vervuld zijn, geldt een weerlegbaar vermoeden dat tussen het digitale arbeidsplatform en de platformwerker een arbeidsovereenkomst bestaat:

  1. het digitale arbeidsplatform bepaalt de essentiële elementen van de vergoeding;
  2. het digitale arbeidsplatform legt bindende regels op inzake de uitvoering van de arbeidsprestaties, waaronder kwaliteit, tijdstip of locatie;
  3. het digitale arbeidsplatform beperkt de vrijheid om eigen klantenkring uit te bouwen;
  4. het digitale arbeidsplatform hanteert sancties of deactivering bij niet-naleving;
  5. het digitale arbeidsplatform maakt gebruik van geautomatiseerde toezicht- of beslissystemen met betrekking tot toewijzing, evaluatie of beëindiging;
  6. het digitale arbeidsplatform verbiedt of beperkt de mogelijkheid om vervanging te voorzien;
  7. het digitale arbeidsplatform verstrekt werkinstrumenten of kenmerkende bedrijfsmiddelen die het gebruik verplicht stellen.
§2. Het vermoeden bedoeld in §1 kan door het digitale arbeidsplatform worden weerlegd met bewijzen die aantonen dat geen gezagsverhouding bestaat. §3. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de bewijsvoering en de procedure voor de toepassing van dit artikel."

Artikel 5. ( 01/01/2026 - Transparantie van algoritmisch management )

In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 3 een artikel 12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 12/1. §1. Digitale arbeidsplatformen informeren platformwerkers voorafgaandelijk en begrijpelijk over:

  1. de logica, de parameters en de belangrijkste criteria van de geautomatiseerde systemen die worden gebruikt voor toewijzing, rangschikking, beoordeling en beëindiging;
  2. de aard en omvang van gegevensverwerking met impact op arbeidsvoorwaarden;
  3. de mogelijkheid tot menselijke tussenkomst en beroep tegen geautomatiseerde beslissingen.
§2. Het digitale arbeidsplatform wijst een contactpunt aan dat bevoegd is voor vragen en klachten over geautomatiseerde besluitvorming. §3. De Vlaamse Regering kan nadere vormvereisten en minimumnormen vaststellen voor de informatieverstrekking."

Artikel 6. ( 01/01/2026 - Toegang tot gegevens door toezichthoudende diensten )

In hetzelfde decreet wordt artikel 20 aangevuld met een paragraaf 4, die luidt als volgt: "§4. Digitale arbeidsplatformen verleenden aan de bevoegde toezichthoudende diensten, op hun gemotiveerd verzoek, toegang tot geaggregeerde en gepseudonimiseerde gegevens die noodzakelijk zijn voor toezicht op de naleving van dit decreet en uitvoeringsbesluiten. De toegang wordt digitaal verleend via een beveiligd kanaal binnen een redelijke termijn die niet langer is dan tien werkdagen."

Artikel 7. ( 01/01/2026 - Administratieve sancties )

In hetzelfde decreet wordt in artikel 28, §1, na het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Voor inbreuken op de artikelen 7/1 en 12/1 kan een administratieve geldboete worden opgelegd van 500 euro tot 50.000 euro per vastgestelde inbreuk, rekening houdend met de ernst, de duur en de herhaling. De Vlaamse Regering stelt een gradatiesysteem en verzwarende omstandigheden vast."

Hoofdstuk 3. Wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende de transnationale arbeidsmobiliteit

Artikel 8. ( 01/01/2026 - Actualisering van begrippen )

In artikel 3 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende de transnationale arbeidsmobiliteit, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2023, worden de punten 5° en 6° vervangen door wat volgt: "5° digitale melding: een elektronisch dossier waarin de vereiste gegevens voor de terbeschikkingstelling of grensoverschrijdende dienstverrichting worden geregistreerd; 6° ketenverantwoordelijke: elke opdrachtgever of tussenpersoon die deel uitmaakt van de economische keten waarin de grensoverschrijdende arbeidsprestatie wordt verricht."

Artikel 9. ( 01/01/2026 - Hoofdelijke aansprakelijkheid in ketens )

In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 4 een artikel 22/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 22/1. §1. De ketenverantwoordelijke is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van verschuldigde minimumlonen en essentiële arbeidsvoorwaarden aan de grensoverschrijdende werkende, wanneer de directe werkgever in gebreke blijft en de ketenverantwoordelijke wist of behoorde te weten dat de verplichtingen niet werden nageleefd. §2. De aansprakelijkheid is beperkt tot de periode waarin de werkzaamheden in de betrokken keten werden uitgevoerd. §3. Contractuele bedingen die de aansprakelijkheid uitsluiten zijn nietig."

Artikel 10. ( 01/01/2026 - Digitaal meldloket )

In hetzelfde decreet wordt artikel 10 vervangen door wat volgt: "Art. 10. §1. Er wordt een Vlaams digitaal meldloket opgericht voor transnationale arbeidsmobiliteit. Werkgevers en dienstverrichters die in Vlaanderen activiteiten ontplooien, doen voorafgaand aanvang van de activiteiten een melding via het loket. §2. De melding bevat ten minste:

  1. identificatiegegevens van de werkgever of dienstverrichter;
  2. de aard, duur en locatie van de activiteiten;
  3. het aantal ingezette werkenden en hun hoedanigheid;
  4. de contactgegevens van de lokale verantwoordelijke.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake werking, interoperabiliteit met federale en Europese systemen, en bewaartermijnen."

Artikel 11. ( 01/01/2026 - Administratieve samenwerking en gegevensuitwisseling )

In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 5 een artikel 27/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 27/1. §1. De bevoegde diensten wisselen, met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming, gegevens uit met buitenlandse autoriteiten voor de handhaving van arbeidsvoorwaarden en de bestrijding van misbruik. §2. De Vlaamse Regering kan protocollen afsluiten met andere overheden inzake gemeenschappelijke inspecties, informatie-uitwisseling en bijstand bij invordering."

Hoofdstuk 4. Wijzigingen van de Vlaamse Codex Werk en Sociale Economie

Artikel 12. ( 01/01/2026 - Register van digitale arbeidsplatformen )

In de Vlaamse Codex Werk en Sociale Economie, gecoördineerd op 18 juli 2019 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 30 mei 2024, wordt in Boek 2, Titel 1, een Hoofdstuk 3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 3/1. Register van digitale arbeidsplatformen Art. 2.1.15/1. §1. Er wordt een Vlaams register van digitale arbeidsplatformen opgericht. §2. Digitale arbeidsplatformen die in Vlaanderen actief zijn, registreren zich met vermelding van hun ondernemingsidentificatie, contactpunt, aard van de activiteiten en de toegepaste contractvormen. §3. De registratie is een voorwaarde voor toegang tot overheidsopdrachten en subsidiemaatregelen binnen het beleidsdomein Werk en Sociale Economie. §4. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van registratie, actualisatie en schrapping."

Artikel 13.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( Datum afhankelijk van externe gebeurtenis - Digitale competentiewallet en interoperabiliteit )

In dezelfde Codex wordt in Boek 3, Titel 2, een artikel 3.2.8/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 3.2.8/1. §1. De Vlaamse Regering kan de koppeling en interoperabiliteit van het Vlaams portfolio voor competentiecertificaten met de Europese Digitale Identiteitswallet vaststellen, zodra de desbetreffende Europese uitvoeringshandelingen in werking treden. §2. Competentiecertificaten die voldoen aan de door de Vlaamse Regering vastgelegde technische en kwaliteitsnormen komen in aanmerking voor uitgifte en verificatie via de digitale identiteitswallet. §3. De verwerking van gegevens in het kader van dit artikel geschiedt op grond van een wettelijke taak en met passende technische en organisatorische maatregelen."

Artikel 14. ( 01/01/2026 - Wederzijdse erkenning van competentiecertificaten )

In dezelfde Codex wordt artikel 3.2.5 aangevuld met een paragraaf 3, die luidt als volgt: "§3. Een in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven competentiecertificaat dat aantoonbaar gelijkwaardig is aan een Vlaams certificaat, wordt erkend voor dezelfde doeleinden, behoudens een met redenen omklede weigering op grond van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en termijnen voor erkenning."

Artikel 15. ( 01/01/2026 - Gegevensbescherming en toegangsbeheer )

In dezelfde Codex wordt in Boek 1, Titel 4, een artikel 1.4.12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 1.4.12/1. §1. De beheerders van registers en digitale voorzieningen als bedoeld in deze Codex hanteren een rolgebaseerd toegangsbeheer en verwerken persoonsgegevens conform de beginselen van doelbinding, dataminimalisatie en bewaarbeperking. §2. De Vlaamse Regering stelt een gegevensbeschermingskader vast dat ten minste een register van verwerkingsactiviteiten, auditverplichtingen en beveiligingsnormen omvat."

Artikel 16. ( 01/01/2026 - Delegatie voor uitvoeringsbepalingen )

In dezelfde Codex wordt in Boek 5, Titel 1, artikel 5.1.2 vervangen door wat volgt: "Art. 5.1.2. De Vlaamse Regering neemt de nodige uitvoeringsmaatregelen voor de toepassing van de bepalingen inzake digitale arbeidsplatformen, transnationale arbeidsmobiliteit en competentiecertificering, waaronder technische specificaties, interoperabiliteitsnormen en kwaliteitscriteria."

Hoofdstuk 5. Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende strategische arbeidsmarktprojecten

Artikel 17. ( 01/01/2026 - Uitbreiding van de projectdoelstellingen )

In artikel 4 van het decreet van 25 april 2014 betreffende strategische arbeidsmarktprojecten, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 november 2022, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: "§3. Strategische arbeidsmarktprojecten kunnen betrekking hebben op:

  1. pilots inzake audit en certificering van algoritmische besluitvorming in arbeidsbemiddeling en platformwerk;
  2. grensoverschrijdende mobiliteitscorridors en bijhorende ondersteuningsdiensten;
  3. de ontwikkeling en test van digitale voorzieningen voor competentiecertificering."

Artikel 18. ( 01/01/2026 - Evaluatie en rapportering )

In hetzelfde decreet wordt in artikel 12 een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: "§2. Voor projecten die betrekking hebben op digitale arbeidsplatformen, transnationale mobiliteit en competentiecertificering, wordt een tussentijdse evaluatie na twaalf maanden en een eindevaluatie voorzien. De Vlaamse Regering stelt indicatoren vast inzake doeltreffendheid, efficiëntie en naleving."

Artikel 19. ( 01/01/2026 - Financiële plafonds en cofinanciering )

In hetzelfde decreet wordt artikel 8 vervangen door wat volgt: "Art. 8. §1. De maximale subsidie-intensiteit voor projecten als bedoeld in artikel 4, §3, bedraagt 80% van de in aanmerking komende kosten. §2. Cofinanciering door Europese middelen is toegestaan, onverminderd de toepasselijke Europese en Vlaamse regels. §3. De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de wijze van uitbetaling."

Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de arbeidsvergunning en de gecombineerde vergunning

Artikel 20. ( 01/01/2026 - Digitalisering van de indiening )

In artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de arbeidsvergunning en de gecombineerde vergunning, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 juli 2023, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt: "§4. Aanvragen voor arbeidsvergunningen en gecombineerde vergunningen voor platformwerkers kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend via het door de Vlaamse Regering aangewezen portaal. De Vlaamse Regering bepaalt uitzonderingen en overgangsmaatregelen."

Artikel 21. ( 01/01/2026 - Beslistermijnen en rechtszekerheid )

In hetzelfde decreet wordt artikel 9 aangevuld met een paragraaf 3, die luidt als volgt: "§3. Voor aanvragen met betrekking tot platformwerkers bedraagt de maximale beslistermijn zestig kalenderdagen na volledigheid van het dossier. Bij het verstrijken van de termijn zonder beslissing wordt een stilzwijgende vergunning verleend voor een duur van twaalf maanden, behoudens tegenbewijs van misbruik of fraude."

Artikel 22. ( 01/01/2026 - Eénloketfunctie en coördinatie )

In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 2 een artikel 11/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 11/1. §1. Er wordt een éénloketfunctie ingericht voor aanvragers en werkgevers, die informatie, dossieropvolging en coördinatie met federale en lokale diensten verzekert. §2. De Vlaamse Regering regelt de organisatie, de gegevensuitwisseling en de kwaliteitsnormen van de éénloketfunctie."

Artikel 23. ( 01/01/2026 - Retributies )

In hetzelfde decreet wordt artikel 15 vervangen door wat volgt: "Art. 15. §1. Voor de behandeling van aanvragen kan een retributie worden geheven. De Vlaamse Regering stelt de bedragen vast, gedifferentieerd naar type aanvraag, met een vrijstelling voor aanvragers in kwetsbare posities. §2. De retributies dekken uitsluitend de werkingskosten en worden periodiek geëvalueerd."

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 24. ( 01/01/2026 - Opheffings- en coördinatiebepalingen )

De bepalingen die onverenigbaar zijn met dit decreet worden opgeheven met ingang van de inwerkingtreding van de desbetreffende wijzigingen. De Vlaamse Regering is gemachtigd om, zonder afbreuk te doen aan de inhoud, de nummering en verwijzingen in de betrokken decreten te coördineren en aan te passen.

Artikel 25. ( 01/01/2026 - Inwerkingtreding )

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2026, met uitzondering van artikel 13, dat in werking treedt op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum, afhankelijk van de inwerkingtreding van de toepasselijke Europese uitvoeringshandelingen, en met uitzondering van artikel 21, dat in werking treedt op 1 juli 2026.

Artikel 26. ( 01/01/2026 - Evaluatie )

De Vlaamse Regering evalueert de uitvoering en de effecten van dit decreet binnen drie jaar na de inwerkingtreding en bezorgt het Vlaams Parlement een verslag met eventuele voorstellen tot bijsturing. Voor artikel 13 gebeurt de eerste evaluatie uiterlijk achttien maanden na de inwerkingtreding ervan.