Omzendbrief OMG 2026-1 Betreffende het verbod op financiële stimulansen voor de installatie van op zichzelf staande absorptiewarmtepompen op synthetische brandstoffen
- Documenttype
- Omzendbrief
- Publicatiedatum
- 1 mei 2026
- Status
- Geldig
- Trefwoorden
- Vlaamse overheid omzendbrief financiële stimulansen warmtepompen synthetische brandstoffen klimaatdoelstellingen
Artikel 1. ( 01/10/2026 - Doel en draagwijdte )
Deze omzendbrief verduidelijkt en harmoniseert het beleid van de Vlaamse overheid inzake het uitsluiten van financiële stimulansen voor de aankoop, installatie, vervanging, uitbreiding of ingebruikname van op zichzelf staande absorptiewarmtepompen die primair functioneren op synthetische brandstoffen. Ze is gericht op alle entiteiten binnen het beleidsdomein van de Vlaamse overheid en beoogt coherentie met de Vlaamse klimaat- en energieobjectieven, waaronder een oriëntatiewaarde van maximaal 35 kg CO2-eq per geleverde GJ ruimteverwarming op programmaniveau, berekend volgens ISO 14067:2018 met systeemgrenzen ‘cradle-to-gate’, het vermijden van lock-in-effecten in koolstofintensieve of energie-inefficiënte technologieën, en het voorkomen van ondoelmatige aanwending van publieke middelen. De bepalingen in deze omzendbrief hebben een interne sturingswerking en vergen aanpassing van reglementaire en operationele uitvoeringsmodaliteiten van betrokken steuninstrumenten.
Artikel 2. ( 01/10/2026 - Toepassingsgebied van instanties en middelen )
Deze omzendbrief is van toepassing op: 1° de departementen, agentschappen en instellingen van openbaar nut van de Vlaamse overheid, met inbegrip van rechtspersonen met een publieke taak die onder toezicht of aansturing van de Vlaamse overheid staan; 2° verzelfstandigde entiteiten die steun verlenen met Vlaamse middelen of in naam en voor rekening van de Vlaamse overheid, met inbegrip van fondsen, waarborgvehikels en financieringsinstrumenten; 3° provincies, gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en andere lokale besturen voor zover zij Vlaamse middelen beheren of herverdelen via subsidie- of leningstelsels; 4° uitvoeringsorganen of programmabeheerders die op basis van delegatie of overeenkomst Vlaamse steunprogramma’s uitvoeren. Onder “Vlaamse middelen” wordt verstaan: alle budgettaire kredieten, doorlopende middelen, opbrengsten uit heffingen of vergoedingen en niet-begrotingsgebonden fondsen die door of vanwege de Vlaamse overheid worden ingezet voor steunverlening.
Artikel 3. ( 01/10/2026 - Definities )
Voor de toepassing van deze omzendbrief wordt verstaan onder: 1° “absorptiewarmtepomp”: een thermodynamisch verwarmings- of koelsysteem dat warmte verplaatst via een absorptiecyclus met gebruik van een werkpaar (zoals water-ammoniak of water-lithiumbromide) en waarin de drijvende energie voor de generator geleverd wordt door de verbranding of oxidatie van een brandstof of door een externe thermische bron; 2° “op zichzelf staand”: een installatie die niet functioneel is geïntegreerd in of primair gevoed wordt door een collectieve hernieuwbare thermische infrastructuur (zoals een publiek of privaat warmtenet) en die niet onderdeel is van een hybride systeem waarin een elektrisch aangedreven warmtepomp de dimensionerende warmteproductie levert, aangetoond via een dimensioneringsberekening conform NBN EN 12831-1 bij een buitentemperatuur van -8 °C en een ontwerp-aanvoertemperatuur van 35 °C; 3° “synthetische brandstoffen”: gasvormige of vloeibare energiedragers die via chemische synthese zijn geproduceerd uit (niet-)biogene koolstof- of stikstofstromen en waterstof (zoals e-methaan, e-LPG, e-methanol, synthetische kerosine of Fischer-Tropsch-vloeistoffen), ongeacht de herkomst van de gebruikte elektriciteit of koolstofbron; 4° “financiële stimulans”: elke vorm van publieke financiële ondersteuning, met inbegrip van investerings- of exploitatiesubsidies, premies, belastinguitgaven binnen Vlaamse bevoegdheden, rente- of kapitaalbonificaties, garanties, achtergestelde leningen, risicokapitaal, verlaagde aansluit- of dossierkosten en niet-marktconforme tarieven of vergoedingen die door of namens de Vlaamse overheid worden toegekend; 5° “primair functioneren op synthetische brandstoffen”: een configuratie waarbij de benodigde aandrijfenergie voor de absorptiecyclus hoofdzakelijk wordt geleverd door de verbranding van synthetische brandstoffen en niet door hernieuwbare restwarmte, geothermie of een andere duurzame thermische bron.
Artikel 4. ( 01/10/2026 - Verbod op financiële stimulansen )
Vanaf de inwerkingtreding van deze omzendbrief wordt geen enkele financiële stimulans meer toegekend, gecontracteerd of uitbetaald voor de aankoop, installatie, vervanging, uitbreiding, retrofit of ingebruikname van op zichzelf staande absorptiewarmtepompen die primair functioneren op synthetische brandstoffen, noch voor toeleverende brandstofopslag, distributie- of verbrandingscomponenten die specifiek en overwegend bestemd zijn voor deze installaties; hetzelfde geldt voor groepsaankopen, verzamelprojecten of raamovereenkomsten die tot doel hebben dergelijke systemen te promoten of financieel te ontzorgen. Beleidsverantwoordelijken en programmabeheerders waken erover dat subsidiereglementen, beoordelingskaders, technische fiches, callteksten en overeenkomstmodellen expliciet een uitsluitingsgrond bevatten die conform deze bepaling is en die onverenigbare aanvragen onontvankelijk of onsubsidieerbaar verklaart.
Artikel 5. ( 01/10/2026 - Reikwijdte van de uitsluiting )
De uitsluiting bedoeld in artikel 4 heeft betrekking op residentiële, tertiaire en industriële toepassingen en omvat zowel individuele als collectieve installaties die niet zijn aangesloten op of geïntegreerd in een collectieve hernieuwbare thermische infrastructuur. De uitsluiting geldt tevens wanneer de installatie in combinatie met zonnecollectoren, warmteterugwinning of andere ondersteunende technieken wordt aangeboden, indien de dimensionerende of dominante energietoevoer voor de absorptiecyclus afkomstig is van synthetische brandstoffen. De uitsluiting doet geen afbreuk aan de mogelijkheid tot ondersteuning van projecten die gericht zijn op elektrificatie met hoog renderende elektrische warmtepompen, op duurzame restwarmtebenutting, op geothermie of op aansluiting op efficiënte warmtenetten, voor zover voldaan is aan de geldende programmavoorwaarden en technische minimumnormen.
Artikel 6. ( 01/10/2026 - Uitzonderingen en afwijkingsprocedure )
Van het verbod in artikel 4 kan uitsluitend worden afgeweken voor: 1° onderzoeks-, ontwikkelings- en demonstratieprojecten met een duidelijk tijdelijk karakter en een primair kennisdoel, mits voorafgaande schriftelijke en gemotiveerde toestemming van de bevoegde minister voor Energie op voorstel van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA), en op voorwaarde dat er geen marktuitrol of structurele capaciteitsopbouw met publieke middelen plaatsvindt; 2° veiligheidskritische of zorggerelateerde infrastructuur in niet-aangesloten of geïsoleerde gebieden waar binnen een termijn van 36 maanden geen haalbaar, betrouwbaar en betaalbaar alternatief met lage klimaatimpact beschikbaar is, mits voorafgaande individuele afwijking zoals hierboven vermeld en strikte voorwaarden inzake emissieprestaties, brandstofherkomst en uitfaseringspad. Voor deze afwijkingen geldt dat voor NOx een grenswaarde van 65 mg/kWhth bij nominale belasting volgens EN 12309-1 wordt aangehouden en dat de gebruikte brandstof ten minste 95% (massabalans) als RFNBO is gecertificeerd onder Verordening (EU) 2023/1184, met een uitfaseringspad dat een einddatum uiterlijk 48 maanden na inbedrijfname vastlegt. Afwijkingsbeslissingen vermelden minstens de looptijd, de kwantitatieve begrenzing, de rapporteringsverplichtingen en de beëindigingsvoorwaarden; generieke of impliciete afwijkingen zijn niet toegestaan.
Artikel 7. ( 01/10/2026 - Overgangsbepalingen voor lopende dossiers )
Aanvragen die vóór de datum van inwerkingtreding volledig en ontvankelijk zijn ingediend en waarvoor een positieve beschikking of onherroepelijke toekenningsbeslissing bestaat, blijven onder de toegekende voorwaarden uitvoerbaar, met inachtneming van de toepasselijke uitbetalings- en controlemodaliteiten; verlengingen, uitbreidingen of materiële wijzigingen die na de inwerkingtreding worden aangevraagd, vallen onder deze omzendbrief en zijn uitgesloten. Openstaande oproepen, raamovereenkomsten of reglementen die niet conform zijn aan deze omzendbrief, worden uiterlijk binnen 90 kalenderdagen na de inwerkingtreding aangepast; in afwachting wordt expliciet gecommuniceerd dat aanvragen betreffende op zichzelf staande absorptiewarmtepompen op synthetische brandstoffen niet langer voor ondersteuning in aanmerking komen.
Artikel 8. ( 01/10/2026 - Aanpassing van instrumenten en interne procedures )
Beheerders van steunprogramma’s zorgen binnen 60 kalenderdagen na de inwerkingtreding voor: 1° aanpassing van reglementaire teksten, handleidingen, checklists en beoordelingscriteria met opname van de uitsluitingsgrond; 2° actualisatie van digitale aanvraagmodules, productcodes en taxonomy-velden zodat automatische filtering en rapportering mogelijk is, met toepassing van NACE Rev. 2 en CPV 2008-coderingen en een verplicht veld voor serienummering conform ISO/IEC 15459-4; 3° opname van een aanvragersverklaring waarin expliciet wordt bevestigd dat de gevraagde steun niet betrekking heeft op uitgesloten installaties; 4° opleiding en instructie aan dossierbeheerders en controlemedewerkers over de toepassing van deze omzendbrief. Waar relevant worden technische referentiedocumenten en minimumeisen geactualiseerd om interpretatieverschillen te vermijden.
Artikel 9. ( 01/10/2026 - Communicatie aan belanghebbenden )
Entiteiten die onder deze omzendbrief vallen publiceren binnen 30 kalenderdagen na de inwerkingtreding een duidelijke kennisgeving op hun website(s), in callteksten en in informatiebrochures waarin de uitsluiting krachtens artikel 4 wordt toegelicht, inclusief de beperkte afwijkingsmogelijkheden van artikel 6. Bij publieks- of sectorgerichte communicatie wordt vermeden dat op zichzelf staande absorptiewarmtepompen op synthetische brandstoffen rechtstreeks of onrechtstreeks worden gepromoot met verwijzing naar Vlaamse steun. In geval van samenwerking met private intermediairen of marktorganisatoren worden contractuele bepalingen aangepast om naleving van deze omzendbrief af te dwingen.
Artikel 10. ( 01/10/2026 - Controle, terugvordering en sancties )
Steunverlenende entiteiten integreren in hun reguliere controleplannen specifieke verificaties om te detecteren of gesteunde projecten in strijd zijn met artikel 4; dit omvat documentcontrole, steekproefsgewijze plaatsbezoeken en, waar passend, technische attesten van fabrikanten of installateurs over het systeemtype en de primaire energietoevoer. Inbreuken leiden tot onontvankelijkheid of weigering van de aanvraag dan wel, indien na toekenning vastgesteld, tot gedeeltelijke of volledige terugvordering overeenkomstig het toepasselijke rechtskader, vermeerderd met toepasselijke interesten en administratieve sancties. Bevindingen worden geregistreerd in de interne risicodatabase en gedeeld met VEKA voor trendanalyse en afstemming van handhavingsprioriteiten.
Artikel 11. ( 01/10/2026 - Verhouding tot Europese en Vlaamse kaders )
De toepassing van deze omzendbrief gebeurt onverminderd de naleving van het Unierecht inzake staatssteun, overheidsopdrachten, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Waar steunmaatregelen onder een vrijstellingsverordening of kennisgevingsplicht vallen, wordt de uitsluitingsgrond opgenomen in de relevante steunregeling of -fiche. Die bepalingen versterken de uitvoering van de Vlaamse klimaatplannen en de energienorm door sturing naar elektrificatie en efficiënte hernieuwbare warmte, en vermijden steun aan technologieën die niet aantoonbaar bijdragen tot de langetermijndoelstellingen of die disproportionele systeemkosten genereren. In geval van tegenstrijdigheid tussen deze omzendbrief en latere bindende regelgeving van hogere orde, prevaleert die regelgeving; de betrokken entiteiten passen hun uitvoeringsmodaliteiten dienovereenkomstig aan.
Artikel 12. ( 01/10/2026 - Monitoring, evaluatie en inwerkingtreding )
VEKA coördineert jaarlijks, uiterlijk op 31 maart, een beknopte rapportering over de toepassing van deze omzendbrief, op basis van door de betrokken entiteiten aangeleverde gegevens inzake weigeringen, afwijkingen en vastgestelde inbreuken; De rapportering wordt aangeleverd in een door VEKA aangewezen CSV-formaat (UTF-8, puntkomma-gescheiden) met minimaal de velden 'aanvraag-ID', 'datum', 'instrument', 'technologiecode', 'grond voor weigering/afwijking' en 'gemeente (NIS-code)'; op grond van deze rapportering kan een gerichte bijsturing van uitvoeringsmodaliteiten worden voorgesteld. Een eerste inhoudelijke evaluatie van de doeltreffendheid en proportionaliteit van deze omzendbrief vindt plaats binnen 24 maanden na de inwerkingtreding. Deze omzendbrief treedt in werking op 01/10/2026 en geldt tot herroeping of vervanging; lopende evaluaties of herzieningen worden tijdig gecommuniceerd aan alle betrokken entiteiten.