Nomos

Omzendbrief OMG 2026-1 Betreffende het verbod op financiële stimulansen voor de installatie van op zichzelf staande serrewarmteketels op dimethylether

Documenttype
Omzendbrief
Publicatiedatum
20 april 2026
Status
Geldig

Deze omzendbrief bevat richtlijnen voor de diensten en entiteiten van de Vlaamse overheid met betrekking tot het verbod op financiële stimulansen voor de installatie van op zichzelf staande serrewarmteketels op dimethylether. De bepalingen zijn gebaseerd op het Energietransitiedecreet van 21 maart 2024 en het Uitvoeringsbesluit Steuninstrumenten Energie van 17 januari 2025, en zijn bindend voor de betrokken programmabeheerders en uitvoeringsinstanties.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Doel en rechtsgrond

Deze omzendbrief heeft tot doel uniforme uitvoeringsrichtlijnen vast te leggen voor het verbod op de toekenning of uitbetaling van financiële stimulansen met betrekking tot de installatie van op zichzelf staande serrewarmteketels die functioneren op dimethylether. De richtlijnen worden gegeven krachtens artikel 6, §2, van het Energietransitiedecreet van 21 maart 2024 en artikel 14 van het Uitvoeringsbesluit Steuninstrumenten Energie van 17 januari 2025, en zijn van toepassing op alle relevante subsidie-, premie-, krediet- en garantiestelsels die onder de bevoegdheid van de Vlaamse overheid vallen of door haar worden beheerd of gecoördineerd.

Artikel 2. Toepassingsgebied

Deze omzendbrief is van toepassing op:

  1. Steuninstrumenten beheerd door de Vlaamse administratie, agentschappen met rechtspersoonlijkheid en publiekrechtelijke rechtspersonen die onder toezicht van de Vlaamse overheid staan.
  2. Programma’s en maatregelen waarvoor de Vlaamse overheid (mede)financiering, bonificaties, waarborgen, certificaten, fiscale tegemoetkomingen of enige andere vorm van financiële stimulans voorziet.
  3. Door Vlaanderen beheerde of gedelegeerde middelen van externe herkomst, met inbegrip van interregionale of Europese fondsen, voor zover het programmabeheer aan Vlaamse regelgeving is onderworpen.
  4. Co-gefinancierde regelingen met lokale of provinciale besturen, voor zover het de inzet van Vlaamse middelen of door Vlaanderen georkestreerde instrumenten betreft.

De bepalingen gelden voor steunaanvragen, toekenningsbeslissingen, uitbetalingen, herzieningen en nabetalingen die betrekking hebben op de installatie van op zichzelf staande serrewarmteketels op dimethylether, ongeacht de schaal, het doelvermogen of de rechtsvorm van de eindbegunstigde.

Artikel 3. Definities

Voor de toepassing van deze omzendbrief wordt verstaan onder:

  1. Op zichzelf staande serrewarmteketel: een vaste of modulaire warmteopwekker met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 70 kWth die primair wordt ingezet voor de verwarming van horticulturele serres en die niet is geïntegreerd in een warmtenet, een gecombineerde warmtekrachtinstallatie, een gecertificeerd hoogrendementscollectief systeem of een door het Agentschap voor Klimaat en Horticultuurenergie (AKHE) erkend gesloten koolstofkringloopsysteem.
  2. Dimethylether (DME): de brandstof met hoofdbestanddeel CH3–O–CH3, vloeibaar onder matige druk, bestemd voor verbranding in warmteketels, met een productzuiverheid van ten minste 90 massaprocent conform NBN F 63-902:2025 of een daarmee gelijkwaardige norm.
  3. Financiële stimulans: elke rechtstreekse of onrechtstreekse financiële ondersteuning, waaronder subsidies, investerings- of exploitatiepremies, rente- of kapitaalbonificaties, waarborgen, achtergestelde leningen, fiscale verminderingen, belastingkredieten, kostencompensaties, certificaten of verhandelbare rechten, en kortingen of terugbetalingen via gereguleerde tarieven.
  4. Installatie: het leveren, plaatsen, aansluiten en in gebruik nemen van een serrewarmteketel en de bijbehorende componenten die noodzakelijk zijn voor de primaire warmtefunctie.
  5. Bindende verbintenis: een door de bevoegde instantie rechtsgeldig aangegane, schriftelijk vastgelegde toekenningsbeslissing of overeenkomst die de essentie van de steun, het steunbedrag en de essentiële voorwaarden individualiseert en die tot stand is gekomen voor de datum bedoeld in artikel 11.

Hoofdstuk 2. Verbodsregeling en uitvoering

Artikel 4. Verbod op financiële stimulansen

Vanaf de inwerkingtredingsdatum vermeld in artikel 11 is het verboden om, binnen het toepassingsgebied van artikel 2, financiële stimulansen toe te kennen of uit te betalen die, geheel of gedeeltelijk, betrekking hebben op de installatie van op zichzelf staande serrewarmteketels op dimethylether. Het verbod omvat onder meer:

  1. Nieuwe toekenningsbeslissingen en het openen of verderzetten van oproepen die dergelijke installaties (rechtstreeks of via technologie-neutrale lijsten zonder uitsluitingsclausule) in aanmerking laten komen.
  2. Uitbetalingen van nog niet onherroepelijk vastgestelde tranches die uitsluitend gekoppeld zijn aan de plaatsing of ingebruikname van de bedoelde ketels.
  3. Tariefgebaseerde of certificaatgebonden voordelen die het bezit, de installatie of de operationele inzet van de bedoelde ketels stimuleren.
  4. Kortingmechanismen of aankooppremies die via intermediaire organisaties worden doorgegeven aan eindbegunstigden voor de installatie van de bedoelde ketels.

Programma-eigenaars passen reglementen, oproepdocumenten, beoordelingskaders en toekenningsprocedures zodanig aan dat de uitgesloten technologie expliciet wordt vermeld en uitgesloten.

Artikel 5. Uitzonderingen en overgangsregeling

In afwijking van artikel 4 gelden de volgende beperkte uitzonderingen en overgangsbepalingen:

  1. Steun die het voorwerp uitmaakt van een bindende verbintenis aangegaan vóór 30 april 2026, blijft uitvoerbaar binnen de oorspronkelijk goedgekeurde scope, termijnen en voorwaarden, met uitsluiting van optionele uitbreidingen of wijzigingsverzoeken die de installatieomvang van de bedoelde ketels verhogen.
  2. Steun voor de vervanging van een bestaande installatie is toegelaten tot en met 31 maart 2027 indien de vervanging uitsluitend noodzakelijk is om acute veiligheidsrisico’s weg te nemen of om opgelegde conformiteit met geldende milieu- of veiligheidseisen te verzekeren, mits voorafgaande schriftelijke bevestiging door het Agentschap Toezicht Energie en Steun (ATES) en zonder capaciteitsverhoging ten opzichte van de te vervangen installatie.
  3. Onderzoeks-, test- en demonstratieprojecten met niet-commerciële inzet zijn toegelaten mits voorafgaande toelating van AKHE, beperkt tot maximaal vijf installaties per kalenderjaar met een individueel nominaal thermisch ingangsvermogen van hoogstens 400 kWth en met volledige monitoring en publieke rapportering van resultaten. Operationele steun is uitgesloten.
  4. Steunmaatregelen die technologieneutraal zijn en geen directe of indirecte bevoordeling van de bedoelde ketels inhouden, blijven toegelaten, op voorwaarde dat in de subsidiabiliteitsvoorwaarden uitdrukkelijk wordt bepaald dat kosten voor de installatie van op zichzelf staande serrewarmteketels op dimethylether niet in aanmerking komen.

Uitzonderingen worden restrictief geïnterpreteerd. Afwijkingsbeslissingen worden gemotiveerd en geregistreerd conform het kader bedoeld in artikel 10.

Artikel 6. Samenloop met andere steun en afbakeningen

Bij samenloop van verschillende steuninstrumenten en kostencategorieën gelden de volgende bepalingen:

  1. Indien een dossier investeringsposten omvat die onder het verbod van artikel 4 vallen en andere posten die niet onder het verbod vallen, worden enkel de uitgesloten posten onontvankelijk verklaard, mits zij financieel en functioneel objectiveerbaar kunnen worden afgesplitst. Indien een objectieve afsplitsing niet mogelijk is, wordt het volledige dossier onontvankelijk verklaard.
  2. Voor technologieneutrale oproepen moet de aanvrager een uitsluitingsverklaring indienen waarin wordt bevestigd dat geen kosten voor de installatie van op zichzelf staande serrewarmteketels op dimethylether worden opgenomen of met de steun worden gefinancierd.
  3. Indien middelen van derden worden samengelegd, is het de programmabeheerder verboden Vlaamse middelen te laten aanwenden voor uitgesloten kostencategorieën, ongeacht de allocatie door de derde financier.
  4. Kosten voor sloop, ontmanteling en veilige buitenbedrijfstelling van bestaande installaties komen niet in aanmerking als positieve stimulans, maar kunnen in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komen als negatiefemissie- of risicobeperkende maatregel, mits expliciete bepaling in het toepasselijke programma en zonder gekoppelde herinstallatie op dimethylether.

Programma-eigenaars waken erover dat beoordelingscommissies, administratieve checklists en auditprotocollen zijn afgestemd op de afbakeningen van dit artikel.

Artikel 7. Communicatie, aanpassing van documenten en informatieplicht

Binnen de termijnen vermeld in artikel 11 nemen de betrokken administraties en agentschappen de volgende acties:

  1. Aanpassing van reglementen, handleidingen, oproepteksten en modelovereenkomsten met een expliciete uitsluiting van op zichzelf staande serrewarmteketels op dimethylether.
  2. Publicatie op de officiële website(s) van de programma-eigenaar van een duidelijke kennisgeving van het verbod en de toepasselijke uitzonderingen en overgangsbepalingen.
  3. Opname van een standaarduitsluitings- en terugvorderingsclausule in alle relevante besluiten en overeenkomsten die na de inwerkingtreding worden vastgesteld of afgesloten.
  4. Verplichting voor aanvragers om, bij indiening en voor uitbetaling, een door de eindbegunstigde ondertekende verklaring op eer te bezorgen waarin wordt bevestigd dat er geen uitgesloten kostencategorieën worden gefinancierd.

De communicatie dient eenduidig, publiek toegankelijk en in overeenstemming met de huisstijl- en informatieverplichtingen van de Vlaamse overheid te zijn.

Artikel 8. Verantwoording, controle en documentatie

Programma-eigenaars voorzien, onverminderd bestaande regels, in passende controlemiddelen en documentatieverplichtingen:

  1. Het opleggen van detailstaten van investeringskosten met identificatie van warmteopwekkende componenten en hun brandstofspecificaties.
  2. Het opvragen van technische fiches, conformiteitsattesten en leveringsbonnen waaruit het type ketel en de brandstofbestemming ondubbelzinnig blijken.
  3. De mogelijkheid tot fysieke en digitale controles ter plaatse door of namens ATES, inclusief toegang tot technische ruimtes en relevante documenten.
  4. Bewaarplicht voor alle relevante documenten gedurende ten minste tien jaar vanaf de datum van de laatste uitbetaling die met het dossier verband houdt.

Bij vaststelling van onduidelijkheid of inconsistentie wordt geen uitbetaling verricht tot de onduidelijkheid is opgeheven. Bij vermoeden van opzettelijke misleiding wordt onmiddellijk melding gemaakt bij de bevoegde audit- en inspectiediensten.

Hoofdstuk 3. Handhaving, rapportering en slotbepalingen

Artikel 9. Handhaving, terugvordering en sancties

Bij inbreuken op deze omzendbrief gelden de volgende maatregelen, naast en onverminderd strengere wettelijke of reglementaire sancties:

  1. Weigering of intrekking van de steunbeslissing voor zover zij betrekking heeft op uitgesloten kostencategorieën, dan wel intrekking van de volledige steunbeslissing indien afsplitsing niet mogelijk is.
  2. Terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen, verhoogd met een nalatigheidsinterest van 2,75 procentpunten per jaar vanaf de datum van onverschuldigde betaling tot de datum van effectieve terugbetaling.
  3. Oplegging van een administratieve geldboete door ATES tussen 2.000 en 250.000 euro, in verhouding tot de ernst, de duur en het opzet van de inbreuk.
  4. Uitsluiting van de inbreukmakende aanvrager van nieuwe oproepen binnen hetzelfde beleidsdomein voor een periode van maximaal drie jaar, mits gemotiveerde beslissing.

De toepassing van sancties gebeurt met inachtneming van de rechten van verdediging en de toepasselijke bezwaar- en beroepsprocedures. Relevante beslissingen worden geregistreerd in het centraal steunregister beheerd door het Departement Begroting en Energiebeheer (DBE).

Artikel 10. Rapportering en monitoring

Ter ondersteuning van de beleidsopvolging en de naleving voorzien de programma-eigenaars en uitvoerders in periodieke rapportering aan DBE en AKHE:

  1. Halfjaarlijkse rapporten met aantallen geweigerde, aangepaste of ingetrokken dossiers, inclusief motieven en omvang van de uitgesloten kostencategorieën.
  2. Overzichten van toegekende uitzonderingen en afwijkingen zoals bedoeld in artikel 5, met vermelding van de aard, de duur en de motivering.
  3. Samenvattende gegevens over controles, vastgestelde onregelmatigheden, opgelegde herstelmaatregelen en ingevorderde bedragen.
  4. Een jaarlijks publiek samenvattingsverslag, uiterlijk op 31 maart van het daaropvolgende kalenderjaar, met geaggregeerde kerncijfers en een overzicht van toegepaste verbeteracties in processen en documenten.

DBE en AKHE kunnen format- en datakwaliteitsvereisten opleggen. Bij onvoldoende datakwaliteit kan aanvullende rapportering worden vereist.

Artikel 11. Inwerkingtreding en toepassingsduur

Deze omzendbrief treedt in werking op 1 september 2026. Programma-eigenaars passen hun reglementen en communicatie uiterlijk op 31 oktober 2026 aan overeenkomstig artikel 7. De bepalingen gelden tot en met 31 december 2030, tenzij zij eerder worden gewijzigd of opgeheven. Bepalingen in eerdere richtlijnen die strijdig zijn met deze omzendbrief, worden opgeheven met ingang van de inwerkingtredingsdatum. Deze omzendbrief wordt geëvalueerd uiterlijk in het derde kwartaal van 2028, op basis van de rapportering bedoeld in artikel 10.